Sep 122010
 

De berg Massada in de Judean Desert

De kritische verhalen over Israel nemen toe. Het incident rondom het konvooi dat vanuit Istanbul de Middellandse Zee overstak met de bedoeling om de Gaza-blokkade te doorbreken werd breed uitgemeten. Gelijk opgaand met de felle Turkse veroordeling van het Israelisch geweld bij het verijdelen ervan voerde in de Nederlandse pers de verontwaardiging over de 9 doden de overhand boven de objectiviteit van de berichtgeving. Toen gevechten tussen datzelfde Turkije en ‘terroristische’ Koerden enkele weken later meer dan 20 doden tot gevolg hadden, resulteerde dat slechts in een enkel onopvallend artikel. Terwijl deze Koerden dezelfde strijd voeren als de Palestijnen: hun strijd voor een onafhankelijk Koerdistan. Hoogste tijd om de media niet langer blindelings te vertrouwen en Israel zelf te bezoeken.

Bij vertrek op de luchthaven van Keulen vindt een strenge douanecontrole plaats. We worden gefouilleerd, de koffers moeten tot twee keer toe open en mijn wandelschoenen even zo vele keren uit. Vreemd genoeg verhoogt dit eerder mijn gevoel van veiligheid, want door deze procedure is het voor terroristen haast onmogelijk om met gevaarlijke stoffen in het vliegtuig te geraken. Wel maakt dit ons direct duidelijk dat we een land gaan bezoeken, waar men meer dan gemiddeld waakzaam is.

Om 0.45 uur ’s nachts landen we op Ben Gurion bij Tel Aviv en even later worden we buiten door een taxichauffeur opgepikt die ons in 20 minuten naar het hotel in het centrum van de stad brengt. De chauffeur geeft mij een hand ten afscheid. Hoewel 2 uur ’s nachts, wint de opwinding en de honger het van de vermoeidheid en even later zitten we onder het licht van de volle maan op het strand een heerlijke mediterrane salade te eten, schoenen en sokken uit, voeten in het vochtig rulle zand en tien meter verderop de golven van de Middellandse zee. We zijn in het Beloofde Land. Het land dat met talloze bijbelse verhalen diep in mijn kindergeheugen staat gegrift.

Het hotel kent een uitgebreid kosjer ontbijtbuffet, met diverse soorten brood, ei, melkproducten, kaas, vis, verse salades, vruchten en zoete koek. Een verheugend begin van de dag. Vanaf dag één wordt duidelijk dat Israeliërs vooral uitblinken in functioneel en zelfbewust optreden, niet in onderdanigheid of overdreven vriendelijkheid. Wanneer ik de hotelkok bijvoorbeeld een compliment maak met het voortreffelijke ontbijt, antwoordt hij niet met een dankjewel, maar met een simpel: “enjoy”. En als ik een serveerster vraag naar het Hebreeuwse woord voor dankjewel, zegt ze: “Todah, but we don’t use that, we are rude.”

Tel Aviv is een uitgesproken westerse en mediterrane stad. Men treft er vele, vaak verwaarloosde huizen in Bauhaus stijl aan. Overal lopen draden langs muren en het stucwerk bladdert af, maar dat deert de bewoners blijkbaar niet. Wie verwacht traditionele joodse mannen met pijpekrullen, hoeden en zwarte

Moskee in Tel Aviv

kleding tegen te komen, kan beter naar bepaalde wijken van Amsterdam of Antwerpen gaan, want het merendeel van de bewoners is heel modern en vaak uitdagend gekleed, een enkel homostel loopt probleemloos hand in hand en daartussen probeert af en toe een broos oud dametje met perkamenten huid haar weg te vinden. Een op de vijf inwoners van Israël is van Arabische komaf en 16,5% van de inwoners is moslim. In Tel Aviv onderscheiden zij zich in geen enkel opzicht van de rest. Slechts in Jaffa, het oude, van oorsprong Arabische stadsdeel van Tel Aviv, ben ik welgeteld één gesluierde vrouw tegengekomen. Het leven speelt zich veelal op straat af, winkels zijn 24 uur open en alles functioneert als een goed georganiseerde chaos. Zo ook het verkeer, waar bussen, auto’s en vooral scooters schijnbaar probleemloos door elkaar krioelen. De straatnamen en wegwijzers worden weergegeven in het Hebreeuws, Arabisch en Engels, zoals dat ooit is vastgelegd toen Palestina nog een Brits Mandaatgebied was.

Voor de ingang van drukbezochte openbare gelegenheden als restaurants en winkels wordt de binnenkomer gecontroleerd. Bij de grote winkels gebeurt dat door professionele beveiligers, die met piepende apparaten langs je lichaam gaan. Bij de kleinere restaurants zijn dat meestal oudere mannen met een verweerde kop en vaak lange haren, die gemoedelijk op een hoge stoel zitten en af en toe iemand er uitpikken om zijn of haar tas te controleren. Maar lang niet altijd, alsof ze niet meer geloven dat iemand kwaad van zins is. Op grond van hun leeftijd en hun uiterlijk ogen deze mannen als Israelische veteranen uit de zesdaagse oorlog van 1967. De bewoners van Tel Aviv ondergaan dit alles zonder morren, het hoort bij hun dagelijkse routines.

Onderweg naar het strand van Tel Aviv komen we langs een monument in de vorm van twee scheepssilhouetten die het pad waarop we lopen markeren. Op de silhouetten staan foto’s die getuigen van de vele pogingen van Joodse holocaustoverlevenden in de jaren 1946 – 1948 om de Britse blokkade van Palestina per schip te doorbreken en zo het hun ‘Beloofde Land’ te bereiken. De Britten lieten maar een beperkt aantal Joodse immigranten toe, stuurden het merendeel naar opvangkampen in Cyprus en een boot zelfs naar een kamp in Duitsland. Pas bij de onafhankelijkheid van Israel in 1948 komt hier een einde aan en sindsdien hebben alle Joden waar ook ter wereld het recht zich in Israel te vestigen. ’s Avonds in het hotel begin ik aan ‘Exodus’, het boek uit 1957 van Leon Uris dat handelt over deze episode van de Israelische geschiedenis. Het besef me te bevinden op de plek waar de door Uris beschreven incidenten daadwerkelijk hebben plaatsgevonden, raakt me.

Op het strand bevinden zich veel mooie en dartele jonge mensen, die trots zijn op hun land. De gemiddelde leeftijd in Israel is 29 jaar. “Are you tourist? Do you like Israel?” Toeristen vormen hier een uitzondering. Overal op het strand staan prullebakken en houten pergola’s ter bescherming tegen de brandende zon. Een vrouwelijke soldaat in uniform komt het strand opgelopen, naast haar een vriendin in een witte jurk. Bij het uitkleden blijkt ze onder haar uniform geen legergroene bikini te dragen. Een paar uur later loopt ze in een net zo mooie jurk als haar vriendin weer terug. Haar uniform zit in de tas en ze is nu even geen soldate meer. Een jong gezin met twee kinderen zit naast ons. Ze zijn een dagje overgekomen van Jerusalem om van de zee te genieten. Op de strandbal staan afbeeldingen van Jip en Janneke. Die blijken ze gekregen te hebben van de Nederlandse kresjleidster van hun dochter.

We rijden met de sherut naar Jeruzalem. Dat is een kleine busje, waarin maximaal 10 personen vervoerd kunnen worden. Sheruts rijden een vast parkoers en stoppen dan overal waar je ze aanhoudt of waar je er uit wilt. Je stapt in, gaat zitten en geeft het geld door aan de passagier voor je, die het weer verder doorgeeft aan de chauffeur. Op dezelfde manier komt het wisselgeld naar je terug. Waarom hebben wij niet zoiets in Nederland?

In de oude stad van Jerusalem dragen de mensen meer dan in Tel Aviv de sporen van hun eigen cultuur en geloof. Zwarte Joodse hoeden met pijpenlokken, moslima’s met hoofddoeken, nonnetjes in habijt (je moet goed kijken om ze van de moslima’s te onderscheiden) leven op het oog probleemloos naast elkaar.

Via Dolorosa

De Via Dolorosa bestaat uit smalle straatjes, met talloze winkeltjes en luidruchtige  eigenaren, die je voortdurend trachten over te halen iets te kopen. In mijn kinderfantasie zag deze weg, waar Jesus Christus 2000 jaar geleden met het kruis op de nek zijn dood tegemoet ging, er heel anders uit. Aan het eind van de weg, op de heuvel Golgotha staat de kerk van het Heilig Graf, waar mensen knielen voor de steen waarop men  de dode Jesus heeft gelegd nadat hij van het kruis is afgehaald. Ze raken de steen aan, prevelen iets, sommige mensen kussen hem, en huilen. Als we naar de klaagmuur willen, moeten we door een detectorpoortje, als we naar de Al Aqsa moskee willen, worden we door twee Israelische politieagenten tegengehouden; het plein van de moskee is voor westerse toeristen slechts op bepaalde uren van de dag toegankelijk. Dan maar een gesprek over voetbal met deze agenten, want daar laten zij zich makkelijk toe verleiden.

Een van de winkeliers in de zogeheten Shuk van Jerusalem lukt het om mij met een smoes zijn juwelierszaak binnen te lokken. Onder het genot van een heerlijke Arabische koffie raken we in gesprek over het leven in de oude stad. Hij bevestigt mijn indruk dat de doorsnee Armeense, Joodse, Arabische en Christelijke bewoners goed naast elkaar kunnen leven. De oorlog is vooral een politieke en economische kwestie volgens hem. Wanneer de oorlog stopt, zouden ook allerlei subsidiekranen dichtgedraaid worden, en daar zit niet iedereen op te wachten.

Buiten de stadsmuren tref je weer meer de moderne wereld aan: korte broeken, topjes, decolleté’s, weelderige haren. En ja, overal MacDonalds natuurlijk. Het meest irritante aan Israel zijn die vele dominant aanwezige Amerikanen met hun te luide en zeurderige taal, die overal waar ze binnenkomen onmiddellijk bezit nemen van de ruimte. En waar ze iets gedoneerd hebben, staat dat ook steeds met grote letters vermeld. De Israeli’s zelf zijn prima in staat deze nadrukkelijke aanwezigheid te relativeren, blijkend uit de volgende spreuk op een t-shirt in de Shuk van Jerusalem: “Dont worry America, Israel is standing behind you”.

Onze ervaring met de Westbank blijft beperkt tot een dagtrip naar de Dode Zee en de berg Massada in de Judean Desert. Als we bij het autoverhuurbedrijf in Tel Aviv vragen waar we wel en niet zonder gevaar kunnen komen, weigert de verhuurder de naam Westbank in de mond te nemen. Hij geeft ons een kaart van Israel en omcirkelt de gebieden op de Westbank waar het te gevaarlijk is om naar toe te gaan. Ten oosten van Jerusalem rijden we langs de beruchte muur, die zich kilometers lang over de heuvels slingert. Een indrukwekkend schouwspel, dat ongewild een associatie met kampen oproept, hoewel de er achter levende Palestijnen wel oostwaarts kunnen trekken en hoewel de appartementgebouwen aan gene zijde geen armoedige indruk maken. Wanneer we de Westbank binnenrijden en weer verlaten, passeren we controlepunten waar we ongehinderd door mogen rijden, naar ik aanneem vanwege ons Israelisch nummerbord. De route door de Judean Desert is van een wonderbaarlijke schoonheid. Links de Dode Zee met aan de overkant de heuvels van Jordanië, rechts het woeste rotsgebied van de woestijn, in allerlei schakeringen zandkleur. Onderweg zien we tussen de rotsen bedoeïnendorpjes opduiken, opgetrokken uit golfplaat en een enkele keer staat een heuse dromedaris langs de kant van de weg te dromen. We dalen steeds verder af naar het laagste punt van de aarde, voordat we de berg Massada bereiken. Daar schijnen de laatste Joden 4 jaar stand gehouden te hebben tegen de Romeinen, alvorens ze collectief zelfmoord hebben gepleegd in het jaar 73 na Christus.

Op de terugweg stoppen we bij het dorpje Kalya aan de noordpunt van de Dode Zee, om te kijken of je echt op je rug liggend in het zoute water de krant kunt lezen. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn. Na betaling van 50 shekel (10 euro) per persoon aan de uitbaatster mogen we een afgeschermd stuk strand betreden met minimale voorzieningen. Bij het zien van de vele Palestijnse jongens op het strand betwijfelen we of zij ook zo’n bedrag hebben moeten betalen. Waar we geen rekening mee hebben gehouden is de opdringerigheid van deze jongens bij het zien van mijn vrouw in bikini. Ze stromen toe als bijen op honing en stoppen op minder dan een meter afstand om haar vervolgens ongegeneerd te bekijken. Ik gebied mijn vrouw dichter bij mij te blijven, hetgeen indruk maakt op de jongens en ze trekken zich stilletjes terug. Wanneer we uit het water komen, blijkt een paar sandalen verdwenen te zijn. We laten ons plezier daardoor niet vergallen en genieten van de meegenomen picknick en het mooie uitzicht. Of deze ervaring exemplarisch is voor het leven op de Westbank kunnen we op grond van deze ene dag niet concluderen.

Bij terugkeer in Nederland probeer ik op een familiefeestje aan het kritische gehoor duidelijk te maken dat Israël een open samenleving is en het leven van alledag zich nauwelijks onderscheidt van het leven in Nederland. Niet alleen de westerse pers maakt een karikatuur van het land, blijkend uit de reactie van een der nichtjes dat wij hier in Nederland geen mensen doodschieten. Later, op de terugweg naar huis denk ik nog na over deze opmerking. Hoe zou Nederland reageren, wanneer een gewapende groepering voortdurend raketten op ons land afvuurt, met de boodschap dat men de Nederlanders de Noordzee in wil drijven? (in de afgelopen maand mei zijn er bijv. vanuit Gaza veertien raketten en zeven mortiergranaten op Israëlische steden en dorpen afgeschoten). Zouden we dat tijdenlang zonder gewapende reactie laten gebeuren? En wellicht is het leerzaam mijn nichtje de recente geschiedenis van de Molukkers in herinnering te brengen. Deze mensen hebben we jarenlang in (tijdelijke) kampen gehuisvest, met de terugkeer naar een onafhankelijk Ambon als utopisch vooruitzicht. Toen ze in de gaten kregen dat Nederland geen enkele moeite deed om dit vooruitzicht te realiseren, heeft een aantal van hen in 1977 een trein gekaapt  bij het dorpje de Punt. De toenmalige minister van justitie Dries van Agt heeft met behulp van mariniers en Starfighters een gewelddadig einde aan deze treinkaping gemaakt, waarbij twee gegijzelden en zes kapers werden gedood. Dezelfde Dries van Agt die het momenteel zo nadrukkelijk voor de Palestijnse zaak opneemt. Nu, ruim 30 jaar later, hebben de Molukkers zich met hun lot verzoend en zijn grotendeels geïntegreerd in de Nederlandse samenleving.

Natuurlijk had ik hier ook een verhaal over de ellende van de Palestijnen kunnen schrijven, dat rechtvaardigt waarom ze onze sandalen bij de Dode Zee stelen en waarom zij zich zo schaamteloos opdringen aan mijn vrouw. Maar dat verhaal is al zo vaak geschreven.

  4 Responses to “Ook dit is Israel”

  1. Prachtig stuk! En een schoolvoorbeeld van de realiteit dat je één en dezelfde wereld door verschillende ogen kunt bekijken. Er is geen waarheid, er zijn verschillende invalshoeken/zienswijzen. Veel mensen zullen helemaal niet beseffen dat hun mening, over met name ver-van-mijn-bed kwesties, volledig afhankelijk is van de berichtgeving in de media. Misschien niet eens door wat de media laat zien, maar vooral door wat de media niet laat zien. En ook al kun je door bijvoorbeeld het internet alle invalshoeken veel makkelijker bekijken, ik denk dat niet veel mensen dit doen. En dat is natuurlijk ook geen schande. Een mens kan niet over elke kwestie een studie beginnen en het land bezoeken, om pas zijn mond open te doen als hij op de hoogte is van alle voors en tegens. Maar ik vind het wel verfrissend om eens een ander geluid te horen over deze, zo vreselijk ingewikkelde, kwestie.

  2. Leuk stukje over jouw eerste kennismaking met het land en de mensen. Hoe vaker je komt, hoe beter je een en ander begrijpt. Hoe meer mensen gaan kijken, hoe beter de situatie kan worden begrepen. Het is complex daar. Jouw nichtje weet er blijkbaar veel van……..

  3. Ook in Nederland worden mensen doodgeschoten…….

  4. Mijn sandalen zijn vorig jaar ook gestolen, bij waterworld op gran canaria ;o)
    (aanschafwaarde 2 euro)

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)