Feb 152011
 

De behandeling van seks in verhalend proza vormt een delicate aangelegenheid, samen met politiek misschien wel een van de meest problematische. Dit schrijft Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa in De eeuwig durende orgie, zijn studie over Madame Bovary van Gustave Flaubert. Het boek van Llosa begint met een citaat van een brief van Flaubert uit 1858, waarin deze aangeeft dat de enige manier om het bestaan te verdragen, is door zich te verliezen in de literatuur als in een eeuwig durende orgie. Seks en literatuur liggen zo bezien dicht bij elkaar, maar daarmee is geen oplossing, maar eerder een probleem gegeven. Het probleem hoe tegen zowel seks als literatuur aan te kijken. Wat verstaan we onder seks en literatuur en hoe verhouden deze twee zich tot elkaar?

Over dit onderwerp is recent het boek Venus in minirok verschenen van Piet Calis. In dit boek worden de grote veranderingen beschreven die Nederland en Vlaanderen in de jaren na 1945 op erotisch gebied hebben doorgemaakt. Calis bespreekt hoe in deze jaren in de literatuur steeds openlijker over seksualiteit wordt gesproken. In de jaren vijftig is het ‘terrein van de seks nog met ontelbare moralistische voetzoekers en tijdbommen bezaaid, waar je als jong volwassene maar het best buiten kon blijven.’ De komst van de televisie brengt hierin meer openheid, die in de jaren zestig tot volle ontwikkeling komt door de ontdekking van de anti-conceptiepil, het ontstaan van de seksuele revolutie, de popcultuur en ook de film die tot grote bloei komt. In de jaren zestig en zeventig ontstaat politieke bewustwording op het gebied van de seksualiteit zoals het feminisme en de homo- en lesbobeweging. De jaren negentig, tenslotte, brengen het internet, waardoor veel mensen voor het eerst in de gelegenheid worden gesteld om daadwerkelijk te zien hoe andere mensen hun seksualiteit beleven.

Calis beoogt met de geschetste ontwikkelingen vooral aan te geven hoe in de loop van de tijd allerlei belemmeringen om van seks te genieten weg zijn gevallen en wil het plezier laten zien dat dit met zich meebrengt (p. 360). Hierin is hij ten volle geslaagd. De lezer krijgt in een erudiet en meeslepend betoog een breed beeld voorgeschoteld van seksuele activiteiten zoals die in literatuur worden beschreven. Het is een erotische proeverij geworden waarin korte citaten de smaak aangeven van de vele besproken boeken. Het boek van Calis is thematisch opgebouwd. Aan bod komen de eerste voorproefjes van seks door er alleen nog maar over te denken, dan het kijken en bekeken worden, soloseks ofwel masturbatie, eerste ontmoetingen, de zoete koorts van de verleiding, het voorspel en het orgasme. Vervolgens de verschillende varianten van seks en sociale contexten waarin seks bedreven wordt: huwelijk, ontdekking van eigen homoseksualiteit, overspel, prostitutie, incest, leeftijdsverschil tussen partners, perversie en de relatie tot de dood. Al met al een indrukwekkende lijst die de suggestie van volledigheid wekt. Toch is het geschetste beeld minder breed dan op het eerste gezicht lijkt. Dit wordt duidelijk als we ons minder zoals Calis focussen op erotiek en meer nadrukkelijk de rol van pornografie in beeld willen krijgen, zoals ik in De pornografische verleiding heb gedaan. Er ontstaan dan vragen over literatuurkeuzes en kijk op seksualiteit. Waarom wordt wel geciteerd uit De Kapellekensbaan en Het onkruid bloeit van Louis Paul Boon en niet uit diens roemruchte seksueel meer expliciete Mieke Maaike´s obscene jeugd? Waarom Henri Miller wel genoemd in een beschouwing over de vooroorlogse situatie en niet als auteur die in de jaren 50 en 60 niet alleen door lezers maar ook door veel schrijvers op handen werd gedragen als voorbeeld van hoe over seks te schrijven? En dan de complete afwezigheid van Heere Heeresma, de enige Nederlandse literator die het heeft aangedurfd om zich als volbloed pornoschrijver te afficheren. Wat betekent dit voor het in Venus in minirok geschetste beeld van seksualiteit? Wat voegt pornografie toe of welke afbreuk doet pornografie aan dit beeld?

In De pornografische verleiding bespreek ik (p. 20) de gecompliceerde relatie tussen erotiek en pornografie. Erotiek kan als overkoepelende term worden gezien. Erotiek gaat over seksuele opwinding en wil ook zelf opwindend voor de lezer zijn. In goede erotiek wordt de seksuele spanning in het verhaal bij de lezer overgebracht. In deze opzet is het boek van Calis duidelijk geslaagd. Terecht vergelijkt hij in een slotpassage zijn boek met een sleutelgat waardoor gekeken kan worden naar boeken die zelf weer een sleutelgat zijn waardoor naar erotische taferelen kan worden gekeken. Wat is dan het verschil tussen een erotisch en een pornografisch tafereel? In de pornografie wordt seksualiteit en niets anders dan seksualiteit tot grondslag genomen van de lichamelijke aantrekkingskracht tussen mensen. Dit geeft pornografische werken een literaire kracht die uniek is in zijn soort en subversief ten opzichte van maatschappelijke instanties die deze kracht willen ontkennen. Vroeger was dit de kerk, tegenwoordig zijn dit fatsoensnormen over al dan niet vermeende schadelijke effecten van seks, in het bijzonder van internetseks. Door de bomen van de vele schadelijke uitwassen wordt het bos niet meer gezien van het seksuele plezier dat in goede pornografische literatuur tot uitdrukking wordt gebracht. De pornografie richt zich geheel en al op dit plezier onder ontkenning van alle mogelijke bezwaren tegen de beschreven seks. Roodkapje wordt het bos in gelokt en door de wolf opgegeten, maar dit laatste alleen in seksuele zin. De wolf initieert het meisje in sekspraktijken die ze plezierig leert vinden. Pornografische geschriften zijn daarom sprookjes voor volwassenen en moeten ook als zodanig in literaire zin worden opgevat. Het is de overdrijving, idealisering van seks die erotiek pornografisch maakt en daarmee tevens aanstootgevend en schandaleus. Vanwege dit laatste wordt pornografie nog wel eens als scheldwoord gebruikt.

Het in 1971 verschenen succesvolle boek Mieke Maaike’s obscene jeugd van Louis Paul Boon is een schoolvoorbeeld van geslaagde pornografie. Het vertelt de seksuele ontdekkingsreis van Mieke Maaike van haar twaalfde tot haar negentiende. De tijd van de puberteit dus die nu juridisch onder curatele is gesteld. Zo haalt de Italiaanse premier Berlusconi de laatste jaren regelmatig de schandaalpers vanwege de aanwezigheid van minderjarigen op zijn seksfeestjes. In 2008 nog werd een voorgenomen expositie in het Fotomusem van Antwerpen verboden van de fameuze erotische fotoverzameling Fenomenale feminateek van Louis Paul Boon onder verdenking van de minderjarige leeftijd van meisjes op enkele plaatjes. De reis van Mieke Maaike is uiteraard schandalig, waarin ze als twaalfjarige nog de kunst mag afkijken en zich vanaf haar dertiende steeds dieper in het onfatsoen stort. Ze heeft en vertelt over seks met iedereen en op alle denkbare plaatsen, thuis met de dokter die op huisbezoek komt, met de nieuwe vriend van haar moeder, op straat en in parken met toevallige voorbijgangers, met de pastoor in de biechtstoel, etc. De voornaamste stijlfiguur in het boek is de parodie. Een parodie op fatsoensnormen maar ook op de pornografie zelf. Dezelfde stijlfiguur is overheersend bij Heere Heeresma en bij de grote meester Sade zelf. De parodie in de pornografie geeft gelegenheid om via het seksuele lichaam commentaar te geven op de maatschappij. Het seksuele wordt gepolitiseerd en het politieke geseksualiseerd. De seksueel prikkelende inhoud van het boek maakt ook dat de lezer geconfronteerd wordt met eigen lustgevoelens. De lezer wordt een spiegel voorgehouden met de vraag: zou jij hetzelfde doen als je een type tegenkomt als Mieke Maaike, wat is de waarheid van jouw seksuele leven? Dit soort vragen maken dat pornografie een serieuze aangelegenheid is, hoe zeer de seksuele inhoud en aankleding ook anders doen lijken en hoe neerbuigend we ook vanuit een moralistische hoge toren op porno willen neerkijken. Dit punt is gemaakt door Simone de Beauvoir in haar beroemde en ook door Calis geciteerde essay Moeten we Sade verbranden?. Ook Willem Jan Otten stelt in Denken is een lust dat pornografie vooral gericht is op het leren beheersen van de lusten, niet op het ongeremde laten gaan van de lusten via de andere hand als die waarmee het boek wordt vastgehouden. Pornografie is dus wat meer dan alleen aftrekliteratuur.

Eerlijkheid over onze seksuele impulsen, natuurlijk niet een persoonlijke maar vooral een literaire eerlijkheid, is steeds de drijfveer die in het werk van Henri Miller kan worden afgelezen. In de jaren dertig verschenen zijn baanbrekende romans Tropic of Cancer en Tropic of Capricorn, gevolgd door de naoorlogse trilogie Sexus, Plexus en Nexus. Lange tijd waren de boeken van Miller in Amerika verboden vanwege hun obscene karakter. Dit verbod werd in 1964 opgeheven, een belangrijk wapenfeit in de seksuele revolutie van de jaren zestig. De schrijfstijl van Miller heeft veel literaire bewondering geoogst vanwege het natuurlijke, ongekunstelde en vloeiende taalgebruik. De persoon en de inhoud van het werk zijn vaak bekritiseerd als bombastisch.

Gebrek aan ironie en zelfspot kan de Nederlandse auteur Heere Heeresma in ieder geval niet worden verweten. In de jaren tachtig verschenen van zijn hand Een hete ijssalon, Gelukkige paren en Geschoren schaamte, waarin op soortgelijke wijze als door Louis Paul Boon gedaan veel seksuele zaken flink op de hak worden genomen. Deze boeken noemt Heeresma zelf pornopersiflages en kunnen, misschien nog wel meer dan die van zijn Belgische tegenhanger, gelezen worden als opwindende seksliteratuur, waarin veel taboes worden overtreden zoals de in De pornografische verleiding geciteerde verleiding van de minderjarige leerling door de leraar en van de dochter door de moeder. De verwarring van de leraar over zijn seksuele lusten wordt in Een hete ijssalon als volgt omschreven: ´Jan Worm voelde zich ineens warm worden. Ook voelde hij dondersgoed dat het niet deugde wat hij nu deed. Dit jonge leven was aan hem toevertrouwd door de ouders. Een meisje in haar groei. Maar verdomme, het kind was al behoorlijk tot wasdom gekomme! Hij kon het niet laten en zijn blik ging verder omhoog. De al behoorlijk geprononceerde, zeer forse heupen bolden in het broekje ter weerszijden. En daar was het slanke middeltje al. Door het zich uitrekken was het bloesje uit het broekje geschoten en Jan Worm zag een leuk lief naakt naveltje. En daarboven, alsjeblieft! Het kind droeg geen bustehouder en de volle borsten stonden gespannen. Doordat ze overvloedig transpireerde was haar bloesje vochtig en doorzichtig geworden. De stof zat tegen de bollen geplakt en hij zàg gewoon de heerlijke tieten waarin de tepels fel naar voren priemden. Jan Worm schrok. Hij werd bevreesd voor wat hij voelde. In zijn broek begon zich iets op te richten. Dat mocht niet! Dat was pure slechtheid en zonde! Maar hij kon er niets aan doen. Dat trillende, onder de halter haast bezwijkende figuurtje, wekte ineens en op vreselijke wijze zijn lust op.´ De ironie druipt er van af in dit citaat en wordt gevoed door een reflexieve houding die de schrijver op de lezer overbrengt zonder daarmee diens door de tekst opgewekte lustgevoelens te verminderen, zoals in een koele rationele of moralistisch belerende reflectie het geval zou zijn. Door de ironische reflectie worden lustgevoelens van de lezer eerder versterkt dan ontkracht en komt tevens bewustwording op gang van het mogelijk onoplosbaar problematische van de situatie. Roodkapje wordt misschien toch niet voor niets gewaarschuwd om niet alleen het bos in te gaan.

Besluit

Met deze bespreking van literatuur in het pornografische genre wil ik volstaan om de aanvullende waarde van pornografie duidelijk te hebben gemaakt voor een analyse van de relatie tussen seks en literatuur zoals door Calis ondernomen. Pornografie vormt mijns inziens een substantiële toevoeging aan een erotisch panorama zoals geschetst in het boek Venus in minirok. Porno is het ruige broertje van het lieve erotisch ingestelde zusje. Calis is af en toe ingegaan op de uitnodiging van het broertje om van het seksueel uitdagende straatleven te genieten, maar heeft er tevens voor gezorgd de ouders niet al te ongerust te maken door op tijd of misschien net iets later dan met de ouders afgesproken weer veilig terug in huis te zijn.

Pierre Courage is auteur van De pornografische verleiding (Aspekt, 2008) en publiceert regelmatig over seksuele onderwerpen op www.zinenrede.nl en zijn eigen website www.erotiekenpornografie.nl. Mailadres: pierrecourage@gmail.com

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)