Mrt 152012
 

Dag meneer, dag mevrouw,

Neemt u mij niet kwalijk dat ik niet kan stoppen met huilen, dat ik zo hysterisch ben, ik kan het niet helpen. Ik heb vanmiddag van de tolk uitgelegd gekregen dat in de brief die ik gekregen heb staat dat mijn asielzoekersaanvraag is afgewezen. Mijn verhaal is niet geloofwaardig zegt men. En ik kan geen officiële papieren laten zien dat ik ben wie ik ben. Men gelooft mij niet, en ik weet niet meer wat ik moet doen. Ik word in dit land weliswaar niet bedreigd, en daar ben ik heel blij mee, maar ik moet wel terug naar het land dat ik tot niet zo lang geleden ontvlucht ben. Neemt u mij niet kwalijk dat ik zo onbedaarlijk moet huilen, ik weet dat ik mij hysterisch gedraag, maar het lukt mij gewoonweg niet anders te doen.

Ik kom uit Kabul, een grote stad in Afghanistan. Daar woonde ik met mijn mart en mijn badjar. Zoals u weet woedt er in mijn land een strijd tussen de Taliban en hun tegenstanders. Dat is al lang zo, en maakt het leven er niet makkelijker op. Mijn mart en ik zijn bepaald geen aanhangers van de talibs, en hebben steeds geprobeerd ons van deze strijd afzijdig te houden.  Anderzijds moet ik als welopgevoed moslima toegeven dat ik ook moeite heb met de buitenlanders die corrupte mensen als Kazar c.s. menen te moeten ondersteunen. U begrijpt wel dat je, wanneer je in een land leeft waar oorlog heerst, beter niet kunt opvallen, en beter geen partij kunt kiezen.  Wanneer je partij kiest voor de een ben je automatisch vijand van de ander, en zijn je dagen geteld wanneer dat de verkeerde ter ore komt. En daar is een normaal mens toch niet op uit, toch? Mijn mart en ik in ieder geval niet, en mijn badjar was nog veel te jong om te beseffen wat er allemaal gebeurde. Voor zo ver je dat in zo’n situatie kunt zeggen leefden mijn mart mijn badjar en ik “vredig” ons leven.  Als ik aan die tijd terug denk moet ik wederom wenen, ik kan het niet helpen. Wie had ooit kunnen bevroeden dat het voor ons een gelukkige periode was?

Op zekere dag bezocht een talib mijn mart met de ‘vraag’ of hij geen martelaar voor de goede strijd wilde worden. Hij hoefde daartoe enkel een zelfmoordaanslag te plegen op een door de taliban aan te wijzen doelwit. Een enkeltje linea recta richting hemel en de veertig maagden, wat wil je als gezonde mart nog meer zou je denken. Toch vond mijn mart dat geen aantrekkelijk idee, want hij wilde niet. Eerst was ik daar als zijn zaan blij mee, want welke zaan zit er nu om te springen dat haar mart met veertig maagden gaat liggen rollebollen? Als goede moslima ben ik wel wat gewend, en weet ik dat mijn man het recht heeft er meerdere zaan op na te houden, maar meteen veertig, dat is toch ook voor mij een beetje veel van het goede. Bovendien, hoe moet ik tegen hem aan kunnen kruipen wanneer hij in de hemel is en ik nog hier op dit aardse rondloop om voor ons badjar te zorgen? Ja, ik begrijp ook wel dat het een beetje lachwekkend klinkt, maar toch kan ik nu enkel huilen.

Moge Allah die dag vervloeken. Niet vanwege die veertig maagden, maar vanwege het feit dat Allah meende ons uit te moeten zoeken om op te vallen. Dat betekende het einde van ons ‘gelukkige’ leventje. Hoe waar dat was kon ik toen, hoewel ik onraad rook, nog niet bevroeden. En ja, we hadden achteraf gezien natuurlijk kunnen weten dat de talib geen genoegen zouden nemen met mijn marts afhoudende reactie op hun verzoek. De talib zei nog dat hij er van overtuigd was dat wij ook goede talib zijn, en ons alsnog zouden bedenken. Noch mijn mart, noch ik waren zulke goede talibs, maar dat hielden wij liever voor onszelf. Met een ‘unheimliches Gefühl’ zoals bewoners uit uw buurland zeggen gingen we die nacht slapen. U gelooft het misschien niet, maar toch hadden we het zelfs toen eigenlijk nog steeds goed, mijn mart, mijn badjar en ik. Ik weet het, ik val in herhaling, maar ik kan niet stoppen met huilen.

Drie dagen later werd mijn badjar, mijn oogappel ontvoerd door de talibs. Dit om mijn mart te doen inzien dat zijn vrijwillige keuze voor het martelaarschap echt het beste zou zijn. Ik werd gek van angst: mijn lieve schat, onze trots, slechts 10 jaren oud, weg, verdwenen. Ik heb hem niet meer gezien, niet meer in mijn armen kunnen houden. Wat mij van hem gebleven is, is een foto waar wij drieën op staan, en de tranen die ik om hem ween.

Mijn mart wist precies wat hem te doen stond om onze badjar terug te krijgen. Maar dat was een onmogelijke keuze. Hem restte niets anders dan onder te duiken. Mij zei hij te vluchten. Sinds die dag konden wij elkaar niet meer zien. De taliban zijn overal en nergens. Wat de taliban in handen hebben laten ze niet zomaar los, ook mijn badjar niet. En wie niet voor hen is tegen hen, en heeft daarmee het grootste deel van zijn leven achter zich liggen. En ook wie voor hen is, is zijn leven niet zeker.

Met achterlating van ons hele hebben en houden vluchtte ik naar Nederland. Dat kostte mij al ons geld. Voor minder doen de mensensmokkelaars het niet. Mijn paspoort namen ze ook in. Wanneer ik weigerde het af te geven namen ze me gewoon niet mee. Zegt u mij wat ik anders had kunnen doen. Ik was gek van angst, wanhoop en verdriet. Sinds die tijd ben ik een beetje anders. Sommige ervaringen veranderen je. Daar kan ik nu over meepraten. Na een lange lange reis kwam ik aan in Nederland. De IND wilde mijn papieren zien, de papieren die ik nooit terug heb gekregen  van de mensensmokkelaars. Waarschijnlijk hebben ze daar nog een keertje veel geld aan verdiend. En ik, ik was toch eindelijk in Nederland, wat maakte ik mij druk over papieren? En hoe had ik ze moeten terug krijgen? Nu zegt de IND dat ik niet kan bewijzen wie ik ben. Daar hebben ze natuurlijk gelijk in, dat kan ik niet. Maar ook al kan ik dat niet, ik ben nog steeds Turpikay, en ik ben hier omdat ik in Afghanistan niets meer te zoeken heb. Ik heb er veel achter gelaten dat ik niet meer zal terug vinden. Of misschien moet ik wel bang zijn het terug te vinden. Zou mijn mart nog leven? Zou mijn badjar nog leven? Of zit hij nu ook in de hemel met veertig maagden? Wat moet zo’n kind trouwens met veertig maagden? Een kind wil toch veel liever zijn moddar. Of zou hij mij niet meer herkennen? Voor een badjar is een jaar een lange tijd om zijn moddar niet meer te zien.

De IND vroeg mij te vertellen in welke plaatsen ik allemaal geweest was tijdens mijn vlucht. Dat wist ik toch wel?

Ik kan u zeggen dat ik door veel plaatsen gekomen ben, maar hoe kan ik nu weten hoe ze heten? Praten met mensen die je niet kent kan in Afghanistan heel gevaarlijk zijn. Meestal moesten we ons verstoppen, en ik kan toch niet lezen? Schrijven trouwens ook niet. Dat ben ik nu trouwens wel aan het leren. Alleen in het Nederlands dan. Maar goed, de IND gelooft mij niet. Zij meent dat ik niet geloofwaardig overkom, en twijfelt aan de waarheid van mijn verhaal. Daarom wijst ze mijn asielaanvraag af, en moet ik binnenkort terug naar mijn land. Daarom kan ik niet stoppen met huilen, en word ik gek van de angst. Nu loop ik elke dag door de straten van deze stad, want op mijn kamer die ik deel met een andere zaan word ik helemaal gek. Het huilen zal wel een keer over gaan. Op zekere dag zijn er geen tranen meer die gehuild kunnen worden, dan zijn ze op… Maar tot die tijd moet ik nog huilen.

Vrij naar Turpikay.

  3 Responses to “Een lange jas en toch steeds koud”

  1. Achter iedere afwijzing van een verblijfsvergunning steekt een schrijnend, persoonlijk verhaal. Ik zou Turpikay een verblijfsvergunning gunnen.

    Opvallend is hier de rol van de autoriteiten. In Afghanistan worden normale burgers niet beschermd tegen criminele vrijheidstrijders als de Taliban. Zouden de Taliban begrijpen dat je een dergelijke strijd ook via de parlementaire weg kunt voeren? Nu heb ik geen idee welke politiek stelsel er in Afghanistan bestaat. Ik weet ook niet of de Taliban politiek actief kunnen worden op nationaal niveau. In een heel ander land, duizenden kilometers van Kabul vandaan, in Tunesië zijn de moslimbroeders de grootste geworden bij de eerste vrije verkiezingen sinds het uitbreken van de zogenoemde Arabische Lente.
    Zij zijn niet te vergelijken met de Taliban, want zij hebben gezworen de Sahria niet in te voeren. Maar zij hebben uiteindelijk de parlementaire weg gevolgd. Dat zou de Taliban ook moeten doen. Dat levert de eerste tien jaar geen resultaat voor de Taliban op, maar het voorkomt een hoop onnodig bloedvergieten.

    De gewapende tak van de Taliban moet de wapens afzweren en als burgerlijke, pacifistische politieke partij verder gaan. Hoe dat zou kunnen gebeuren, kunnen de Taliban afkijken van de IRA en Sinn Fein, de politieke tak van de IRA in Noord-Ierland. Het is wellicht appels met peren vergelijken, maar toch. Want de situatie in Afghanistan is natuurlijk heel anders dan in Ulster en Belfast in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, maar zulke transformaties mogen decennia duren. Als de Taliban maar stopt met het ronselen van volkomen onschuldige mensen.

    De Nederlandse autoriteiten laten zich met dit kabinet ook van hun hardvochtigste kant zien. Waarom gaat de IND niet met Turpikay naar Afghanistan en laat haar daar ter plekke aantonen dat zij daar is opgegroeid? Loop met haar rond op haar geboortegrond. Laat haar daar herinneringen ophalen. Dan weet je snel genoeg of ze een geloofwaardig verhaal vertelt of niet. Als haar verhaal klopt, geef je haar gewoon een verblijfsvergunning. Want het is natuurlijk van de zotte om iemand terug te sturen naar een land dat nog altijd in een burgeroorlog is verwikkeld. Niemand zou moeten leven in angst en in een situatie van systematisch geweld. Een fatsoenlijke staat garandeert haar burgers een veilige leefomgeving. Dat moet de insteek zijn bij het verlenen van een verblijfsvergunning. In Afghanistan ontbreekt die garantie, dus Turpikay moet haar leven gewoon hier kunnen voortzetten.

  2. Hoi Joost.
    De IND hoeft helemaal niet naar Afghanistan te gaan. Turpikay zei uit Kabul te komen. Ik heb Google Earth aangezet, en ze kon me zo de weg wijzen door virtueel Kabul, en de naam en functie noemen van diverse gebouwen en plaatsen. Voor een analfabete toch niet slecht, en ook niet echt een bewijs van ongeloofwaardigheid. De wegen van de IND en van onze wetgever zijn ondoorgrondelijk in deze.

    Turpikay lijkt momenteel trouwens uit ons straatbeeld verdwenen. Hoe moet iemand als zij nu voor zich op kunnen komen in een land als het onze, dat eerst idiote wetten ontwerpt (waarin het een nieuw soort mensen bedenkt, zogenaamde illegalen), en mensen vervolgens verwijt dat ze aan de definitie van deze wet voldoen, en op grond van deze wet niet in ons land mogen zijn. Die wet gebruikt het om mensen allerhande zaken te ontzeggen, hen op te sluiten, hen tweederangs gezondheidszorg te geven, en ze het land uit te jagen. Kamp wil geen tweederangs burgers, en vindt dat de wet moet worden uitgevoerd om dat te voorkomen. Dat hij zelf de tweederangs burgers maakt met zijn toepassing van die wet ontgaat hem.

    En dan heeft hij het over een rechtsstaat. Voor mij leven we, wanneer we in dit soort termen spreken in een kromstaat, want met recht heeft dit echt niets te maken. Hij eist dat iedereen zich aan de wet houdt. Laat die wet dan eerst eens rechtvaardig zijn. Hij heeft blijkbaar nooit van Brecht gehoord: “wanneer recht tot onrecht wordt, wordt verzet tot plicht”.” Ieder land heeft het onvervreemdbare recht zijn eigen wetten te maken en hanteren, zegt hij. Maar tegelijkertijd wel zeuren wanneer Suriname van datzelfde principe gebruik maakt bij haar wetsbesluiten. Lekker consequent Henk.

    Over Afghanistan meen ik dat de Afghanen het zelf met elkaar moeten uitzoeken. Wanneer wij het niet eens zijn met de manier waarop het er in Afghanistan aan toe gaat, moeten wij mensen die de dupe van het Afghaans beleid worden opvangen door hen hier een veilige haven te bieden. Onze politici en wetgevers zijn tegenwoordig alleen nog bezig met op een egocentrische manier ons eigenbelang te verdedigen. Met individuele mensen wordt daarbij helemaal geen rekening gehouden. “Pech voor hen”, zo denken onze “leiders”.

    Wat Turpikay betreft heb ik echt een misselijkmakend gevoel. Is dit ons land? Dat doet mij denken aan de joden/zigeuner-/homo-/ en zwakzinnigendeportaties in Duitsland. Toen verdwenen er ook allerhande gezinnen terwijl iedereen meende er niets aan te kunnen doen. Volgens Kamp is het niet onze verantwoordelijkheid, die uitwijzingen. Nou Henk, dat ben ik nu helemaal niet met je eens. Om de dooie donder dat dat zeer zeker wel ook onze verantwoording is! Daar mag en moet iedereen zich mee bemoeien Henk, ongeacht welke wetten jij en je kompanen bedenken.

  3. Mocht je toch nog achterhalen waar Turpikay zich bevindt, zeg dan maar dat ze kan rekenen op steun. Ik kan haar eten en zo geven. Wellicht onderdak, maar dat moet ze zelf willen.

    Heel triest dat ze nu in de illegaliteit verdwijnt. Dan is het leven allerminst comfortabel. Je moet er niet aan denken dat ze in de prostitutie terecht komt om geld te verdienen. Wellicht zie ik ze vliegen, maar ze moet toch op een of andere manier zichzelf kunnen onderhouden.

    Inderdaad wagelijk beleid van de heren politici in Den Haag.

    Groeten,

    Joost

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)