Jun 242011
 

Volkskrant-columniste Sheila Sitalsing verzamelde via een oproep op Twitter de mooiste Surinaamse woorden voor ons. Omdat de Nederlandse taal wel een nieuwe impuls kan gebruiken, ziehier het resultaat, met dank aan Sheila.

schijnen = het hof maken (“hij schijnt haar”)

uitlopen = vreemdgaan

kweekje = aangenomen kind

voetéren = wandelen/fietsen

kostgrondje = veldje met groenten voor eigen gebruik

ringbol = donut

wreedachtig = gemeen

ellendelaar = ellendeling

dat ding = alles wat ongemakkelijk is (ruzie met buurvrouw, collega)

hinderlijk = lastig (‘doe niet hinderlijk”)

rammelen = (in elkaar) slaan

morserij = knoeiboel

djoegoedjoegoe = gedoe, drukte

bok = uitbrander (“ik heb haar wreed gebokt”)

rampaneren = stuk maken

klop klop = is daar iemand?

accommoderen = mooi baantje regelen voor bondgenoot

ontheffen = zomaar ontslaan van ambtenaar

 

  8 Responses to “Verrijking van de Nederlandse taal”

  1. Leuk om te lezen, heb je meer woorden gevonden met positievere / aardiger betekenissen? Ik hoo r/ zie graag je lijstje.

    Met groet, Mady

  2. Een paar aanvullingen:
    baldadig = superlatief (“het is baldadig gezellig”, “ik ben baldadig geschrokken”)
    kraken = duimen (“ik kraak voor je”)
    djaffen = opscheppen
    tokotoko = modder
    skeer = blut

    Wat te denken van het volgende verhaaltje:
    “Ik ben baldadig geschrokken. Die djaffende ellendelaar van mij schijnt dat ding, loopt uit en zadelt mij op met een kweekje. Ik heb hem daarvoor gebokt, want ons kostgrondje is al niet groot en nu zijn we helemaal skeer. Maar hij vindt dat ik niet hinderlijk moet doen, want daarmee rampaneer ik alles. Wat een djoegoedjoegoe”.

  3. Ik lag me rot Frans. Die is echt boeng.

  4. nog een paar aanvullingen:

    wandelen = op reis gaan
    wandelcostuum zoals op uitnodigingen vermeld voor heren = jas-en-das
    blad = (papier)geld
    vervelen = hinderlijk zijn
    patta’s = gymschoenen
    timmeren = iemand flink slaan
    morsdood = helemaal dood

  5. afgaan = grote boodschap (rondom Paramaribo en gespot op bordje bij Meerzorg: meestal 3 SRD voor de toiletbeheerder.)

  6. zuiver = precies
    je brengt het hoor mi gudu

  7. Zakken = naar beneden doen bv zak je ogen of laten uitstappen: je kan me hier zakken.
    Baksen = slaan bv ik ga je Basken , ik geef je een baks.
    Oproerig= druk doen bv doe niet zo oproerig.
    Gerger = gedoe bv een hoop gerger (spreekuur als air)
    Buitenvrouw= maîtresse
    Gaan kleine= plas gaan doen
    Stampoe = stevig postuur, ” hij is stampoe. “

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)