Dec 132011
 

Daags voor het uitreiken van de Michelinsterren 2012 eind november, vertelde een topkok aan Volkskrant Magazine dat er in zijn sterren restaurant hutspot op het menu staat. Veel lezers hebben vast en zeker de wenkbrauwen gefronst bij deze ontboezeming. Hutspot als gastronomisch hoogstandje?, zullen velen met mij hebben gedacht. Wortelenstamppot gemaakt door een chefkok met een Michelinster – of twee – op zak? Zo, hij durft. Zo’n alledaags wintergerecht, samengesteld uit aardappelen, wortelen en uien serveren in zijn chique tent. Hij mag wel uitkijken dat hij zijn sterren met zo’n normale maaltijd niet verliest. De interviewer was zelf ook verrast. Ze probeerde nog even of het gerecht niet te gewoontjes was voor een sterren etablissement. Maar de masterchef riposteerde dat het een culinair hoogstandje betrof. Nou, laat ik dat maar voor waar aannemen, hij heeft tenslotte zijn sporen achter het fornuis verdiend.

Met het verder lezen steeg mijn verbazing alleen maar. Hutspot hoor je eigenlijk helemaal niet te stampen. Uh, o nee? Ik wist niet anders of je prakte de aardappelen stuk. De stamper komt er niet aan te pas, doceerde de kok. Je laat de aardappels zo lang koken, totdat ze bijna uitelkaar vallen. Vervolgens giet je ze af en schud je ze tegen de wand van de pan aan gort. Zo maak je hutsepot, zoals hij het gerecht noemde.

Ik moest denken aan mijn zoektocht naar een stamper in Berlijn. In 2009 verbleef ik in een mooie Berlijnse woning. Ik wilde hutsepot eten, maar de stamper ontbrak. Ik heb uren gezocht en uitgekeken naar een geschikt exemplaar. Uiteindelijk vond ik er een van zwart plastic in een supermarkt. Ik ben die dag wel vijf uur beziggeweest met de maaltijd, van inkoop tot afwas. Terwijl ik zo verwoed in de weer was met mijn hutsepot, realiseerde ik dat ik mijn tijd ook had kunnen gebruiken om de Berlijnse Muur, of het Joods Historisch Museum of de Rijksdag te bezoeken. Voordat ik aan tafel ging, had ik al besloten in Berlijn niet meer te koken. Het was te tijdrovend. Ik had al zo weinig tijd om deze boeiende stad te bezoeken. Ik zou er tenslotte maar acht dagen blijven.

Nu weet ik dus uit Volkskrant Magazine dat ik mij de zoektocht naar de stamper had kunnen besparen. Tot overmaat van ramp viel de hutsepot tegen. De maaltijd was te scherp, er zaten teveel aardappelen en uien in, en te weinig wortelen. Ik wist het toen eigenlijk al: je hebt een top/chefkok nodig om lekkere, zoete hutsepot te serveren.

  2 Responses to “Het menu: Hutspot”

  1. Bij het lezen herinnerde ik me weer wat twintig jaar geleden zo’n beroemde kok vertelde: Hij had wel zin om zoiets als hutspot of stamppot boerenkool te bereiden, zijn klanten zouden dat ook graag eten en het was om allerlei redenen de moeite waard. Maar de vaste kosten van zijn restaurant waren ƒ42 per stoel per avond. Ik was zo onder de indruk van dat getal, dat ik het nu nog weet. Die ƒ42 moest hij dus altijd terugverdienen. Terwijl geen Hollander meer dan ƒ10 voor een eenpansgerecht met gewoon vlees zou betalen.

    Al die fazanten, truffels, St Jacobsschelpen en vissoorten uit Afrika krijgen we dus alleen voorgeschoteld als dekmantel voor de huur van een stoel met gestijfd serviet en kaarsje. Gelukkig zijn ze ook lekker.

    Ter zijde: zo’n zoektocht naar een stamper heb ik ook achter de rug. Als je nog eens in Belijn een appartement met stamper zoekt, laat maar weten.

  2. Fantastisch!

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)