Feb 242010
 

Na anderhalve week rollebollend met elkaar over straat te zijn gegaan is er dan toch een einde gekomen aan het vierde – en hopelijk laatste – kabinet Balkenende. Aanleiding daartoe vormde het onoverbrugbare verschil van mening over de missie in Uruzgan. Heeft het CDA de PvdA hier een kunstje willen flikken en heeft Wouter Bos terecht zijn rug recht gehouden, of had hij zich juist bij deze kwestie soepel moeten opstellen, mede met het oog op het landsbelang? Laten we de argumenten voor en tegen eens nader bekijken.

Nederland is in 2006 aan een opbouw- en bevrijdingsmissie in Uruzgan begonnen die steeds meer een oorlogsmissie tegen de Taliban werd en tot nu toe  aan 21 Nederlandse militairen het leven heeft gekost. De missie is in 2008 verlengd met twee jaar onder de duidelijke voorwaarde dat er niet nog een keer verlengd zou worden. Desondanks is minister van buitenlandse zaken Verhagen (CDA) een offensief begonnen om de missie nogmaals – in afgeslankte vorm – te verlengen tot augustus 2011. Het belangrijkste argument hiervoor vormde de nieuwe strategie van de Amerikaanse president Obama om gedurende een korte periode de troepenmacht te versterken die de Taliban moet verslaan en vervolgens uiterlijk in 2012 de macht over te dragen aan de Afghaanse regering.

Het grote probleem van een oorlogsstrategie is dat succes niet vooraf gegarandeerd kan worden. Denk bijvoorbeeld aan het drama Vietnam, of aan de Russische inval in Afghanistan. Belangrijker nog is dat het met geweld opdringen van vrijheid en democratie aan een land dat geen democratische traditie kent een onmogelijkheid is, die getuigt van hoogmoed en in het meest positieve geval leidt tot langdurige afhankelijkheid van de “bevrijder”. Je kunt een land nu eenmaal niet dwingen om vrij of democratisch te zijn, omdat het wezen van vrijheid en democratie gevormd wordt door een eigen keuze en niet door dwang van buitenaf. De Amerikaanse strategie voor Afghanistan is gebaseerd op een paradox en zal dientengevolge nooit slagen. Men hoeft maar iets verderop naar Irak te kijken om te weten in welk wespennest Nederland zich heeft gestoken.

Weten mensen als Balkenende en vooral Obama, met zo veel deskundige adviseurs om zich heen, dan niet dat het met geweld opleggen van vrijheid een paradox is? Je mag aannemen van wel en dat het hen dus niet te doen is om het brengen van vrijheid en democratie, maar om het vergroten van hun macht door landen als Irak en Afghanistan onder hun invloedsfeer te brengen. Hedendaags kolonialisme, meer kan ik er niet van maken. En in dat geval kunnen wij ons met recht afvragen, wat wij daar te zoeken hebben en of dit het leven van nog meer Nederlandse militairen waard is.

Een tweede door de christendemocraten aangevoerd argument voor verlenging is dat de rol van Nederland op het wereldtoneel zal afnemen wanneer we uit Uruzgan vertrekken. Met name de Verenigde Staten en de NAVO zullen ons een vertrek niet in dank afnemen en ons daarvoor straffen, bijvoorbeeld door Nederland niet meer uit te nodigen voor de bijeenkomst van de G20, de groep met de 20 grootste economieën ter wereld. De kans dat iets dergelijks zal gebeuren lijkt reëel. Niettemin is dit een op ethische gronden verwerpelijk argument, dat aan primitieve tijden van mensenoffers doet denken en in ieder geval sinds Abraham en Isaac een Christen onwaardig is. Asscher, PvdA-wethouder van Amsterdam: Met mensenlevens sjoemelt men niet. Je kan niet beslissen om een paar Hollandse jongens meer op te offeren, om maar invloed op het wereldgebeuren te blijven behouden.

Door het besluit van de PvdA om te vertrekken zijn de 21 Nederlandse soldaten voor niets gesneuveld, luidt een derde argument. Dat is natuurlijk waar en je kunt je afvragen of deze 21 jonge mannen niet toch al voor niets zijn gesneuveld, zoals de Afghaanse politica en mensenrechtenactiviste Malalai Joya onlangs onomwonden in het programma Netwerk verklaarde. Maar het sneuvelen van Nederlandse militairen – hoe erg ook voor de nabestaanden – kan natuurlijk geen reden zijn om maar door te gaan, met het risico dat nog meer militairen zullen sneuvelen.

Het kabinet houdt geen rekening met de deplorabele toestand waarin het land verkeert, hoort men vervolgens velen zeggen. Dat is nog maar helemaal de vraag. Een land in deplorabele toestand heeft behoefte aan een sterk en daadkrachtig kabinet en dat zijn nu juist de kwaliteiten die men het kabinet Balkenende niet toedicht. Wouter Bos benaderde deze kwalificaties nog het meest met zijn optreden tijdens de kredietcrisis en werd daarin door zijn staatssecretaris de Jager prima ondersteund. Dit tijdelijk oplevend elan was echter vrij snel weer verdwenen. Of we op korte termijn een dergelijk daadkrachtig kabinet tegemoet kunnen zien bepalen we zelf bij de verkiezingen van 9 juni aanstaande. Ondertussen valt het bijzonder te betreuren dat niet het hele kabinet is afgetreden en vervolgens in zijn geheel verder had kunnen regeren als demissionair kabinet in afwachting van nieuwe verkiezingen, zoals PvdA-minister Plasterk dit onlangs verwoordde. Dat had het mogelijk gemaakt om belangrijke zaken waar men het in het verleden met elkaar over eens was gewoon door te laten gaan, terwijl men nu het meeste in de ijskast moet zetten, in afwachting van een nieuwe regering. Ook hier schijnt (partijpolitiek) machtsdenken boven het algemeen belang geplaatst te zijn.

Bovenstaand overziend, valt een langer verblijf in Uruzgan te verdedigen wanneer men uitsluitend denkt in termen van macht en invloed en bereid is daarvoor de prijs van mensenlevens te betalen. Wanneer men mensenlevens stelt boven machtspolitiek, dient de missie zo snel mogelijk beëindigd te worden. Vreemd toch dat uitgerekend het CDA – met normen en waarden zo hoog in zijn vaandel – het kabinet laat vallen omdat het kiest voor deze machtspolitiek, terwijl de PvdA niet wenst te sjoemelen met mensenlevens en hier zijn ethische rug recht houdt. Ook in de politiek levert de inhoud vaak iets anders op dan de verpakking suggereert.

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)