Apr 212010
 

Het strenge katholieke regiem van de jaren vijftig in de vorige eeuw gekoppeld aan de levensdrift van mijn ouders maakte dat ik uit een groot gezin kom; vader, moeder en tien kinderen, waarvan acht meisjes. Plus een oudoom, die de tuin onderhield. Mijn moeder wilde in het voorjaar wel eens de uitgebloeide narcissen wegsnijden, maar verder kwam ze niet. Daarvoor had ze het te druk met de vele andere taken die horen bij het managen van een klein bedrijfje met tien opgroeiende consumenten en een mededirecteur wiens aandeel zich beperkte tot het vergaren en overhandigen van het maandelijkse salaris. Een in die tijd nog als normaal geziene taakverdeling: moeder en dochters de huishoudelijke taken, vader het werken buitenshuis en de jongens het grovere werk in en rondom het huis als kolen scheppen, kachels brandende houden en ’s zomers meer en meer in de tuin meehelpen.

De oudoom bleek de redding voor de tuin, die ruim 50 meter diep was en deels uit siertuin, deels uit moes- en vruchtentuin bestond, met bessenstruiken, een grote kersenboom en een schrale perzikenboom met vruchten die nooit echt rijp wilden worden. Tijdens het seizoen kwam hij twee keer in de maand langs op zijn fiets, een kleine, ietwat gezette, maar vooral stevige man. En hij begon te spitten, te zaaien, te wieden, te oogsten en te snoeien, al naar gelang het jaargetijde. Van deze oudoom heb ik het tuinieren geleerd. Hij liet mij al snel dingen doen, stond er bij en gaf aanwijzingen. Meestal in eenlettergrepige woorden, want veel praten deed hij niet. Blijkbaar dartelde daar in die tuin dan ook nog mijn kleine broertje rond, die echter geheel aan mijn aandacht ontsnapte.

Mijn kleine broertje, ons leeftijdsverschil was toen te groot om hem als serieuze sparring-partner te kunnen zien. Ik schijn hem nogal geplaagd te hebben, goedbedoeld, maar toch. En als ik na een avondje uitgaan mijn vriendin mee naar huis nam – mijn ouders waren behalve katholiek ook vrijzinnig, in tegenstelling tot haar ouders, maar die dachten dat ze bij een van mijn zussen sliep – maakte ik mijn broertje wakker, die dan zonder te morren zijn plaats in bed aan haar afstond en elders in het grote huis een plek zocht waar hij verder kon slapen. Ook heb ik hem in een puberale opwelling eens zo ver gekregen om tijdens een zwoele zomernacht vanuit het raam van onze slaapkamer samen naar de nok van het hoge dak te klimmen en daar de volle maan te bewonderen, grote broer en kleine broer.

Nu is het 45 jaar later en heb ik mijn eigen, nog grotere tuin, deels siertuin, deels moes- en vruchtentuin, met nog jonge bessenstruiken, kersen- en appelbomen. Maar ook heb ik een hernia en kan ik het grove werk tijdelijk niet zelf doen. Dus komt mijn broer een keer per week langs op zijn fiets, een kleine, ietwat gezette, maar vooral stevige man. En hij begint te spitten, te zaaien, te wieden, en naar verwachting later in het jaar ook te oogsten en te snoeien. Dat alles onder mijn toeziend oog. Blijkbaar heeft hij tijdens die speelse kinderjaren als jongere broer in de tuin meer opgestoken dan ik dacht, want veel aanwijzigingen hoef ik hem niet te geven. Dit kleine verleden schiet aan mijn geestesoog voorbij, wanneer we gezamenlijk de moestuin aan het bewerken zijn om een week later aardappelen te kunnen poten. Bij hem gebeurt hetzelfde, blijkend uit de opmerking die hij tussen het spitten door maakt: “Wie had 45 jaar geleden gedacht dat we nu hier zo samen bezig zouden zijn?” Onze oudoom heeft meer gezaaid dan hij zelf wist.

  2 Responses to “Stille reünie”

  1. De groententuin, al meer dan een jaar zit ik te wachten op de Belgische boer die ons stukje land zal freezen en inzaaien. Pas daarna kan de groentenuin van start gaan. Afgelopen weekend heeft het freezen plaatsgevonden. Vandaag zou er aarde bijkomen, walsen en inzaaien plaatsvinden. Jammer, in België is een afspraak een zeer breed begip. Ondertussen staan mijn voorgezaaide plantjes voor de kleine raampjes te smachten naar de volle grond. De rest van het zaaigoed zit nog in de zakjes. Ook te popelen om de grond te proeven.
    De plantenkas, gekregen voor mijn verjaardag, is nog ingepakt. Eerst die boer, hij leek zo aardig en betrouwbaar. Daarna mag ik volop aan de slag. In mijn dromen / wensen doe ik met beide broers mee. Toen en blijkbaar nog steeds blijft het vooralsnog bij dromen.

  2. Zeven zonen, Frans, dat zou ook een passende oplossing kunnen zijn geweest. Twee dochters, wat moet je ermee, met een tuin van meer dan 50 meter diep?
    Tuinieren was ook mijn ding, ook deels ingegeven door de vakanties bij mijn opa in Malden bij Nijmegen en ben ik nu heel gelukkig met een balkon met vijf bloembakken. Geen zeven zonen nodig en ook geen dochter.

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)