Feb 072010
 

Vroeger was bankieren een betrekkelijk eenvoudige zaak: men gaf zijn geld bij een bankier in bewaring en ontving daarvoor jaarlijks een bepaalde rente. De bankier legde het geld in zijn stevige kluis en haalde het er pas uit, wanneer iemand anders, tegen betaling van een hogere rente, een bedrag wilde lenen. Met het verschil in rente betaalde de bankier de dure kluis, de verdere inrichting van zijn bank en zijn personeel. Wat hij vervolgens overhield, was voor hem. In de loop der tijd is bankieren een steeds complexere en globalere aangelegenheid geworden, met als voornaamste doel steeds groter en steeds meer. Vooral de bonussen van de bankiers. Alleen de Rabobank schijnt nog sporen te kennen van de oorspronkelijke eenvoud van bankieren. De toenemende complexiteit en globalisering ging gelijk op met een afnemende controle door overheden, hetgeen uiteindelijk resulteerde in omvallende monsterbanken en de wereldwijde kredietcrisis van 2008. En nu hoort men financiële deskundigen over de hele wereld roepen dat we terug moeten naar kleinere banken, die overzichtelijker en vooral controleerbaar zijn. Elders in deze krant voeren we aan dat hebzucht en een gebrek aan Bildung bij de elite ons met deze crisis heeft opgezadeld en niet een gebrek aan deskundigheid, want iedere nuchtere Hollander met een gemiddelde scholing zal ons kunnen vertellen dat het risico van omvallen toeneemt naarmate een systeem complexer wordt.

Een toenemende complexiteit en globalisering speelt zich op allerlei niveaus af en neemt absurde vormen aan. Zo liet het programma Keuringsdienst van Waarde de afgelopen twee weken zien hoe de globalisering is doorgedrongen tot een met de hand gebreide trui van echte lamswol, te koop voor 300 euro in de betere modezaak. Het onderzoek van de programmamakers startte in een verzorgingstehuis ergens in Nederland, waar een paar bejaarde dames de trui aan een kritisch onderzoek onderwierpen. De conclusie luidde dat het inderdaad gaat om een met de hand gebreide trui van echte wol. De prijs vonden de dames absurd hoog. De zoektocht naar de oorsprong van de trui voerde naar Schotland, Australië en Zuid-Afrika, waar de wol mogelijk vandaan komt. De ruwe wol wordt vervolgens naar Italië gevlogen om gesponnen te worden en vandaar naar China, waar breisters er in zeven dagen voor twee euro per dag een trui van maken. En aan het eind van deze keten die over de hele wereld voert staat een dure modezaak in Nederland, waar de trui voor 300 euro te koop wordt aangeboden.

Is er geen creatieve onderneemster te vinden, met het diploma van de modeacademie in haar rugzak en het hart op de goede plek, die als tegenhanger van dit idiote verhaal de veerboot naar Texel neemt en daar op zoek gaat naar een schapenboer, om een goede afspraak met hem te maken voor de afname van wol. Vervolgens stapt ze naar een verzorgingstehuis waar zich genoeg bejaarde dames met breivaardige handen zitten te vervelen, die graag iets met die handen zouden willen doen. Met de directie van het verzorgingstehuis spreekt ze af dat ze een van de opslagruimtes kan omvormen tot een kleine spinnerij en met bewoonsters die dat willen en kunnen maakt ze afspraken over een vergoeding voor te breien truien. Zelf laat ze haar op de modeacademie aangescherpte creativiteit los op het ontwerp van de trui. Een en ander vraagt naast creativiteit ook om organisatorisch talent, maar dat lijkt me geen onmogelijkheid. De bewoners van het verzorgingstehuis hebben iets omhanden en verdienen een centje bij, evenals het verzorgingstehuis zelf. En de trui, met een door de onderneemster bedacht mooi label eraan, hangt voor laten we zeggen 200 euro per stuk in de modezaken. Dit spaart behalve geld, ook nogal wat heen en weer gevlieg rondom de wereld uit.

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)