Jul 232012
 

Na een monumentale fietstocht naar het Hollands Kwartier in Potsdam – rond 1750 door Nederlanders gebouwd in opdracht van de Pruisische keurvorst – genieten we van een koel glas rosé op de veranda van de Schwartzsche Villa in Berlijn-Steglitz. Pas op de fiets kom je er achter dat Berlijn en omgeving glooiender is dan het lijkt, dus dat glas rosė zo vlak voordat we thuis zijn glijdt er goed in. De Schwartze Villa, een mooi oud pand omgeven door een klein park aan de rand van een druk winkelgebied, wordt gerund door mensen van een sociale werkplaats. Ik voel me in zo’n omgeving nooit helemaal op mijn gemak, zeker niet wanneer de jongeman die ons bedient geen uiterlijke kenmerken van een sociale werkplaats vertoont. In mijn beste Duits bestel ik de rosé en ik voeg er – wellicht iets te nadrukkelijk – aan toe, dat we ook nog iets willen eten. Hij knikt ons vriendelijk toe en blijkt het zonder haperen begrepen te hebben, want alles komt goed.

Op de banken in het parkje is ondertussen een Turkse grootfamilie neergestreken. Liesje legt mij uit dat je aan de manier waarop ze hun hoofddoek dragen kunt zien dat het Turken zijn. Net als onze grootouders hebben ze de doek dubbelgevouwen in een grote driehoek en die achteloos over het hoofd geslagen met een knoop onder de kin. Omdat de haren niet zichtbaar mogen zijn, hebben ze altijd een klein afdakje boven hun hoofd. Marokkaanse vrouwen maken er veel meer een gracieus en onnavolgbaar kunstwerk van, heel strak om hun hoofd en zo dat je een duidelijk vermoeden krijgt van de prachtige bos haar die er onder zit.

De vrouwen van de familie eten ijs, de mannen niet. De vrouwen zitten, de mannen gaan een eind lopen. Een Turkse vrouw zonder hoofddoek zit gemoedelijk te keuvelen met een hoogblonde vrouw, duidelijk niet Turks. Op de bank ernaast zitten drie jonge meisjes. De oudste, zo op het oog een jaar of 15, draagt een hoofddoek en een spijkerbroek. Ze zit stil op de bank en eet gedisciplineerd haar ijsje. Het tweede meisje, hooguit 12 jaar, draagt eveneens een spijkerbroek en een hoofddoek, maar heeft meer moeite met de discipline die van haar in het openbaar verwacht wordt, want al gauw zit ze in de lotushouding op de bank, het ijsje op haar schoot. Toch wordt ze niet gecorrigeerd. Het derde meisje, zo’n jaar of tien, draagt geen hoofddoek en is voortdurend in de weer met de hond die bij de familie hoort.

De Turkse vrouw op de andere bank kust de blonde vrouw op haar wang en strijkt zacht de blonde haren. Pas als een van de Turkse mannen naast de blonde vrouw gaat zitten en deze laatste zijn rug begint te strelen begrijp ik hoe het zit.

Ik vraag de jongeman de rekening. Hij pakt pen en papier uit zijn zak, herinnert zich precies wat we genuttigd hebben, schrijft de prijzen onder elkaar en telt het totaalbedrag probleemloos op. Wanneer hij ons tussen neus en lippen ook nog een paar mooie plekjes in Potsdam noemt die we gemist hebben, loop ik met een gevoel van schaamte naar de fiets.

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)