Apr 092010
 

In de Gelderlander van 7 april lees ik dat het beeld van de ‘Kammende Baadster’ is gestolen. Het bronzen kunstwerk van de Zwitserse beeldhouwer Hermann Hubacher (1885 – 1976) is in 1958 bij de spiegelvijver in het rosarium van het Goffertpark te Nijmegen geplaatst en heeft daar ruim 50 jaar ongeschonden gestaan, alsof de baadster, nog nadruppelend, zojuist vanuit de vijver op de sokkel is geklommen. Die sokkel is nu leeg, het beeld is er van afgezaagd. Ergens doet de baadster mij aan de Kleine Zeemeermin in Kopenhagen denken. Ook dat beeld is onlangs trouwens van zijn sokkel gehaald, maar dit slechts tijdelijk, om tentoongesteld te worden op de WorldExpo in Shanghai. Bovendien heeft de kleindochter van de kunstenaar die het beeld heeft gemaakt een in haar bezit zijnde kopie op de sokkel in Kopenhagen laten plaatsen, zodat bewonderaars niet voor niets komen.

Het beeld van de Kammende Baadster zien we naar alle waarschijnlijkheid nooit meer terug, want volgens de Gelderlander wordt dit soort kunstwerken niet gestolen om zijn kunsthistorische waarde, maar om die van het brons waarvan het is vervaardigd. Om die waarde te verzilveren smelt men het beeld weer om en krijgen de daders er een paar honderd euro voor (brons kost ongeveer € 5,- per kilo). Een treurig stemmend voorbeeld van deze tijd, waarin het respect voor schoonheid en uniciteit ondergeschikt is gemaakt aan financieel gewin. Schoonheid als intrinsieke waarde dreigt meer en meer verloren te gaan.

Ik herinner mij de jaren 70, onze eerste vakantietochtjes, met een besteleend – voor de jongere lezers: een eenvoudige citroën met klapdeurtjes achter – en een trekkerstentje, op weg naar Zuid-Frankrijk. We hadden de mooiste routes uitgestippeld, dwars door de Franse Alpen. Daar kwam ik voor het eerst het verschijnsel tegen dat schoonheid – in dit geval de schoonheid van de natuur – ondergeschikt werd gemaakt aan financieel gewin, in de vorm van schreeuwende reclameborden langs de wegen. Ik vroeg me toen af of de mensen in Frankrijk gek geworden waren door die lelijke borden voor hun mooie natuur te plaatsen. Onze natuur was weliswaar minder mooi, maar dit soort rare fratsen haalden wij er in ieder geval niet mee uit. Dacht ik, toen. Vandaag de dag weten we niet beter; we zien het niet eens meer. Overal waar we komen schreeuwt de reclame ons tegemoet. Schoonheid is uit, zoals op deze site al eerder werd geconstateerd.

Ik vraag mijn vrouw wat we toch moeten doen met dit soort vandalen, dat zonder enig respect voor schoonheid zo’n onvervangbaar beeld steelt, het om laat smelten en het brons waarin het beeld gegoten is voor een handvol euro’s verkoopt. Mijn vrouw, die erg van kunst en van schoonheid houdt, is nogal nuchter van aard en antwoordt zonder een moment te aarzelen: “Ook omsmelten.”

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)