Mrt 092010
 

Stel u wordt voortdurend geterroriseerd door een groep straatjochies, die als gemeenschappelijk kenmerk hebben dat ze roodharig zijn. U bent bang om de deur uit te gaan, want ze intimideren u en u bent boos omdat ze u in uw vrijheid beperken. Op de tv ziet u dat zich op andere plaatsen soortgelijke problemen afspelen met roodharige straatjochies. U staat niet meer alleen en na de zoveelste intimidatiepoging maakt u van uw hart geen moordkuil meer en durft u te roepen: “Weg met dat roodharig tuig!” Door welke politicus voelt u zich dan het meest gesteund:

door meneer W. die zegt: “U hebt gelijk, het is allemaal tuig en ik ga daar onmiddellijk iets aan doen”,

of door meneer B. die zegt: “Ik snap uw probleem, maar er zijn ook veel goedwillende mensen met rode haren”.

Te vaak zie ik politici in debatten over criminaliteit en veiligheid in reactie op de absolute uitspraken van Geert Wilders de kanttekening plaatsen dat lang niet alle Marokkaanse jongeren in de criminaliteit terecht komen. Hoe waar hun ‘ja, maar…’opmerking ook is, zij doen op dat moment een beroep op het geweten van de mensen en gaan daarmee voorbij aan de diepliggende gevoelens van onveiligheid, boosheid en onrechtvaardigheid over deze overlast bezorgende jongeren. Het gevolg is dat grote groepen mensen zich door deze politici niet gezien voelen, teleurgesteld raken en afhaken. En vervolgens staat Geert Wilders met open armen vol begrip voor hun onderbuikgevoelens klaar om ze op te vangen. Een deel van zijn sympathisanten zal hij ongetwijfeld weer kwijtraken doordat hij veel te ver doordraaft met zijn tenenkrommende uitspraken over moslims, maar vooralsnog weet hij op deze wijze zo’n 20% van de kiezers blijvend aan zich te binden en vormt daarmee een bedreiging voor de stabiliteit van ons politiek bestel. En hoe groot zal daarnaast het percentage zijn dat stilletjes denkt: “Ergens heeft hij wel een beetje gelijk”, maar dat om politiek correcte redenen niet hardop durft uit te spreken?

Moeten de andere politici de stijl van Wilders overnemen om de verloren kiezers weer terug te winnen? Het antwoord luidt ja en nee.

Ja, door het probleem van de overlast bezorgende jongeren van veelal Marokkaanse afkomst serieus te nemen. De politici moeten veel meer dan nu bij de angst en de boosheid van de mensen stil blijven staan en er begrip voor tonen. Zij moeten de mensen duidelijk maken hoe ze denken deze problemen op te lossen en kunnen daar als  vanzelfsprekend in opnemen dat de Marokkanen die niet over de schreef gaan daar een belangrijke rol in moeten spelen. Maar vooral niet meer met ‘ja maar, er zijn ook ……’-opmerkingen een beroep doen op het geweten van bange en boze mensen.

Nee, door niet op de provocerende uitspraken van Wilders over de islam te reageren. Wanneer ze dat wel doen, laten zij zich door hem in de rol van moraalridders dwingen, die zich genoodzaakt zien het op te nemen voor de vele goede moslims. Dan is het voor Wilders nog maar een inkoppertje om ze te betichten van het voorbijgaan aan de problemen van al die mensen die helemaal niet bezig zijn met de vraag of er ook goede moslims zijn, maar zich zorgen maken om hun veiligheid.

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)