Okt 042011
 

Beste Anja Meulenbelt,

Wij hebben een paar keer contact met elkaar gehad via jouw weblog en het was van meet af aan ruzie. Jij hebt mijn artikel in de Volkskrant gelezen over het dilemma waarin Israel verkeert en concludeert terecht dat ik dat land een warm hart toedraag. Ik lees over jou in de media en concludeer, naar ik aanneem eveneens terecht dat jij het opneemt voor de Palestijnen.

Jij verdenkt de Israelische leiders ervan helemaal niet uit te zijn op vrede en een tweestaten oplossing. Hun politiek is gericht op het sluipenderwijs annexeren van de Westbank met behulp van de kolonisten en de steeds verder uitbreidende nederzettingen, om zo te komen tot een groot-Israel. Volgens jou komt er pas uitzicht op vrede, wanneer Israel van het land een democratie maakt met gelijke rechten voor alle burgers in plaats van een exclusieve Joodse staat.

Ik verdenk de Palestijnse leider Abbas ervan om met de eis tot terugkeer van ± 5 miljoen vluchtelingen Israel op ‘vreedzame’ wijze te veranderen in een islamitisch georiënteerde samenleving en zo sluipenderwijs te komen tot een groot-Palestina. In mijn visie komt er pas vrede wanneer de Palestijnen erkennen dat Israel het thuisland voor de joden is, de plek op de wereld waar ze nimmer bang hoeven te zijn als tweederangs burgers te worden behandeld.

En dus staan we lijnrecht tegenover elkaar met onze steun voor de eigen groep en onze achterdocht naar de tegenpartij. De neiging om conflicten te reduceren tot het kinderlijke niveau ‘Jij bent het schuld!” “Nee jij!”, zie je overal om ons heen. Het wordt toegepast in bijna iedere relatieruzie, maar vormt ook de rode draad in het nu al decennia durende Midden-Oosten conflict.

Laten we het voorbeeld van de muur nemen die Israel heeft gebouwd. De Palestijnen vinden het een schande, want de muur belemmert hen enorm in hun vrijheid en wakkert dus alleen maar de woede op de Israeliërs aan. De Israeliërs daarentegen vinden de muur een verademing, want nu is het voor Palestijnse zelfmoordterroristen niet meer zo makkelijk om zich in een Israelische bus of disco op te blazen en zo vele doden te veroorzaken. De Palestijnen zullen zeggen dat het opblazen van burgers inderdaad gruwelijk is, maar dat het de enige mogelijkheid is om zich te verzetten tegen het net zo gruwelijke onrecht hen aangedaan door de Israeliërs. En zo is de kinderlijke cirkel van ruziemaken rond. Deze cirkels tref je overal aan in de discussie over het Midden Oosten en ze gaan in een spiraal soms terug tot zo’n 1000 jaar voor Christus.

Ondertussen weten zowel jij als ik dat de werkelijkheid er nooit zo simpel uitziet. Dat mensen “zich organiseren rondom het onrecht dat ze zelf hebben meegemaakt en vaak niet beseffen dat ze een paar fikse blinde vlekken hebben voor het onrecht van anderen”, zoals je zelf in een interview zegt. In het voorbeeld van de muur hebben in feite beide partijen gelijk: de muur is onmenselijk en diezelfde muur beschermt tegen onmenselijkheid.

Desondanks zijn we blijkbaar niet in staat het kinderlijke niveau te overstijgen en blijven we meedoen met het verder polariseren van het conflict, door zo duidelijk partij te kiezen voor een van beide kanten. En ons daarmee zelf te reduceren tot degene die de munitie aandraagt om de tegenstander mee te beschieten.

Dat moet beter kunnen. Dus Anja, laten we ophouden met ruzie maken, elkaar de hand geven en trachten in dit conflict de figuur van de volwassene aan te nemen, die zich laat leiden door de wijsheid “waar twee vechten hebben twee schuld.” Hoe? Door – ook deze uitspraak komt je niet onbekend voor – over de eigen schuttingen heen te kijken en naar de ervaringen van de ander te luisteren, zonder meteen in waardeoordelen te vervallen. Dat zal niet makkelijk zijn, maar als ons dat lukt hebben we wellicht ook enige wijsheid opgedaan die van dienst kan zijn in een werkelijke oplossing van het conflict. Want ik ben ervan overtuigd dat langs vreedzame weg op termijn gerealiseerd kan worden wat nu als onmogelijkheid wordt gezien: één land van de Middellandse Zee tot aan de Jordaan, dat zowel het thuisland is van de Joden als van de Palestijnen die er wonen.

  20 Responses to “Het Midden-Oosten conflict mist een volwassen insteek”

  1. Regelmatig lees ik stukjes van Frans over Israël en die maakten duidelijk dat hij dit land ten allen tijde zal blijven verdedigen. Gelukkig erkent hij zelf in deze bijdrage dat zo’n bevooroordeelde stellingname het moeilijk maakt neutraal te oordelen.

    Net als veel andere verdedigers van het Israëlische beleid vindt hij bijvoorbeeld dat de Palestijnen die gevlucht zijn niet allemaal terug kunnen keren naar hun geboortegrond of die van hun ouders/grootouders. Dat terwijl iedere jood in de wereld, met voorouders die zich al bijna tweeduizend jaar niet in dit land hebben laten zien, dat recht wel heeft. En waarom mogen vluchtelingen niet terug? Omdat Israël dan niet meer overwegend joods zal zijn.

    En dat is voor hem dus doorslaggevend: welk onrecht de Palestijnen ook is aangedaan door hen van hun grond te verdrijven, voorop staat altijd dat Israël voor de joden is. Goed, de paar snippers die nog over zijn, pakweg tien procent van het gebied waar de Palestijnen oorspronkelijk woonden, dat gunt Frans ze dan nog wel.

    Als gevluchte Palestijn, of nabestaande van iemand die gevucht is, zou ik dat geen eerlijke oplossing vinden. En dus geloof ik nooit dat op deze manier een rechtvaardige vrede bereikt zal worden.

    Dat de eeuwenlange vervolging van de joden in Europa, uitmondend in de Holocaust, geleid heeft tot het sterke verlangen naar een veilig eigen land, vind ik heel begrijpelijk. Maar het zijn nu de Palestijnen die, terwijl ze geen enkele rol speelden bij de jodenvervolging, hier de prijs voor moeten betalen.

    Van hen wordt iets verlangd dat men nooit van een ander volk verlangd heeft. Frans vindt dat ze dit maar moeten slikken, want Israël is nu eenmaal het land van de joden. Maar op basis waarvan claimt hij dat?

    Volgens mij behoort het land toe aan degenen die daar de afgelopen tweeduizend jaar hebben gewoond. En bij het begin van de terugkeer van joden naar Israël, eind 18e eeuw, waren dat naast enkele duizenden joden vooral de Palestijnen.

    Vrede komt volgens mij pas in zicht als de Palestijnen de erkenning krijgen dat hen met de stichting van de staat Israël en daarmee het afnemen van hun grondgebied, groot onrecht is aangedaan.

  2. Beste Matthieu,

    Ik erken in dit stuk dat mensen “zich organiseren rondom het onrecht dat ze zelf hebben meegemaakt en vaak niet beseffen dat ze een paar fikse blinde vlekken hebben voor het onrecht van anderen”. Dat geldt voor beide partijen. Ik geef aan uit de daardoor steeds verdergaande polarisatie rondom Israel en de Palestijnen te willen stappen en te streven naar een bevredigende oplossing voor beiden: één land tussen de Middellandse Zee en de Jordaan, dat zowel het thuisland is voor de Joden als de Palestijnen.

    Jij vindt het belangrijker om me toch weer in een van beide kampen onder te brengen en gaat zelf in het andere kamp zitten. Jammer.

  3. Beste Frans,

    In je reactie lees ik iets anders dan in je blog. Eerst schrijf je: “In mijn visie komt er pas vrede wanneer de Palestijnen erkennen dat Israel het thuisland voor de joden is, de plek op de wereld waar ze nimmer bang hoeven te zijn als tweederangs burgers te worden behandeld.”

    Je hebt Israël dus al toebedeeld aan de joden maar volgens je reactie wil je “één land tussen de Middellandse Zee en de Jordaan, dat zowel het thuisland is voor de Joden als de Palestijnen”.

    Hoe kun je die twee met elkaar rijmen? En welke oplossing zie je voor de vijf miljoen vluchtelingen die volgens je blogbericht niet terug kunnen?

    Je constateert dat ik me met zijn stellingname, de constatering dat de Palestijnen onrecht is aangedaan, automatisch in een van de tegenover elkaar staande kampen plaats. Het klopt dat het lot van de Palestijnen me zeer raakt. Ik zie hen als slachtoffers van de Europese politiek. Het westen, nog volop in koloniale sferen, zag er nauwelijks een probleem in een stuk grond dat al bewoond werd aan een ander volk toe te wijzen.

    Ik probeer als het over dit onderwerp gaat me niet mee te laten slepen door de vaak heftige emoties. Juist omdat ik ook de joden zie als slachtoffers van de Europese politiek. Ik vind het begrijpelijk dat zij, na eeuwen van vervolging, enige garantie op lijfsbehoud zoeken in een eigen staat. Als Duitsland na de tweede wereldoorlog verplicht zou zijn, als kleine compensatie voor het onrecht dat de joden is aangedaan, een stuk van hun grondgebied voor zo’n staat vrij te maken, zou ik daar logica in zien. Dat de Palestijnen plaats moesten maken voor een joodse staat vind ik echter niet te verdedigen.

    En inderdaad, dan staan wij lijnrecht tegenover elkaar. Voor jou staat vast dat, hoe een vredesverdrag er ook uit zal zien, Israël vanzelfsprekend voor de joden is. Op mijn vraag wat die claim rechtvaardigt gaf je geen antwoord. Voor mij staat vast dat de stichting van Israël volstrekt voorbijging aan het belang van de Palestijnen.

    Dat maakt overigens niet dat ik in Israël de ‘schuldige’ zie. Dat zijn voor mij de destijds nog uiterst koloniaal denkende Europese machthebbers.

    Met vriendelijke groet,
    Matthieu klein Tank

  4. Het blijft me keer op keer verbazen, dat mensen na het lezen van een stuk als dit niet in staat zijn om de werkelijke boodschap te begrijpen (naar jezelf kijken en eigen blinde vlek herkennen), maar meteen hetgeen gaan doen waar Frans voor waarschuwt. Op kinderlijk niveau gaan polariseren en alleen maar met de vinger naar de ander wijzen. Matthieu, je versterkt Frans zijn stuk wel door met jouw reactie te bewijzen dat dit (helaas) klopt. Desondanks jammer dat de werkelijke boodschap niet bij je is aangekomen.

  5. Dag Matthieu,

    Mijn artikel eindigt toch met de uitspraak dat beide partijen, zowel Anja als ik, over de eigen schutting heen durven te kijken, naar het verhaal van de ander durven te luisteren, daar niet direct een waardeoordeel over vellen, om zodoende te streven naar één land voor zowel de Palestijnen als de Israeliërs. Dat zeg ik toch niet alleen in mijn reactie?
    Want waarom zou het niet mogelijk zijn dat Palestijnen en Joden samen een land delen? Maar dan moeten beiden wel stoppen elkaar van alles voor de voeten te gooien en allerlei rechten te ontzeggen. Alleen dan kan het vertrouwen in elkaar groeien. Een vertrouwen dat absolute voorwaarde is om samen in dat land van de Middellandse Zee tot de Jordaan te kunnen leven. En laten wij hier daarmee beginnen en dus ophouden met vragen over claims en dergelijke.

  6. Beste Rosa,

    Op basis van jou opmerkingen heb ik het artikel en mijn reactie nog eens teruggelezen. Als ik langer over mijn reactie had nagedacht was ik waarschijnlijk allereerst ingegaan op de oproep van Frans tot een meer constructief debat. Die oproep onderschrijf ik van harte.

    Maar mijn punt blijft staan. “Eén land van de Middellandse Zee tot aan de Jordaan, dat zowel het thuisland is van de Joden als van de Palestijnen die er wonen” en (in) “mijn visie komt er pas vrede wanneer de Palestijnen erkennen dat Israel het thuisland voor de joden is” zijn twee uitspraken van Frans in hetzelfde artikel die niet met elkaar te rijmen zijn.

    Hij besluit zijn artikel met de wens te komen tot een gezamenlijk thuisland voor joden en palestijnen. Ook die wens onderschrijf ik van harte.

    Met vriendelijke groet,
    Matthieu klein Tank

  7. Dag Frans,

    Jou reactie las ik pas nadat de mijne, die ik blijkbaar gelijktijdig schreef, was verstuurd.

    Ik ben een groot voorstander van een verandering in het Israël/Palestina-debat. Mijn mening op dit punt is voor een groot deel gevormd door boeken van Karen Armstrong. Met name De Kruistochten heeft me veel geleerd over het hele Midden-oostenconflict. Juist omdat de schrijfster zich zo goed weet te verplaatsen in de drijfveren van alle partijen.

    We hopen beiden op een gezamenlijk thuisland voor joden en palestijnen. Dan zijn we het dus al grotendeels eens. Maar toch nog even: hoe zit het er nu mee dat de Palestijnen wel eerst moeten erkennen dat Israël joods moet blijven?

    Met vriendelijke groet,
    Matthieu klein Tank

  8. Dag Matthieu,
    Dat de Palestijnen eerst moeten erkennen dat Israel joods moet blijven is mijn schutting, waar ik over heen moet durven kijken. De beide schuttingen: mijn achterdocht dat de Palestijnen de Joden de Middellandse Zee in willen drijven; de achterdocht van Anja dat de Joden het land Israel plus de Westbank voor zichzelf willen hebben. Mijn idee in het artikel: laten we over die schuttingen van achterdocht heenkijken. Joden en Palestijnen hoeven elkaar niet te verdrijven, want het land is groot genoeg om beide volkeren te herbergen. Ik ben realist genoeg om te weten dat een dergelijk vertrouwen er niet van vandaag op morgen komt, en dat het een hele uitdaging is om daar naartoe te werken. Kijk maar hoe de discussie tussen jou en mij al vol met misverstanden zit, terwijl we blijkbaar hetzelfde nastreven.

    Overigens stel ik het zeer op prijs dat je mijn artikelen leest.

  9. Beste Frans,

    Het vervelende met jou is dat het niet mogelijk blijkt om gewoon van mening te verschillen zonder een verhaal vol aannames, projecties en oordelen over me heen te krijgen. En dan moet ik weer zeggen: maar dat vind ik helemaal niet en dan wordt het weer niets – zo krijg je nooit een gesprek dat de moeite waard is.

    Je zegt dat je mij een handreiking biedt. Ik zie geen handreiking.

    De scheidslijn loopt in jouw hoofd tussen Israël en de Palestijnen. In de mijne niet. Ik sta aan de kant van het recht, van mensenrechten en internationaal recht, tegen de bezetting en de blokkade. Aan mijn kant werk ik samen niet alleen met Palestijnen maar ook met joden van binnen en buiten Israël, plus nog vele anderen die de mensenrechten hoog in het vaandel hebben en de meesten daarvan vinden ook nog dat het er niet alleen om gaat om de Palestijnen te redden maar ook Israël.

    Ik ga er van uit dat Israël geen vrede wil. Jij gaat er van uit dat die mening voortkomt uit achterdocht. Je houdt er geen rekening mee dat die mening voort kan komen uit feitenkennis. Je kunt dat nalezen in mijn laatste boek, Oorlog als er vrede dreigt. Als je dat gelezen hebt kun je nog steeds met mij van mening verschillen maar dan weet je tenminste waar je het over hebt.

    Jij gaat er van uit dat het onvolwassen is om in dit ‘conflict’ partij te kiezen. Dat is een oordeel dat je niet kunt onderbouwen, behalve dat dat is wat jij gelooft. De waarheid ligt helemaal niet altijd in het midden, dat is een cliché. Toen Nederland door de nazi’s werd bezet lag de waarheid niet in het midden, toen de joden werden vervolgd lag de waarheid niet in het midden, toen er een apartheidssysteem in Zuid Afrika was lag de waarheid niet in het midden en volgens mij ligt hij dat bij Israël/Palestina ook niet. Jij zit nog steeds in paradigma twee, kun je hier nalezen (http://www.anjameulenbelt.nl/weblog/cursus/over-de-paradigmastrijd/), en het spijt me, maar geen partij kiezen in een zaak van evident onrecht is altijd in het voordeel van de onrechtpleger. Vanzelfsprekend krijg je mij daar niet in mee. En als je er toch toe komt om ‘de paradigmastrijd’ te lezen begrijp je ook waarom ik helemaal niet denk dat jij Israël helpt met jouw ‘volwassen’ houding.

    Als je werkelijk een hand uit wilt steken, doe dan ten minste de moeite om je te verdiepen in wat de ander te zeggen heeft – en zit niet voortdurend te projecteren. Ik heb geen last van achterdocht, ik hoef niet over schuttingen heen, en ik hoef al helemaal niet naar het ‘midden’ in een zaak waarbij het voor mij glashelder is wie bezetter is en wie bezet.

    En geen ruzie met mij hebben is ook al erg eenvoudig: schuif mij geen beschuldiging in de schoenen dat ik de joden uit Israël wil verdrijven en je hebt van mij geen last.

    Het beste verder,

    Anja Meulenbelt

  10. Zo, het antwoord van Anja is een duidelijk nee. Jammer en daar zou ik het bij kunnen laten. Maar ze beschuldigt mij van een verhaal vol aannames, projecties en oordelen. Ik houd er niet van om dingen voor de voeten gegooid te krijgen die kant noch wal raken.
    Ik heb me bij het schrijven van het artikel in belangrijke mate gebaseerd op het interview van Anja met Tineke Bennema naar aanleiding van de presentatie van haar boek Oorlog als er vrede dreigt, te vinden op haar website http://anjameulenbelt.sp.nl/weblog/2010/09/11/interview-oorlog-als-er-vrede-dreigt-1/

    Voor het gemak zal ik een paar gedeeltes uit het driedelige interview citeren:

    “We zien alleen maar dat ze doorgaan met nederzettingen bouwen. Krijgen we antwoord als we willen weten waar Israël zijn grenzen wil hebben? Zeggen ze niet. Horen we wat hun plan is met de Palestijnen, behalve dat ze die het liefst kwijt zouden willen?”

    “Het lastigste wat ik moest zeggen: bekijk de zaak nu eens vanuit het perspectief dat Israël er alles aan doet om vrede met de Palestijnen te vermijden, want dan moeten ze land opgeven, dan moeten ze een onafhankelijke Palestijnse staat naast ze tolereren, dan moeten ze hun grenzen vastleggen en zeggen, dit is genoeg. En wat als ze dat niet willen?”

    “Ik denk dat het niet alleen een kwestie is dat Israël nooit serieus een levensvatbare en onafhankelijke Palestijnse staat heeft gewild, maar dat het ook niet meer kan. Ja, ik besef dat dat ook voor Palestijnen schokkend kan zijn – die die wens nog niet hebben opgegeven. Ik begrijp heel goed waarom veel Palestijnen veel liever een eigen staat zouden willen, zelfs een kleine staat op een kwart van hun oorspronkelijke gebied, dan die gedachte dat je met die rotzakken in een land moet gaan wonen en dan ook nog eindeloos moet vechten om daar een normale democratie van te maken zonder al die ingebouwde discriminatie – na de oorlog tegen Gaza is dat idee onaantrekkelijker dan ooit. Maar het is ook een feit dat het met de dag onwaarschijnlijker wordt dat er nog een Palestijnse staat mogelijk is – kijk naar de nederzettingen op de Westoever, kijk naar de kolonistenbeweging. Ik heb veel gehad aan het boek van Akiva Eldar – die kolonisten hebben allang hun poten in de Knesset en in het leger, de minister voor propaganda is een kolonist, welke regering zou het nog aandurven daar tegen in te gaan en een burgeroorlog te riskeren als ze niet eens meer weten welke kant het leger zou kiezen? Is er één grote politieke partij die een serieus plan heeft voor een twee-statenoplossing? Zelfs als een meerderheid van de burgers zou zeggen, we hebben het wel gehad, we willen af van de bezetting, de kolonisten spreken niet namens ons, dan is het nog de vraag of het nog kan. Zonder enorme druk van buitenaf.”

    “Eigenlijk zeg ik niets ergers dan dat het tijd wordt dat Israël een normale democratie wordt met gelijke rechten voor alle staatsburgers,”

    Tot zover de citaten. Is het vreemd dat ik me afvraag wie van ons beiden vol zit met aannames, projecties, oordelen? Of zou het kunnen dat Anja niet meer zo goed weet wat ze ooit zelf gezegd heeft? Ik denk in ieder geval dat het geen zin heeft om nog met haar verder te praten. Want wanneer mensen hun mening als feiten trachten te verkopen, krijg je populisme. En met populistische visies ga ik niet in discussie.

  11. Meneer Schuett,

    Als reactie op een eerder blog van u vroeg ik aan Likoed:” Welk Israel, met welke grenzen, is door Nederland als staat erkend?” Ik heb geen antwoord gekregen.
    Miischien wilt u het nog eens voor me navragen? Alvast dank.

  12. Dag Fennie,

    Dank voor je reactie, je doet je naam eer aan. Ik heb de reactie doorgestuurd naar Likud Nederland met het verzoek te reageren.

    Met vriendelijke groet,
    Frans Schütt

  13. @Fennie Stavast

    Israel heeft geen internationaal erkende grenzen. Nederland heeft Israel wel erkend, maar dus niet met bepaalde grenzen.
    Wat wordt aangeduid als ‘grenzen van 1967’ zijn feitelijk de wapenstilstandslijnen van 1949. Die zijn door geen enkel land aanvaard of erkend als grens.

    Zie bijvoorbeeld het regeerakkoord:
    “Nederland wil verder investeren in de band met de staat Israël. Nederland blijft daarbij voorstander van een alomvattend vredesakkoord tussen Israël en de Palestijnen. Een twee-staten-oplossing, met als uitgangspunt de grenzen van 1967, vormt hierbij het uitgangspunt.”

    De grenzen van 1967 zijn voor Nederland dus wel uitgangspunt voor de onderhandelingen maar niet definitief, conform de van toepassing zijnde VN resolutie 242.

  14. Anja Meulenbelt schrijft dat ze uitgaat van het (internationaal) recht. Maar het is al heel lang duidelijk dat ze daarin selectief winkelt. Want dat Israël door de VN is erkend als Joodse staat, respecteert ze niet. Dat maakt meteen duidelijk dat Meulenbelt formele juridische uitspraken alleen erkent voor zover ze in haar straatje te pas komen.

    Matthieu blijft zich eraan storen dat Frans Schütt de erkenning door de Palestijnen (en mischien breder: door voldoende Arabische buren) van Israël als Joodse staat een voorwaarde acht om werkelijke vrede een kans te geven, vrede die in Schütts optiek zelfs zou kunnen en moreel gezien zou moeten uitmonden in één land voor alle bevolkingsgroepen. Schütt vindt overigens dat de totstandkoming van een eigen staat voor de Palestijnen eveneens een voorwaarde is voor het bereiken van deze wenselijke eindsituatie.

    Als ‘niet belanghebbende’ (ik heb noch Joodse, noch Palestijnse banden of connecties) vind ik het standpunt van Schütt getuigen van politiek realisme en pragmatisme. Laten én de Israëliërs én de Palestijnen eerst maar eens tonen dat ze elkaar kunnen respecteren – met elkaar economisch en naar te hopen valt ook cultureel kunnen samenwerken en elkaar verrijken – vanuit ieders eigen staat. Dat experiment is riskant en spannend genoeg; het is alleen maar verstandig dat zo’n nieuwe relatie op een veel grotere voet van gelijkwaardigheid, eerst is ingebed in een eigen ‘veilig hok’ voor beide partijen. Natuurlijk – en wellicht zal Schütt dat met me eens zijn – is het gevaar reëel dat de nieuwe Palestijnse staat, doordat ze jong is en kleiner, structureel aan het kortste eind trekt bij allerlei belangrijke verdelingsvraagstukken in de regio, niet op de laatste plaats betreffende water. Naar mijn mening zal er alleen al om die reden eerst een totaal andere politieke wind moeten gaan waaien in Israël dan de huidige ultrarechtse. Maar dat doet niets af aan de rationaliteit – de politieke en sociaal-psychologische logica – van Schütts gedachtegang. Daarentegen is de eis van een sprong in het diepe – meteen naar één staat voor Joden, moslims en andere bevolkingsgroepen – veel te utopistisch. Gezien het historisch dóór en dóór ingesleten, letterlijk explosieve wantrouwen tussen heel veel Joden en heel veel Palestijnen, is één land waar ze vreedzaam samenleven vooralsnog een droombeeld, hoe belangrijk het ook is dit te blijven hanteren als een na realistische tussenstappen wel degelijk geleidelijk wáár te maken historische mogelijkheid.

    De filosoof Hans Achterhuis heeft gewezen op het gewelddadige potentieel van utopistisch denken. Dit inzicht – door Achterhuis uitvoerig geïllustreerd met voorbeelden uit de geschiedenis – zouden Anja Meulenbelt en haar geestverwanten echt eens moeten laten bezinken. Een onbezonnen mix van ethiek en politiek ziet Achterhuis op goede gronden als een van de oorzaken van geweld.

  15. Dank, Likoed Nederland, voor dit antwoord.

    U hebt zelf gesteld dat voor erkenning van een land duidelijk afgesproken grenzen nodig zijn.
    Dit geldt voor elk land op de wereld, maar dus niet voor Israel. Duidelijk.

  16. In de reactie van C. Veenstra herken ik me geheel. Nuchter tegen de feitelijke situatie aan kijken en dan nagaan wat realistisch, haalbaar is voor de korte termijn, met een wenselijke situatie voor de langere termijn. En inderdaad, ook vanuit de zijde van Israel moet er heel wat gebeuren, willen deze korte en lange termijn doelen gehaald worden.

  17. @Fennie Stavast

    Het lag niet aan Israel dat er geen grenzen konden worden vastgesteld. Israel had het VN delingsplan van 1947 geaccepteerd. Dat is door de Arabische landen verworpen en geprobeerd met geweld te voorkomen, door de vernietigingsoorlog in 1948.

    In de woorden van de voorzitter van de Arabische Liga destijds:
    “Het zal een oorlog zijn van uitroeiing en van reusachtige slachting, waarover gesproken zal worden zoals over de Mongoolse bloedbaden en de kruistochten.”

    De wereld vond het vanzelfsprekend niet reeel om de Arabieren te belonen voor die gestarte uitroeingsoorlog, door Israel niet te erkennen.

  18. Zouden goedwillende Joden en Palestijnen elkaar een eind kunnen vinden in het steunen en zinvol uitbouwen van wat Mahmoud Abbas maximaal uit zijn initiatief voor een eigen Palestijnse staat kan slepen: een opgewaardeerde VN-waarnemerstatus (‘waarnemend niet-lidstaat’)? Of via het Palestijnse lidmaatschap van UNESCO?

    Een eventuele dan mogelijk geworden rechtszaak van de Palestijnen tegen Israël bij het Internationaal Strafhof over een kwestie waar het evident is dat Israël fout zit (iets als het tegen de wens van de VS in blijven uitbreiden van nederzettingen op de Westoever bijvoorbeeld) zou dan gesteund kunnen worden door kritische Joden, om extra druk te zetten op de regering van Israël. Via UNESCO zijn wellicht gezamenlijke initiatieven op cultureel gebied denkbaar en financierbaar. Als ik het zo mag zeggen, zouden Joden op de lijn van Frans Schütt mijns inziens niet moeten aarzelen om met die instrumenten zowel de Israëlische regering meer onder druk te helpen zetten als op cultureel gebied onderling vertrouwen te bevorderen; de facto zal een en ander niet de veiligheidssituatie in het land wezenlijk in gevaar brengen (of ben ik daar te optimistisch?).
    Het zou natuurlijk wel vergen een stukje over de eigen schaduw heen te springen: dat dit alles zou plaats vinden zonder dat de Palestijnen Israël als Joodse staat hebben erkend. Maar door de mogelijkheden die het UNESCO-lidmaatschap en de status van waarnemend niet-lidstaat voor de Palestijnen biedt, te ondersteunen, zouden Joden m.i. bijzonder kunnen bijdragen aan meer goede wil van beide kanten, waardoor vervolgens een Palestijnse erkenning van Israël als Joodse staat als vervolgstap binnen bereik zou kunnen komen.

    Ook Palestijnen op de lijn van Matthieu zouden een stukje over hun schaduw moeten heenstappen: hoewel ze een tweestatenoplossing eigenlijk liever zouden ‘overslaan’, zouden ze besluiten eraan mee te werken in het verlengde van het initiatief van Abbas. En wat betreft de erkenning van Israël als Joodse staat – wat politiek-pragmatisch een voorwaarde is voor een volwaardig VN-lidmaatschap voor Palestina -, zouden ze een nieuwe onderhandelingsronde kunnen entameren, waarbij Israël keiharde garanties moet gaan geven betreffende de randvoorwaarden van een volwaardige en levensvatbare, voldoende welvarende Palestijnse staat in wording, op allerlei belangrijke gebieden (verdeling van land en water, kolonisten, Oost-Jeruzalem enzovoorts). Zo zou er, althans in theorie, veel meer te winnen zijn voor de Palestijnen dan bij een volharding in de wens dat Israël als ‘historische vergissing’ – en het zal Matthieu wellicht niet zijn ontgaan dat ook onder niet-linkse Joden wel wordt gedacht dat achteraf gezien de hele geschiedenis echt anders had behoren te lopen (ik denk aan een Max Pam[*]) – min of meer linea recta ongedaan wordt gemaakt.

    Anja Meulenbelt mag dan wel zeggen dat een tweestatenoplossing onmogelijk is geworden, peilingen wijzen kennelijk uit, als ik op Paul Brill http://bit.ly/mRbVFB afga, dat een meerderheid van de Israëlische bevolking in beginsel niet afwijzend staat tegenover een Palestijnse staat.

    Dit is natuurlijk ‘weer een naïeve poging om een onoplosbaar conflict’ van een paar ideeën te voorzien die bij voorbaat kansloos lijken, maar wie in deze alléén een realist is (of alléén een dromer, for that matter), komt al jaren niet verder dan de schuttersputjes.

    Misschien een mijmering-in-flarden op een blog die zowel Frans als Matthieu een heel klein beetje kan helpen om over de schuttingen heen te kijken:
    http://bit.ly/oVfJsa – ‘Jacob Israël de Haan in Gaza’

    [*] In Buitenhof http://bit.ly/qc8HUi op 11 januari 2009 zei Pam in zijn gesproken column: ‘Hoe begrijpelijk ook dat het is gebeurd, achteraf bezien ware het toch beter geweest als de staat Israël na de Tweede Wereldoorlog niet was gesticht.’ Al voegt hij daar meteen aan toe: ‘Als morgen het Israëlische leger wordt afgeschaft of verslagen, zullen de burgers van Israël de zee in worden gedreven’ – ziedaar de alomtegenwoordige angst waar Frans zijn schutting voor nodig heeft en die je als je een pragmatische politieke idealist bent niet kunt negeren.

  19. Wanneer in 1948 de ‘Palestijnen’ het voorbeeld van de Joden hadden gevolgd ipv te gaan zitten mokken en aanslagen te plegen dan hadden ze nu waarschijnlijk ook een welvarend land gehad.
    Maar ze willen gewoon geen, zoals zij dat noemen, “Zionistische” staat in hun regio. Vandaar dat ze altijd alle vredesonderhandelingen gedwarsboomd en gesaboteerd hebben en nog steeds Israël willen vernietigen.

  20. @Likoed Nederland

    Het lag niet aan Israel dat er geen grenzen konden worden vastgesteld. Israel had het VN delingsplan van 1947 geaccepteerd. Dat is door de Arabische landen verworpen en geprobeerd met geweld te voorkomen, door de vernietigingsoorlog in 1948.

    Er was geen overeenstemming over het verdelingsplan van Palestina, er brak een burgeroorlog uit in 1947, na de bekendmaking van het verdelingsplan, tussen Arabieren en Joden. Het had juist geweest indien de VN duidelijk had gemaakt dat Palestina mandaatgebied was en dat volgens verdragen er niet eenzijdig door de Joden naar een staat gestreefd kan worden zonder toestemming van de andere bevolkingsgroepen die het gebied delen.
    Kennelijk had de VN na de vreselijke Joden vervolging geen trek om met militair geweld de partijen uit elkaar te houden en haar gezag in het gebied te doen gelden. Dat had ook de Britse mandaathouder al gedemonstreerd die met de staart tussen de benen het mandaat teruggaf aan de VN.

    U suggereert dat het verdelingsplan (PLAN) geaccepteerde kost was en juridisch past in bijv. de mandaat tekst en dat de Arabieren niet het recht hadden om nee tegen dat plan te zeggen waarop het in de mottenballen gestopt had moeten worden zoals met elk plan waarover geen overeenstemming bereikt is.

    In 1947 had de mandaathouder zich van zijn taken moeten kwijten en de partijen uit elkaar moeten houden. In ieder geval was de voorgestelde verdeling, warvan op voorhand duidelijk was dat deze onacceptabel was voor de Arabieren een onzalig voorstel met foute signalen richting de Europese import Joden met een zionistisch streven. Het hele immigratie beleid bewijst overigens weer eens dat je niet zonder enorme problemen en spanningen te creëren mensen van buiten een regio kan importeren.
    Dat gaat altijd fout in de verhouding met de autochtone bevolking die in harmonie met elkaar leeft en ontwricht wordt.
    Pas laat zagen de Engelsen dit in en probeerde de immigratie af te remmen. Helaas via terreur en illegale immigratie was er geen houden meer aan. Dan volgt het argument ‘er waren ook Arabische immigranten’. Dat klopt echter deze kwamen uit de regio, waren niet cultuur vreemd, spraken de taal, deelden een Godsdienst en bovendien waren de aantallen verhoudingsgewijs vele malen lager dan bij de Joodse immigratie.

    De vluchtelingen: Onmogelijk de terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen wordt er gesteld en ik deel de mening echter hoe leg je dat uit aan de Palestijn die je fijntjes wijst op de geclaimde ‘historische’, na eeuwen, terugkeer van het Joodse volk naar Palestina? Waarom zijn de Joden niet opgegaan in de landen waar zij naartoe gevlucht zijn zoals nu zo vaak geëist wordt van de Palestijnen?

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)