Mrt 082017
 
Ferdinand Bordewijk schreef Bint in 1934

Ferdinand Bordewijk schreef Bint in 1934

Mag je Bint, de roman van Ferdinand Bordewijk (1934) een verhaal van liefde noemen? Want dat is het namelijk. Menig scholier die Bint voor de leeslijst heeft gelezen, krabt zich bij deze stelling achter de oren. Liefde…? Tucht! Wreedheid! Liefdeloosheid, bedoel je! Zo hard als de hoofdpersoon, docent meneer De Bree met zijn leerlingen omgaat: dat is geen liefde. Ouders van nu zouden en masse klagen bij de Inspectie van het Onderwijs als hun tieners les krijgen van een sadist als De Bree. Waarschijnlijk zal de Inspectie hun klachten gegrond verklaren.

De Bree geeft les – waarschijnlijk Nederlands – aan de vierde klassen op de middelbare school in verval. De naamloze school van directeur Bint, in een niet bij naam genoemde stad, sluit over twee jaar. Tweederde van de klaslokalen staat leeg. Al jaren doet de school met zeven klassen het zonder brugpiepers. De boeken in de schoolbibliotheek zijn kapot en verouderd. ‘De school sterft’, zegt een docent.

De Bree adoreert Bint en zijn filosofie. De directeur eist   ‘Stalen Tucht’. De jeugd is zijns inziens verwilderd. Bint gruwelt van losbandige jongeren die elkaar op zondag ontmoeten, zouden flaneren en zouden vrijen in het openbaar. Zijn leerlingen moeten gehoor- en volgzaam zijn. Zij moeten de steunpilaren en het cement van de maatschappij worden. Bint wil hiertoe zogenoemde ‘reuzen’ opleiden. Iedere leerling die hiervoor ongeschikt is, wordt van school verwijderd. Scholier Van Beek springt, nadat hij met Kerst met een zwak rapport van school is getrapt, in de gracht en sterft vlak daarna aan longontsteking.

De Bree deelt de filosofie van Bint en heeft groot ontzag voor de directeur. De Bree hekelt de jeugd die op gelijke voet met haar ouders staat. Het adoreren van het kind, leidt volgens hem tot verval en zwakke burgers. Alleen tucht stopt deze achteruitgang. Hierom verklaart De Bree klas 4D – typografie van auteur overgenomen – op zijn eerste werkdag hardop de oorlog. Stalen tucht heerst. Waarom? De leerlingen hebben de vorige docent weggepest. Ze zetten de stoel van De Bree op het randje van de verhoging. De Bree laat zich niet foppen en verzet zijn stoel, voordat hij gaat zitten. Hij noemt de actie vijandig! Kattenkwaad dekt de lading volgens de lezer beter. De Bree laat leerlingen wekenlang nakomen; sommigen zelfs tot zaterdag 22H00. Ook toentertijd uitzonderlijk.

De Bree noemt klas 4D ‘de hel’. Het is een klas met 25 verschoppelingen. 25 kinderen met een vlekje. Iedere docent die zo praat en denkt over zijn klas, zou ontslagen moeten worden. In gedachten ontmenselijkt De Bree zijn leerlingen. De tanden van Whimpysinger zijn beschimmeld. Ten Hompel heeft een tik, omdat hij naar insecten hapt. Nittikson heeft regelmatig schuim om de lippen, doordat hij epileptisch is.

De lezer herkent echter de emoties van de kinderen. Ze doen misschien een beetje raar en zijn niet moeders mooiste, maar het zijn mensen. Net als jij en ik! Na een aantal weken vragen de leerlingen De Bree beleefd: ‘Meneer is het nog steeds oorlog?’. Tranen rollen bijna over de wangen van de lezer. Bordewijk kan met een enkele zin tedere emoties oproepen. Het zijn geen monsters! Als de leerlingen voor straf de middagpauze moeten overslaan, bellen verontruste ouders naar de school om te vragen waar ze blijven. De ouders houden van ze!

De leerlingen zijn niet doortrapt en slecht. Ze huilen als ze straf krijgen. De lezer voelt met ze mee. Ze experimenteren, zijn levendig, ongepolijst en zoeken grenzen op. Met de juiste aandacht en begeleiding kunnen deze kinderen het ver schoppen.

De Bree begint gaandeweg het schooljaar te twijfelen aan zijn eigen filosofie. Genegenheid wint het van vijandigheid en tucht. Klas 4D corrigeert zichzelf als medeleerlingen uit de pas lopen. Tijdens een schoolreisje verdwijnen twee klasgenootjes. Als het duo ’s avonds weer opduikt, treden de anderen op. Met het nodige geweld, dat dan weer wel. Het blijven ongepolijste tieners. De klas, De Bree incluis, maakte zich zorgen over de twee. Uit het pak rammel, blijkt de liefde. Idioten, waar waren jullie nou?!

De Bree gaat van zijn leerlingen houden. Hij mist ze als ze er niet zijn. Zou hij eerst een jaar les geven, na de zomervakantie geeft hij de brui aan zijn dissertatie en wetenschappelijke loopbaan. Want hij weet: én lesgeven én een proefschrift schrijven, is onmogelijk. Hij kiest voor zijn leerlingen. Hij voelt liefde voor de klas!

Bordewijk roept op virtuoze wijze met weinig woorden gevoel op. Als De Bree in gedachte alle vreemde eigenschappen en uiterlijke kenmerken van de leerlingen opmerkt, zegt hij: ‘Er was goud mee te verdienen op de kermissen.’.

Bint leest als maatschappijkritiek. Toen het verhaal in 1934 werd gepubliceerd, regeerden Hitler en zijn nazi’s in Duitsland. Untermenschen, oftewel zij die niet tot het Arische ras behoorden, werden uitgesloten, opgesloten en vervolgd. Klas 4D zou Hitler niet hebben overleefd.

De Bree beseft dat de leerlingen vooral mensen zijn met dezelfde, herkenbare emoties als alle anderen. Juist dat weet Bordewijk zo virtuoos over het voetlicht te brengen. Bint ontroert en laat de lezer vol bewondering achter. Bordewijks’ Bint gaat over stalen tucht, maar is een roman van onderhuidse liefde!

 

 

 

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)