Okt 052012
 

Het kleine maar daarom niet minder waardevolle boekje Geld en goed van Hanno Wupper, door ondergetekende in het Nederlands vertaald, toont ons welke invloed geld heeft op onze samenleving. De titel Geld en goed verandert in de tekst al snel in geld = goed, een moraal met een verwoestende uitwerking op de grondbeginselen van onze samenleving. Leven we echt in vrijheid, gelijkheid en broederschap met elkaar, of gelden deze begrippen meer voor mensen die er voor betalen en minder voor hen, die daarvoor onvoldoende middelen hebben? Het boekje eindigt met een verrassende en zorgwekkende vergelijking, maar lees hier het begin:

Arbeid

Arbeidsdeling is een nuttige uitvinding. U hoeft niet alles wat u in het leven nodig hebt zelf te verzamelen, u hoeft niet te jagen, te telen, te bouwen, te weven en te looien. U doet slechts dat waar u goed in bent en doet dat ook voor uw medemens. Bijvoorbeeld muziekinstrumenten of huizen bouwen, zieken verzorgen, groente kweken of dieren fokken, of koken, kinderen iets leren of de doden netjes begraven. Daarvoor krijgt u geld en daarmee kunt u weer nuttige zaken of diensten van anderen kopen. Omdat ieder doet waar hij goed in is, blijft tijd over, waarin men de vruchten van de cultuur kan plukken: boeken lezen, muziek luisteren of zelf musiceren, kunstwerken bekijken. En ieder kan ook zelf een kleinere of grote bijdrage aan de cultuur leveren: misschien slechts in gesprekken, maar misschien ook door zelf een boek te schrijven of een schilderij te maken.

Wie harder werkt of dingen van een hogere kwaliteit produceert, verdient meer en kan zich meer veroorloven. Geen redelijk mens zal hem dat kwalijk nemen.

Als u goed kunt organiseren en goede ideeën hebt, kunt u zelfs een bedrijf stichten en medewerkers in dienst nemen. Als het de medewerkers goed gaat, zullen ze u dankbaar zijn. U kunt ook dan nog veel geld verdienen en u bijzondere dingen veroorloven. Wellicht verzamelt u kunst en geeft die in bruikleen aan een museum. Of u ondersteunt jonge muzikanten of wetenschappers. Of u doneert aan goede doelen. Of u permitteert zich zoiets ongewoons als renpaarden. Soms zult u uit uw slaap gehouden worden door zorgen om uw medewerkers of klanten. Dat hoort erbij. In romans leest u dat u niet de enige bent die zorgen heeft.

Zo kunt u niet alleen aangenaam leven, maar neemt u ook deel aan de cultuur en weet u dat hetgeen u doet ook anderen helpt en blij maakt. U bent een goed mens. Dat is helemaal niet moeilijk.

Geld

Als u geld overhoudt, maar het niet wilt uitgeven, kunt u het iemand lenen, die net te weinig heeft, bijvoorbeeld omdat hij door een ongeluk hogere uitgaven heeft dan hij kan betalen, of omdat hij een goed idee heeft maar niet over de middelen beschikt om het te realiseren. Zo kan men elkaar helpen. Dat heeft veel met vertrouwen te maken. De schuldheer vertrouwt erop, dat de schuldenaar zijn schuld zal terugbetalen. De schuldenaar vertrouwt erop dat de schuldheer het overeengekomen onderpand, bijvoorbeeld een huis, ook echt alleen als zekerheid beschouwt en niet als middel om zich te verrijken.

Het Christendom heeft lange tijd verboden om rente te vragen voor geleend geld. De islam verbiedt het nog steeds. Ondertussen beschouwen wij een matige rente niet als verwerpelijk, maar woekerrentes, waarmee men de schuldenaar in een steeds grotere afhankelijkheid plaatst, zijn bij wet verboden.

U kunt ook aandelen van een bedrijf kopen. Dan draagt u in slechte tijden een deel van het risico en ontvangt in goede tijden dividend.

Helaas kan men met geld meer doen en hoe u zich daartoe verhoudt, beslist over de vraag of u een goed of een slecht mens bent.

Speculeren

U steekt uw energie bijvoorbeeld in speculeren. U koopt van een arme donder, die in geldnood verkeert, iets dat in waarde stijgt en verdient daarmee geld zonder enige vorm van eerlijke arbeid. Vroeger zat er een luchtje aan speculeren, maar u en andere speculanten zijn er vandaag de dag in geslaagd om argeloze politici te laten denken dat het goed is. Wie hard werkt, die mag rustig meer verdienen. U bent met speculeren rijk geworden, dus hebt u harder gewerkt. Dat deze gevolgtrekking logisch gezien onzin is, merkt niemand meer wanneer men ze maar vaak genoeg herhaalt.

Ja maar, zult u zeggen, men moet toch  nu en dan speculeren om geld voor investeringen te hebben. Het doel heiligt de middelen nietwaar? – Dat is een lastige discussie waarop we hier niet verder ingaan. We stellen slechts vast, dat het doel bij u vaak niets anders is dan nieuwe speculaties, die verder speculeren mogelijk maken, zodat u nog meer kunt speculeren.

Productiemiddelen

Of u eigent zich schaarse productiemiddelen toe. Lang geleden waren dat landerijen, daarna machines en vandaag zijn het vooral rechten en patenten, zelfs rechten op lucht en zendfrequenties in de ether. Of hele water-, stroom- en spoornetwerken van steden en landen. U kunt dan de prijzen en de lonen dicteren, u hebt macht over alle medewerkers en klanten en hoeft steeds minder op de kwaliteit te letten, omdat niemand meer zonder u kan.

Jaren geleden heeft een Duitse bondskanselier zijn landgenoten eens gerustgesteld: het land, de provincies en gemeentes hebben inderdaad een hoge schuldenlast, maar daar zouden ook enorme bezittingen tegenover staan. De spoorwegen, metro’s, waterleidingen, ziekenhuizen, sociale woningbouw, het telefoonnet enz., dat alles was toch bezit van de gemeenschap. Helaas waren de politici en burgemeesters na hem zo geldbelust en stom, dat ze al deze bezittingen aan mensen zoals u verkocht hebben. U als eigenaar van deze middelen en rechten kunt nu overal geld afromen en nog meer schaarse middelen en rechten kopen, zonder ook maar iets nuttigs te doen. Kranten noemen dit refeodalisering, en dat is het ook.

Feodalisme

Een feodale heer moet steeds op zijn hoede zijn en voorkomen dat een ander hem zijn bezit afpakt. Daarvoor moet hij sterk zijn en blijven, dus het liefst regelmatig een ander alles afnemen. Vroeger ging dat met veel bloedvergieten gepaard, vandaag de dag beschikken we daarvoor over de markten. En de staten zorgen ervoor dat de moderne rooftochten door wetten worden gedekt. Alles volkomen legaal, ook wanneer daardoor vele rechtschapen mensen hun baan verliezen.

U hebt in ieder geval zo weer werk: u kijkt voortdurend schichtig om u heen en grijpt iedere kans aan. En u moet natuurlijk lobbyisten en journalisten aan het werk zetten om de mensen steeds weer te indoctrineren dat het hier om nuttige arbeid gaat. En u moet er voor zorgen dat uw sleutelfiguren zich op alle cruciale posities bevinden. Of u bent zelf niet een der groten, maar zo’n sleutelfiguur. Zoals dat nu eenmaal gaat in een feodaal stelsel.

Zo worden u en uw sleutelfiguren steeds rijker en machtiger. De prijs betalen de mensen, die nog nuttige arbeid verrichten, zoals leraren, verpleegkundigen, jonge wetenschappers en sowieso alle arbeiders. Die worden langzaam maar zeker armer en moeten zich meer en meer zorgen maken over hun toekomst. Want hun pensioenen zijn immers ook in speculaties opgegaan. Daar komen we nog op terug.

Moraal

Bent u een goed mens, wanneer u feodaal heer bent van een wetenschappelijk uitgeversconglomeraat of van een ziekenhuisketen? Of wanneer u voor een feodaal heer een uitgever of een ziekenhuis leidt en daarvoor een veelvoud verdient van hetgeen een leraar of een verpleegkundige verdient? U vindt dat en uw inkomen bewijst het u dagelijks: wie zoveel verdient, moet wel een goed mens zijn.

Maar laten we eens naar uw uitgeverij kijken. De universiteiten betalen voor een abonnement van een wetenschappelijk tijdschrift bedragen, die in geen enkele verhouding staan tot de drukkosten en de redactiewerkzaamheden. De universiteiten komen daardoor in geldnood, en jonge wetenschappers moeten met slecht betaalde, tijdelijke contracten vrezen voor hun bestaan. Ze moeten telkens weer hun kwaliteit bewijzen met publicatie op publicatie. Het daarvoor noodzakelijke onderzoek betaalt de universiteit en niet uw uitgeverij. De auteur, die voortdurend onder publicatiedruk staat, staat alle rechten van zijn tekst af aan uw uitgeverij, omdat hij geen andere mogelijkheid heeft. Wanneer het om de publicatie van een boek gaat, draagt hij in zijn wanhoop daar bovenop nog bij aan de drukkosten. Wanneer het er in uw uitgeverij zo aan toe gaat, bent u geen goed mens. U benadeelt universiteiten en onderzoekers om uzelf te verrijken Daarbij hebt u minder affiniteit met onderzoek en onderwijs dan een boer met zijn melkkoe.

Of laat ons eens kijken naar uw ziekenhuis. Wellicht verbiedt de staat dat ziekenhuizen winst maken. Maar daar hebt u een oplossing voor gevonden: uitbesteding. Al het mogelijke wordt door bedrijven gedaan die wel degelijk winst mogen maken: de schoonmaak, het eten, de apotheek, de vervaardiging van prothesen en medische apparaten, zelfs het beantwoorden van telefoongesprekken. Deze bedrijven laten zich goed betalen, omdat zij hooggespecialiseerde diensten leveren. Een ziekenhuis kan per slot van rekening niet door de eerste de beste schoonmaakster worden gereinigd. Daarvoor heeft men een gespecialiseerd bedrijf nodig, waar duur betaalde managers, uw sleutelfiguren, de schoonmaakster met hongerloon controleren. En om alles optimaal te laten functioneren moet u de artsen zich zodanig zorgen laten maken om hun inkomen en aanstelling, dat ze ook dan gewrichten inbouwen en organen verwijderen, wanneer de noodzaak daartoe er eigenlijk helemaal niet is. Wie zich als patiënt met pijnlijke knie in een van uw ziekenhuizen waagt, komt er niet zonder kunstgewricht weer uit. De angst regeert: angst bij de artsen, verpleegkundigen, patiënten en vooral bij de uitzendkrachten, die zich in de uitbestede werkzaamheden afmatten. Als het er in uw ziekenhuis zo aan toegaat, kunt u geen goed mens zijn. Alleen daarom al niet, omdat zorg en naastenliefde u niet aan het hart gaan.

En omdat u geen goed mens bent, maar uzelf voorhoudt, dat hoge beloningen en winsten aantonen hoe goed u bent, zoekt u telkens weer naar nieuwe inkomstenbronnen.

Bijvoorbeeld de werkelozen en arbeidsongeschikten. Die krijgen van de staat een kleine uitkering, zodat ze niet creperen. Die kunt u verslaafd maken, zodat ze in een van uw speelhallen het geld vergokken, dat ze bij elkaar gebedeld of gestolen hebben. Of u maakt ze verslaafd aan drugs, wanneer u over de juiste contacten beschikt. Dan schrikken ze ook niet terug voor roofovervallen, om hun heroïne te bekostigen. En wanneer ze vervolgens in een afkickkliniek komen, kunt u daar ook weer aan verdienen. In Amerika zijn ook reeds gevangenissen geprivatiseerd, waarmee de cirkel rond is.

Uw hele moraal bestaat uit de vergelijking geld=goed. Een enkel getal is voldoende om na te gaan hoe goed u in verhouding tot anderen bent. Ook in het Engels rijmt de formulering zowel aan de voor- als de achterkant, maar zij is minder nauwkeurig: greed is good. “Hebzucht is goed”. Hebzucht zou ook betrekking kunnen hebben op het verzamelen van bierdoppen of lucifersdoosjes. Maar het gaat om geld.

Een Duits reclamebedrijf, niet in het bezit van een goed woordenboek en op zoek naar alliteratie, heeft daarvan vervolgens weer de pijnlijke slogan “Geiz ist geil” gemaakt. Pijnlijk, omdat het immers niet om Geiz (gierigheid), maar om hebzucht of gulzigheid moet gaan, en omdat de koppeling aan seksuele opwinding een behoorlijke miskleun is.

Hoe dan ook: voor mensen zoals u is geld simpelweg de maatstaf: geld=goed.

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)