Okt 142011
 

De kranten stonden er even vol van: de vrijlating van de 5 jaar geleden gekidnapte Israelische soldaat Gilad Shalit in ruil voor 1027 Palestijnse gevangenen. Onder deze gevangenen bevinden zich mensen als Husam Badran, het brein achter o.a. de bomaanslag op de Dolfinarium-discotheek van Tel Aviv in 2001, waarbij 21 tieners werden gedood en 132 verwond.  Gilad Shalit was voor Hamas schuldig, omdat hij soldaat van het israelische leger was en in die hoedanigheid de grens met Gaza bewaakte.

Volgens de media vierden de Palestijnen uitbundig feest en noemde hun leider Abbas de ruil ‘een nationale prestatie’. Volkskrant-correspondent Rolf Bos vindt Hamas de grote winnaar in de zaak-Shalit en voorspelt koppen in de Arabische staatsmedia als: ‘Heldhaftige zege op de zionisten’.

Wat mij verbaast is dat ik nergens een begeleidend artikel tegenkom, waar wordt ingegaan op de toch voor ieder vreemde verhouding in deze ruil. Of het moet dezelfde Rolf Bos zijn, die zegt dat Israel zijn achilleshiel toont door bereid te zijn voor één soldaat meer dan duizend Palestijnen uit te leveren. Hij noemt dit de zwakke plek van Israel, maar waarom vraagt hij zich niet af wat er aan Palestijnse kant gebeurt, als men pas akkoord gaat met een ruil wanneer de teller van de vrijkomende Palestijnen op 1027 staat?

Ik stel me voor hoe de onderhandelaars van beide partijen rond de tafel hebben gezeten. De Israelische onderhandelaar zal ongetwijfeld gevraagd hebben tegen welke Palestijnse gevangene men Gilad wil uitwisselen en hij zal zich voorbereid hebben op een pittig gesprek want de Palestijnen zouden ongetwijfeld hoog inzetten door in ruil voor Gilad de vrijlating van een kopstuk als Barghouti te eisen. Hij moet zo ongeveer van zijn stoel zijn gevallen toen hij het feitelijke tegenbod hoorde: de vrijlating van zo veel mogelijk Palestijnen tegen die ene Israeliër. Toen men bij 1026 was nam men het dus blijkbaar op de koop toe dat deze Palestijnen in gevangenschap zouden blijven zolang nummer 1027 niet ook vrijkwam. Mag men dat een overwinning noemen? In onze westerse ogen dan wel een overwinning van de schaamte, omdat het over de levens van mensen ging en men van Palestijnse zijde vond dat het leven van een enkele Palestijn niet opwoog tegen het leven van een enkele Israeliër.

Deze gebeurtenis tekent de kern van het Midden-Oosten conflict: een clash tussen twee totaal verschillende culturen. De Arabische wereld beloont eer en geen waardigheid. Hamas heeft met deze ‘overwinning’ zijn eer hooggehouden, terwijl Israel is opgekomen voor de waardigheid van het individuele leven, zoals het door Yossi Klein Halevi treffend wordt uitgedrukt. Voor de Arabische cultuur is niet het individuele leven, maar de eer van Allah, de familie en de groep het hoogste goed. Niet ‘ik’, maar ‘wij’ is er belangrijk. En dat staat haaks op de Israelische en tevens onze westerse cultuur. Voor deze eer heeft de Arabische wereld alles over, ook de individuele levens van mannen, vrouwen en kinderen als dat nodig is. Daarom vindt men onder de Palestijnen zo makkelijk zelfmoordterroristen. Daarom ook zal het onmogelijk zijn voor Israel om ondanks de geweldige militaire overmacht de Palestijnen in zijn greep te krijgen, want noodzakelijke maatregelen als de muur en de wegversperringen in de Westbank zullen het eergevoel alleen nog maar meer kwetsen en het verzet verder aanwakkeren.

We kunnen hiervan vinden wat we willen, feit is dat Israel moet omgaan met directe buren waarvan de kernwaarden haaks staan op die van het eigen land. Wel vraag ik me met Yossi af hoe het mogelijk is dat met name de progressieven in het westen het opnemen voor Hamas en Hezbollah, terwijl ze zich tegelijkertijd veel eerder zullen herkennen in het Israelische gedachtengoed en nooit in dat van de Arabische wereld zullen willen leven. Wellicht is Israel voor hun te gecompliceerd en wanordelijk: een democratisch land dat tevens bezetter is, een consumptiesamenleving die tegelijkertijd onder een permanente doodsdreiging leeft. Wellicht komt deze wereld veel dichterbij dan het vreemde Arabische en is men bang besmet te raken door het verwerpelijke in wat tegelijkertijd zo veel op ons lijkt. Want als een samenleving die zo veel overeenkomsten met de onze vertoont zulke verwerpelijke dingen doet, zouden wij dan wellicht ook zelf in staat zijn tot……?

  2 Responses to “Wonderbaarlijke gevangenenruil: 1 tegen 1027”

  1. Zonder de terroristische methoden en de verwerping van het bestaansrecht van Israël door Hamas te willen goedpraten: dit betoog lijkt geschreven met als ‘blinde vlek’ dat in zoverre de onderhandelingen betreffende de gevangenenruil draaide om de onrechtmatige bezetting van Palestijns gebied door Israël – en het valt moeilijk vol te houden dat de ruil niet door Hamas mocht worden opgevat als staande in het teken daarvan – er geen ethische rechtvaardiging is voor ‘gelijk oversteken’, maar wel voor een deal waarbij de getroffen partij (wiens land onrechtmatig wordt bezet) er veel beter uitspringt dan de dader (de bezetter).

    Ik vind dat Frans Schütt hier de terechte morele veroordeling van de methoden van Hamas impliciet verwart met het eveneens evidente morele gegeven dat de Palestijnen in hun recht staan wat betreft de bezette gebieden en derhalve bij gevangenenruil terecht grosso modo meer mensen los krijgen dan de Israëliërs. Je zou wel kunnen twisten over het inbegrip van (zware) terroristen, a fortiori van terroristische ‘breinen’, in de groep vrijgelaten Palestijnen. Maar dat is een andere discussie, waar ook een bepaald niet triviaal apart aspect aan zit: is het rechtvaardig ten aanzien van de families van Israëliërs die door toedoen van deze (zware) terroristen zijn vermoord, dat de laatstgenoemden vrij komen in ruil voor het leven van een (één) soldaat? Je kunt het zo zien dat Israël kennelijk het leven, je zou bijna zeggen de eer (want Shalit leefde, maar in deplorabele omstandigheden), van een soldaat – die per definitie kan en wil sterven voor de Goede Zaak van het land – ethisch hoger stelt dan het morele recht van de nabestaanden van een door een terreuraanslag omgekomen burger op een gepaste – gerechtigheid instellende – bestraffing van de terroristische moordenaar(s). De woede van veel van die nabestaanden over de gevangenenruil in kwestie is dan ook menselijk, begrijpelijk en zelfs ethisch zeer wel verdedigbaar.
    Ik vermoed dat de hoge prijs die Israël bereid is te betalen voor het leven van een soldaat, nog wel eens meer te maken kan hebben met het hoog houden van de moraal van de troepen en het in hoge mate kunnen blijven mobiliseren van het volk, dan met een morele-bijna-absolute waardering van één mensenleven.
    Ook wie Israëls legitieme rechten ondersteunt, moet bereid zijn die mogelijke zienswijze eens in overweging te nemen.

    En het afschilderen van de Arabische wereld als een oord waarin mensen huizen voor wie het leven van een individu nauwelijks of niet telt, althans als ‘de eer’ op het spel staat, is op z’n minst een grove generalisatie, die een soort inherente vijandigheid tussen (Joodse) Israëliërs en ‘Arabieren’, althans de morele superioriteit van de eersten, op toch echt iets te wankele gronden poneert en op scherp stelt. Hetgeen processen van toenadering en groeiend vertrouwen van mens tot mens bij voorbaat de pas af zou kunnen snijden.
    Dat het leven van individuele mensen Israël iets minder heilig is als men het rond deze zaak wil doen voorkomen, mag blijken uit het bijna standaard vergelden van bloedvergieten door ‘de vijand’ (Palestijnse terroristen of verzetsmensen), in veel gevallen door middel van het vergieten van het bloed van de tegenstander, óók als daarbij als collateral damage onschuldigen worden gedood.

    Als Frans Schütt zo ruimdenkend is om dit stuk te plaatsen, zou ik dat trouwens wel een blijk vinden dat het hem ernst is met zijn lofzang op elkaar aan het denken zetten door het zo goed mogelijk aanwenden van de rede – waarbij ieder individu, natuurlijk ook ik, maar al te vaak tekortschiet.

  2. Beste C. Veenstra,

    Voorop gesteld: ik zal iedere reactie plaatsen die niet racistisch dan wel op de persoon gericht is, daar kunt u rustig van uit gaan. In reactie op uw stuk begrijp ik allereerst niet wat de link is tussen het bezetten van gebied en het recht om meer gevangenen vrij te krijgen.
    Dan wat betreft de door mij gemaakte vergelijking tussen de Israelische en de Arabische cultuur. U hebt gelijk dat een dergelijke vergelijking een generalisatie is, dat is altijd het geval wanneer men groepen met elkaar vergelijkt. Wat ik wel wil benadrukken is dat het mij bij die vergelijking in het geheel niet gaat om de ene cultuur als superieur ten opzichte van de andere af te schilderen. U zult dat ook niet in mij artikelen kunnen terugvinden. Ik constateer slechts, zonder een rangorde aan te brengen. Het is daarbij ook niet mijn bedoeling om iets op scherp te stellen, zoals u schrijft, maar juist om de twee volkeren meer tot elkaar te brengen door niet vanuit een etnocentrisch standpunt naar elkaar te kijken. Ik zou ook echt niet weten, waarom de grotere nadruk op het ‘ik’ superieur zou zijn aan de grotere nadruk op het ‘wij’. Het westen wordt in de kredietcrisis juist keihard geconfronteerd met de grote nadelen van deze ik-cultuur.

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)