Jan 252012
 

In april blaast Geert Wilders het kabinet op, omdat hij de voorgestelde bezuinigingen niet meer kan verantwoorden naar zijn slinkende achterban. Mede door de houding van de progressieve partijen rest demissionair minister-president Mark Rutte niets anders dan vervroegde verkiezingen uit te schrijven.

Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis verschaft de kiezer Nederland op 20 juni een linkse sociaal-liberale meerderheid. De PvdA slaagt erin met haar ‘realistisch alternatief’ de weggelopen kiezers terug te winnen en blijft met 30 zetels de SP nipt voor als grootste partij.

De onderhandelingen tussen PvdA, SP, D66 en Groenlinks over een regeerakkoord verlopen moeizaam. Naast bekende geschillen over de ww en de aow-leeftijd vormt ook de vraag wie van de grootmachten PvdA en SP de minister-president levert een twistpunt. Het feit dat binnen de PvdA menigeen de voorkeur geeft aan Wouter Bos boven Job Cohen, maakt het er niet eenvoudiger op.

Maar op 31 augustus staat het sociaal-liberale kabinet op het bordes. Trots presenteert Femke Halsema als eerste vrouwelijke minister-president van Nederland haar team van ministers, waaronder we Wouter Bos, Eberhard van der Laan, Lodewijk Asscher, Jan Marijnissen, Agnes Kant, Lousewies van der Laan, Alexander Pechthold en Andrée van Es ontwaren.

Job Cohen wordt opnieuw burgemeester van Amsterdam.