Dec 292011
 

Enkele dagen voor Kerstmis zijn mijn vrouw en ik te gast bij een jarige vriendin. We worden omringd door aardige en vooral gelovige mensen. Op deze plek beginnen over het misbruik door de kerk zou gelijkstaan aan een klap in het gezicht van de gastvrouw.

Dus vraag ik wat geloven voor haar betekent. Ze antwoordt dat het geloof zin geeft aan het leven. Maar waarom moet het leven zin hebben? Ze kijkt me verbaasd aan, want zo een reactie heeft ze niet eerder gehoord. Zonder zin zou de mens toch doelloos rondzwerven, niets zou hem ervan weerhouden het slechte te doen, uitsluitend aan zichzelf te denken of in een depressie te vervallen?

Maar ook als het leven zinloos is heeft de mens de keuze om het goede te doen, daar heeft hij geen God voor nodig. Omgekeerd, in naam van God en het geloof zijn de grootst denkbare gruwelen begaan, tot op de dag van vandaag. Het geloof ontslaat de mens van zijn eigen verantwoordelijkheid.

Bij het weggaan wenst de gastvrouw ons prettige dagen toe, want kerstmis heeft voor ons toch geen betekenis. Thuisgekomen genieten we van de rust, de stilte en de lampjes in de kerstboom.