Dec 192009
 

Midden in Nederland bevindt zich een van de merkwaardigste plekken van Europa. Men voelt er de adem van de Europese geschiedenis, en als men goed luistert, hoort men er ook een soort voorgalm van de administratieve molens van de Brusselse administratie. Waarschijnlijk lopen nergens anders zo veel belangrijke lijnen samen door zo weinig kubieke meters. In het Vaticaan, zegt u? Maar dat is geen plek, dat is een hele stad, en bovendien zijn de interessantste dingen daar ontoegankelijk.

Hoe komt het tot deze plek in Nederland?

Keizer Wilhelm

Vóór Stalin en Hitler had vrijwel niemand in Europa zo veel persoonlijke macht als Wilhelm II. von Hohenzollern, Prins van Oranje, koning van Pruisen en keizer van Duitsland. Hij was persoonlijk verantwoordelijk voor talloze positieve en negatieve ontwikkelingen in de aflopende negentiende en beginnende twintigste eeuw, en hem persoonlijk volgden de Duitse soldaten de eerste Wereldoorlog in. Hij was ook een van de eersten die aanvoelden dat de moderne, door elkaar in sneltreinvaart opvolgende technologische ontwikkelingen gedreven maatschappij verlangt naar megastars in een entourage vol high-tech-glamour. Hij wás de eerste internationale megastar en heeft zichzelf bewust als zodanig geënsceneerd. De wereld en, ja, ook Nederland zou zonder zijn toedoen nu anders eruitzien – of men dat nou goed vindt of niet.

Wilhelm was telg van een dynastie die al eeuwenlang zeer bewust bezig was, Pruisen, en later Duitsland, een moderne vorm te geven. Zijn voorouders hebben hun onderdanen uit de modder getrokken, de folter afgeschaft, de macht van de kerk gebroken, de vrijheid van denken gestimuleerd en tolerantie beleden lang voordat zoiets in andere landen, op Nederland na, denkbaar was. Het gebeurde niet onder hen – zij hebben het gedaan. Ze hebben ook veel domme en vreselijke dingen gedaan, wat gezien hun verlichte visie bijzonder verontrustend is.

Wilhelm was stamhouder van een familie die, door een aantal huwelijken nauw verwant met het Huis van Oranje, sinds het eind van de dertigjarige oorlog zeer bewust Nederlandse denkbeelden en Nederlandse cultuur naar Duitsland heeft geïmporteerd. Dankzij de Hohenzollern ziet men niet alleen overal in Berlijn en Brandenburg de producten van Hollandse waterbouwers en verwijzingen naar Oranje, dankzij hen is ook de Nederlandse tolerantie al lang geleden doorgedrongen naar Duitsland. Beatrix zou trouwens niet in Paleis Noordeinde kunnen werken als een van Wilhelms voorouders dat pand niet aan Nederland had verkocht voor de sanering van zijn staatsschuld.

Wilhelm was nauw verwant met de heersers van de meeste overige landen, in een tijd waarin Europa door deze familiebanden sterk beïnvloed werd. Hij was bijvoorbeeld kleinzoon van zijn geliefde oma Victoria van Engeland, die hem kinderboeken en kinderkleren stuurde.

Asiel

Na 1918 wilden een aantal regeringen hem berechten vanwege zijn persoonlijke verantwoordelijkheid voor de wereldoorlog met zijn verschrikkingen. Hij kreeg asiel in Nederland. Hij heeft hier, in een klein kasteeltje in Doorn, tot zijn dood bijna even lang geleefd als hij op de Duitse keizertroon had gezeten. En hierheen heeft hij in achtenvijftig goederenwagons persoonlijke familiespullen uit zijn zeventig paleizen laten komen om zich ermee te omgeven. Wat zijn voorouders door de eeuwen heen aan persoonlijke dingen hadden verzameld, staat en hangt in dat kasteeltje nu allemaal bij elkaar in een verbijsterend klein aantal woonvertrekken. Hij heeft er nog tot 1941 keizer gespeeld, met adjudant en al. Hij heeft er met 40 lakeien hof gehouden tot ver in de tweede wereldoorlog.

Gestolde geschiedenis

Alles staat daar nog op zijn plek. Het kasteel met alle inventaris is dankzij de afloop van de tweede wereldoorlog nu in het bezit van de Nederlandse staat. Men kan er zo binnenlopen en zich door alle kamers laten rondleiden.

Het pand ademt niet alleen de geschiedenis van Europa van de laatste vier eeuwen, het geeft ook een ontroerend beeld van het karakter van zijn merkwaardige laatste bewoner. Men ziet er niet alleen schilderijen en meubels uit privévertrekken van de belangrijkste Pruisische paleizen en dingetjes uit het persoonlijk bezit van Frederik de Grote, men ziet er zeer menselijke foto’s van Victorias dochter en schoonzoon, van de Oranjes, men ziet er kitsch, kunst, hebbedingetjes, brieven, boeken met persoonlijke aanmerkingen, Frederik de Grote als rookverdrijver naast het originele schilderij van hem dat in talloze geschiedenisboeken is afgebeeld – en ten slotte de sterfbedden van de huiseigenaar en van zijn eerste vrouw. De stoel waarop Göring bij zijn bezoek aan Doorn heeft gezeten, ziet men niet: die heeft de huiseigenaar laten verbranden.

Dat geheel vormt geen museale collectie; het is niet meer en niet minder dan een woonhuis vol zeer persoonlijke voorwerpen geërfd van een zeer persoonlijke familie. Dit geheel werpt op een even verrassende als ontroerende manier licht op de Europese geschiedenis, de banden Nederland-Duitsland en op het karakter van een van de meest problematische figuren van deze wereld. Huis Doorn is gestolde geschiedenis, ingedikt op een paar kubieke meter.

Men kan Huis Doorn op vier manieren bezoeken.

Verbazing

Men kan er gewoon gaan kijken en zich vergapen aan al die merkwaardigheden en bizariteiten uit het leven en de familie van zo’n man. De snuifdozenverzameling van Frederik de Grote naast de twijfelachtige resultaten van de poging van de huisheer, even mooie cigarettenetuis te verzamelen. Een ultramoderne badkamer met stromend warm en koud water, bidet en al, maar dan zonder wastafel, want waswater werd door lakeiën in een lampetkan gebracht. Een knus hoefijzer boven de deur van een keizerlijke eetzaal met porselein, zilver en kristal van onschatbare waarde. De telefoon waardoor de adjudant van de allerhoogste asielzoeker contact hield met de internationale wereld. Een onthutsend truttige slaapkamer met daarin een superlelijke Delftsblauwe vaas, het enige kado van Wilhelmina.

Verwondering

Men kan ook gaan kijken en zich verwonderen: hoe kómt het dat dit hier allemaal bij elkaar kon komen, in zo weinig kamertjes? Waarom staan daar ontroerend onnozele kitschvoorwerpen naast gouden serviezen van onschatbare materiaalwaarde, waarvan de Tsaar heeft gegeten? Hoe kwam zo ontzettend veel goud en zilver in dit kasteeltje dat het overgrote deel uit ruimtegebrek op zolder gepropt staat, en hoe komt het dat bijna niemand daarvan wakker ligt? Waarom liet de ex-keizer ondanks zijn uitgesproken afkeer van de Nazis door die telefoon een telegram versturen om de Führer te feliciteren met de inname van Parijs? Bijna ondragelijk persoonlijke haarborstels van de laatste keizerin, waarom liggen die daar nog steeds op de badkamertafel? Waarom hebben de kleinkinderen dat niet al lang weggehaald? Waarom staat op een steenworp afstand in een gebouwtje in de tuin een kist met een lijk dat na bijna 60 jaren nog steeds niet ter aarde besteld is, naast herdershonden die dat wél zijn, met zerk en al? Terwijl Seyss-Inquart toch per se een krans moest sturen voor de begrafenis. De verhaallijnen uit “De ontdekking van de hemel” vallen in het niet, vergeleken met wat hier in Doorn is verstrengeld.

Levendige geschiedenis

Men kan het huis ook efficiënt inzetten ter illustratie van geschiedenislessen. Men moet alleen goed kijken. Wilhelm ligt daar dus sinds 1941, nog steeds opgebaard, naast zijn keurig begraven honden. De door hem zo bewonderde Frederik de Grote wilde in 1786 juist naast zijn windhondjes begraven worden, maar dat is hem pas in 1991 gelukt. Zo lang wilde men Frederiks kist liever naast die van diens vader aan het volk tonen. Eerst in Potsdam, maar toen daar eeuwen later de Russen kwamen, werden de kisten met hulp van de Amerikanen naar een sprookjeskasteel in Zuidduitsland gebracht en noch dichter naast elkaar geplaatst – terwijl de twee inliggenden elkaar een leven lang openlijk gehaat hadden en toch samen dát Pruisen groot hadden gemaakt dat Wilhelm heeft weten te verkwanselen. Hij wil niet in buitenlandse aarde begraven worden, maar ook niet terug naar Duitsland voordat dat weer keizerrijk is. Terwijl Frederik juist als resultaat van de Duitse Eenwording in 1991 eindelijk rust vond bij zijn hondjes. Hoe kón dat? Waarom moest het zo gebeuren? Hoe is het mogelijk dat ook nog een beslist anti-monarchistische, sociaal-democratische regering van een failliete Republiek van Weimar begin jaren twintig heeft besloten deze poppenkast te financieren met miljoenen per jaar? Het heeft allemaal zijn oorzaak, en tot op de dag van vandaag voelen we de nawerkingen van deze oorzaken. Noem een thema, en de kans is groot dat men dit daar in Doorn ter plekke tot leven kan verwekken. Het huis bevat genoeg voor eeuwen thematische wisseltentoonstellingen.

Psychologie

Ten slotte kan men in het huis de psychologie van de macht analyseren. Het geeft een gedetailleerd beeld van de manier van denken van iemand die ooit ongelofelijk veel macht had en daar zeer bewust mee bezig was. Hij groef antieke skulpturen uit en schreef daar niet onverdienstelijke boeken over, maar las in Doorn ook duizenden detective-romans en zaagde tienduizenden bomen in stukken. Hij had een schilderij van zijn gehate moeder boven zijn werkplek. Op zijn nachtkastje ligt het tijdschrift “Mensch und Hund”, en toevallig ligt daar ook een geïllustreerd tijdschrift met de reclame voor een nieuw roman over Mussolini. Wilhelm was even gek op uniformen als Göring, en toch mochten de twee elkaar niet. Er hangt ook een uniform dat hij had laten maken voor de feestelijke terugkomst naar Berlijn na de verloren wereldoorlog. Hem was niet makkelijk bij te brengen dat daar niemand op hem zat te wachten en vooral dat geen soldaat hem zou volgen. Hij leefde decennia na zijn val in dat biotoopje, met adjudant, dagelijkse situatiebesprekingen, audiënties, en hij verkleedde zich vier keer per dag in andere uniformen. En hij, wiens familie altijd zo gehouden had van Nederland, stuurde uit Nederlands asiel dat ontzettende telegram naar de Reichskanzlei. Buiten het pand mocht hij alleen in burger rondlopen en Doorn mocht hij alleen een enkele keer met toestemming van Den Haag verlaten. Op zo’n aangevraagde wandeling in de bossen rond Amerongen trof hij 1941 een jonge Duitse soldaat. “Weet u wie ik ben? De keizer van Duitsland.” – “Keizer? Die ken ik niet.” En paar weken later was hij dood. Begraven is hij volgens zijn eigen wens nog steeds niet.

Naar de vergetelheid

Dat alles kan men daar tot zich laten doordringen. Niets is veranderd. Alleen de boeketten worden regelmatig ververst door vrijwilligsters, die je op diskrete manier rondleiden.

Misschien omdat alles wat aan Duitsland herinnert in Nederland niet erg in trek is, werd Huis Doorn met rust gelaten. Als bekend zou zijn wat daar allemaal te zien is, zouden er dagelijks lange rijen staan. Het is wellicht aan de terughoudendheid van de conservator en zijn medewerkers te danken dat Huis Doorn zich niet ontwikkeld heeft tot een tweede Efteling. Genoeg materiaal voor griezelshows en sprookjesbossen was er, en deze attracties had men natuurlijk van tijd tot tijd moeten aanpassen aan de technische vooruitgang.

Misverstand en onbegrip

De raad voor cultuur echter wilde dit huis per 1 januari 2001 laten sluiten, en de staatssecretaris stond onlangs op het punt, de inventaris te doen verkopen. Omdat “de collectie” (het is helemaal geen collectie, het is een woonhuis waar nog steeds alles op zijn plek staat) “niet uniek” is, “te eenzijdig” en omdat het “te weinig met Nederland te maken” zou hebben. Vier totale misverstanden bij elkaar, waarvan de laatstgenoemde de meest tragische is.

Ervan afgezien dat Huis Doorn een plek van Europese dimensie is en nationale gevoelens overstijgt, ervan afgezien dat zijn laatste bewoner een heuse Prins van Oranje was, heeft, om maar één voorbeeld te noemen, het feit dat de wereldberoemde rococo-snuifdozenverzameling van Frederik de Grote thans op de Utrechtse heuvelrug, in een ingeslapen kasteeltje, staat en niet in Potsdam te midden van stromen van schuifelende Amerikanen en Japanners, alles met Nederland te maken. Die porseleinen doosjes hebben als het ware hun weg hierheen gezocht, ze zijn niet door een onnozele toeval hier aangespoeld en niet door een alerte museumdirecteur bij een boedelveiling op de kop getikt. – Maar dat is stof voor een verhaal apart.

De raad voor cultuur sloeg ook nog aan het vergelijken en vond dat men aan Het Loo al genoeg heeft. Het Loo is echter iets totaal anders: een prachtig gebouw dat men eerst helemaal leeg heeft gehaald om er vervolgens een tentoonstelling van meubels uit verschillende stijlperiodes in te plaatsen. Over geschiedenis en over interessante personen vertelt het weinig. Tot nadenken en het stellen van vragen moedigt het nauwelijks aan. Tippen aan Doorn kan alleen maar een hokje in de remise. Daar vond een ontroerend autootje dat Claus voor zijn kinderen heeft gemaakt zijn plek naast de gaskinderwagens (ja: gaskinderwagens, het bestaat echt) die één generatie eerder voor de prinsessen gemaakt werden.

Men wilde Huis Doorn dus sluiten en het inventaris verkopen. Gelukkig is dat niet doorgaan, het kon ook niet, want de Nederlandse staat had zich ooit verplicht om het altijd te bewaren en toegankelijk te maken. Alweer zo’n schrijnend misverstand dus.

De staatssecretaris wilde ondertussen “de collectie” bewaren, “of dat nu in Huis Doorn is of elders”. Elders? Hoe kan men het verzinnen?

Het einde?

Laten we eens aannemen dat de verkoop was doorgegaan. De voorwerpen en documenten die daar organisch bij elkaar zijn gekomen, waren dan misschien in alle windrichtingen verstrooid. De Tweede Hoofdwet van de thermodynamica maakt het zo goed als onmogelijk, dat ze ooit weer bij elkaar komen. Een enkele historicus zal af en toe een paar brieven in een archief van een historisch instituut van een onduidelijke Amerikaanse universiteit kunnen raadplegen. De gouden borden zullen de dis van een ondernemer opluisteren. Een enorm indringend, grijpbaar stuk gestolde geschiedenis is dan voor goed verloren. Zo’n beslissing had wel iets gehad. Als een onverschrokken staatssecretaris het concertgebouworkest zou laten opheffen, dan komt dat gewoon een paar jaar later weer terug, en met een goede dirigent is het niveau binnen de kortste keren weer op peil. Daar kan zich geen politicus een blijvende naam mee verwerven. Even zag het ernaar uit dat R. van der Ploeg de geschiedenis wilde ingaan als degene die dit onvergelijklijke stuk goed bewaarde geschiedenis onherroepelijk had uitgewist.

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)