Apr 052010
 

“Eigenlijk ben ik pas vrij laat met schilderen begonnen. In vroeger tijden ging men al op jonge leeftijd bij een meester in de leer om het ambacht onder de knie te krijgen, dus wat mijn voorgangers betreft kamp ik met een achterstand, die ik de afgelopen 20 jaar met volle inzet heb proberen weg te werken. Om het een roeping te noemen gaat iets te ver, het is meer een kwestie van mijn talenten willen uitdiepen, gekoppeld aan het op de juiste momenten van mijn leven de juiste mensen tegenkomen. De eerste tien jaar ben ik vooral bezig geweest om andere schilders op me in te laten werken en heb daarvoor vele musea en exposities bezocht. Aanvankelijk vooral op zoek naar alles wat maar modern en betekenisvol was. Op den duur bleek moderne kunst te vrijblijvend voor me en ben ik meer gaan houden van de vorm en van het proces van totstandkoming van het schilderij. Bij de oude meesters vond ik regels en voorbeelden, waar ik me op ben gaan richten, in de veronderstelling dat het een fase was om de technieken van het schilderen in de greep te krijgen. De grap is dat deze oude meesters mij in hun greep hebben gekregen en een hele nieuwe wereld voor me hebben geopend. Zo heb ik in de loop van 20 jaar langzaam mijn eigen stijl ontwikkeld.

Op het eerste oog lijkt die eigen stijl, met name bij de stillevens, een kopie te zijn van de oude meesters uit de 17e eeuw. Dat wordt nog versterkt doordat ik ook voorwerpen uit die tijd schilder. Wat me aanspreekt in de 17e eeuwse schilderkunst is de romantische sfeer in de kleuren, de subtiliteit van de grijswaarden, de belichting, de plaatsing van de objecten, de balans, de gulden snede. De schilder uit de 17e eeuw is veel meer gericht op schoonheid en poëzie. Niet zijn ego staat centraal, maar zijn werk. De standaard voor een goed schilderij vindt men in die periode, net zoals de standaard voor een goede viool in een bepaalde tijd ligt. Niet voor niets staan duizenden mensen maandelijks in de rij om de Nachtwacht te bekijken.

Kenmerkend voor die tijd is ook de beweging waartoe de schilder de toeschouwer probeert te verleiden, met behulp van de lichtval, de compositie en de grilligheid van de vormen. Deze elementen zorgen ervoor dat het oog van de toeschouwer over het schilderij dwaalt. Men heeft mij wel eens gevraagd waarom ik in mijn stillevens geen gebruik maak van eigentijdse voorwerpen of bijvoorbeeld een iPhone tussen de andere, meer klassieke voorwerpen leg. Een iPhone is net als vele eigentijdse voorwerpen overduidelijk een product van deze technologische tijd, dat door zijn rechthoekige, symmetrische vorm het tijdloze, de spanning en met name de hele beweging uit het kunstwerk zou halen. De hedendaagse objecten missen de onvoorspelbaarheid van de vorm, die men in de 17e eeuwse voorwerpen wel aantreft, omdat het handwerk is.

Deze op schoonheid en beweging gerichte sfeer uit de 17e eeuw probeer ik in mijn schilderijen terug te laten komen. Toch zijn het werken uit deze tijd. Al is het maar omdat ik ze nu schilder en niet 400 jaar geleden. Ik kan simpelweg niet kijken als iemand uit de 17e eeuw, want mijn kijken draagt de sporen van deze tijd. Maar ook bepaal ik als regisseur van het schilderij hoe het decor er uitziet, welke hoofd- en bijrollen ik opvoer, hoe ik deze in het decor neerzet, hoe de belichting er uitziet. Kortom, ik ben degene die de compositie bedenkt en ik maak daarbij gebruik van concrete modellen, voorwerpen en foto’s die ik vanuit meerdere beelden samenvoeg tot een interessant geheel. Bij het schilderij van de zeepbel bijvoorbeeld heb ik mijn dochtertje June als hoofdpersoon geplaatst in een omgeving die ik vanuit foto’s heb samengesteld. Je kijkt eerst naar de trap, het lichte deel, dan kom je uit bij het kind en de blik van het kind leidt je naar de zeepbel tegen de donkere muur. De zeepbel is ook donker, je gaat er naar zoeken omdat June ergens naar kijkt. Dit samenspel van kleur, lichtval, compositie en beweging creëert de spanning in het schilderij.

Naakten schilder ik ook meer eigentijds, geïnspireerd door de 19e eeuwse Waterhouse en Tadema en met modellen die slanker zijn. Nadya tussen de appelen is daar een sprekend voorbeeld van. Het model heb ik van internet afgehaald. De appelen heb ik daadwerkelijk gekocht, om te zien hoe zo’n berg zich gedraagt, er uitziet, wanneer er een model midden in gaat zitten. En het geheel geschilderd in de romantische kleur- en lichtschakeringen van de 17e eeuw. En kijk ook eens naar mijn portretten. Met name daar kun je overduidelijk zien dat het om hedendaagse mensen gaat, terwijl ik toch telkens probeer dat eigene uit de 17e eeuw erin te verwerken, die typische sfeer in kleuren en lichtstelling. Bij naakten en portretten is het ook makkelijker om het hedendaagse met de idealen van de 17e eeuw te combineren, omdat de hedendaagse mens – nog steeds – met de hand gemaakt is, inclusief de unieke ‘grilligheid’ van ieder lichaam, die garant staat voor de tijdloze spanning in het schilderij.

De gangbare moderne kunst kenmerkt zich door een te grote ego-gerichtheid en een schromelijk gebrek aan technische vaardigheid. Men meet zijn roem af aan de waardering in geld. De kunsthandel en dus de economie dicteert momenteel de beleving van de kunst in verregaande mate. Daar zijn we zo mee vergroeid dat we niet meer beseffen wat kunst kan inhouden. Ik laat me niet leiden door de kunstpausen, streef naar onafhankelijkheid en heb er voor gekozen om in de kunstwereld de kont tegen de krib te gooien. Door juist te kiezen voor de klassieke versie stel ik het holle van de moderne kunst aan de kaak. Ik zie mezelf als ambachtsman en ik schilder schilderijen. Laatst kwam ik in een kroeg een lange, wat oudere man in regenjas tegen, een bekende kunstenaar volgens een vriend. Toen ik op een gegeven moment naast hem stond, heb ik een snuivend geluid gemaakt, met de woorden: “ik ruik terpentijnlucht, bent u toevallig schilder?” “Lijkt me niet goed mogelijk, want ik schilder uitsluitend met acryl. Maar u bent ook kunstenaar?”, was het antwoord. “Nou, ik noem mezelf schilder.” “Oh, dan bent u amateur. Als u zichzelf geen kunstenaar durft te noemen bent u voor mij een amateur.” De grootste kunstenaars zullen nooit zo hoog van de toren blazen, die zijn heel bescheiden, zonder kapsones. Iemand die vertrouwt op zijn kunst, gaat er van uit dat het schilderij zelf zijn werk doet en hoeft er niet veel bombarie omheen te maken.

Mijn bijdrage is een eigen weergave van de werkelijkheid, die zich kenmerkt door in deze tijd een nieuwe invulling aan de oude meesters te geven.  Ik streef er naar om kleine stilteplekken te creëren waar de toeschouwer rust, schoonheid en genot kan ervaren. In eerste instantie kenmerkt mijn werk zich niet door een maatschappelijk engagement, het is niet moralistisch. Inhoudelijk kan het echter zeker een diepere betekenis hebben. Zo kun je in het schilderij van June en de zeepbel een diepere bedoeling zoeken achter de compositie van het jonge kind in het lichte deel van schilderij, dat de trap is afgedaald en geboeid kijkt naar de zeepbel tegen de zware, donkere muur, de moloch. Of kijk naar Nadya op haar knieën tussen de appelen. Een duidelijke verwijzing naar het verhaal van Adam en Eva, naar overdaad, zinnenprikkeling, maar ook naar de opgave om tussen de harde appelen te zitten. Ik kan uren praten over alle overwegingen die ik gemaakt heb bij het maken van het schilderij.

Ik heb nu een bepaalde status opgebouwd en als je wil leven van je kunst, wat ik doe, dan moet je rekening houden met je publiek en zuinig zijn met de reputatie die je hebt. Toch denk ik dat mijn ontwikkeling zal leiden tot schilderijen die meer betekenis gaan krijgen, meer eigentijds, meer moralistisch gaan worden, de toeschouwer meer aan het denken zullen zetten.  Zo loop ik met het plan rond om een levensgroot schilderij van een olifant te maken die bijna omvalt. Dat beeld heeft een boodschap, is een aanklacht tegen de samenleving. Zelfs een bijna prehistorisch dier kan omvallen; alles wat onwankelbaar lijkt kan toch omvallen. Door het schilderij levensgroot te maken, komt de dreigende val echt op de toeschouwer af en wordt het effect pas echt voelbaar. Dat raakt de buik en stemt tegelijkertijd tot nadenken. En dat alles geschilderd in de klassieke sfeer, door het zonder gebouwen of bomen als achtergrond in claire obscure te schilderen. Ook wil ik een décolletee-reeks gaan maken, zwaar opgemaakt en heel eigentijds, maar dan gecombineerd met alle middelen die mij uit de 17e eeuw ter beschikking staan.”

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)