Jan 302011
 

Beste Jolande en Tofik,

Het merendeel van de GroenLinks partijleden die hun verontwaardiging over het genomen besluit inzake de politiemissie voor Afghanistan niet onder stoelen of banken steken, twijfelt daarbij niet aan jullie integriteit. Men gelooft ondanks alles dat jullie gehandeld hebben vanuit je diepste overtuiging het juiste besluit genomen te hebben. Omdat ik geneigd ben dit geloof met hen te delen worstel ik met de volgende vragen:

Hoe kunnen jullie er oprecht van overtuigd zijn dat een missie die voor 10% uit instructeurs en voor 90% uit militairen inclusief 4 F16’s bestaat, een civiel karakter heeft? Denk je echt dat de op te leiden politiemensen en hun Nederlandse begeleiders de keuze hebben om te zeggen: “niet op ons schieten, want wij doen niet mee!”, wanneer ze buiten de poort worden aangevallen door Taliban? Zo’n vorm van denken lijkt verdacht veel op die van het kleine kind, dat een hand voor zijn eigen ogen houdt en zegt: “ik ben er niet”.

Hoe kunnen jullie er oprecht van overtuigd zijn dat de Afghaanse politiemensen na hun opleiding niet alsnog meedoen aan (para)militaire acties, dan wel met hun geweer overlopen naar de Taliban? Ieder weldenkend mens snapt dat zoiets in een land waar een oorlog woedt oncontroleerbaar en tevens onwaarschijnlijk is.

Hoe kunnen jullie er van overtuigd zijn dat dit het juiste besluit is, terwijl het tegen de mening van 77% van de achterban ingaat; een achterban die voor het overgrote deel bestaat uit hoger opgeleiden? En let wel, het gaat hier om een besluit dat verstrekkende gevolgen kan hebben voor het leven van jonge mensen en om die reden tot diepgaand onderzoek en zorgvuldig afwegen noopt.

Wellicht denken jullie dat je beter ingelicht en beter geëquipeerd bent om zo’n besluit te nemen dan de achterban. Maar hebben jullie er wel eens bij stilgestaan dat het omgekeerde evengoed aan de hand kan zijn; dat jullie onvoldoende afstand tot deze kwestie (genomen) hebt om een evenwichtig besluit te kunnen nemen? Dat jullie wellicht besmet zijn geraakt met een variant van het Stockholmsyndroom, doordat je de voorbije weken min of meer ‘gedwongen’ bent om als de kleinere partij intensief contact te hebben met de grotere tegenstander (het huidige kabinet)? Kenmerkend voor het Stockholmsyndroom is dat men de neiging heeft om sympathie te gaan koesteren voor de ideeën van de tegenstander en om zich eerder met de tegenstander (het kabinet) te gaan identificeren dan met degenen die normaal gesproken dichterbij staan (de achterban, PvdA, SP).  Twee incidenten de afgelopen dagen sterken mij in deze gedachte:

1. de weigering om de besluitvorming over het weekend heen te tillen,  zoals Tof Thissen (voorzitter Eerste Kamerfractie GroenLinks) voorstelde met de bedoeling om ‘in alle rust en met het hoofd koel’ een goede afweging te maken.  Jullie hebt je met deze weigering moedwillig van je achterban geïsoleerd; isolatie is een belangrijke voorwaarde voor het optreden van het Stockholmsyndroom.

2. de bijna liefdevolle afsluiting van het debat tussen Mark Rutte en Jolande, die in de media tot allerlei speculaties heeft geleid. Het ontwikkelen van sympathie voor de tegenstander is een typerend kenmerk van het syndroom.

Nogmaals, ik geloof in jullie integriteit en denk niet dat jullie naïef zijn, daarom vrees ik dat je besluit over de politiemissie beïnvloed is door de valkuil van het Stockholmsyndroom, als gevolg waarvan nu Nederlandse vrouwen en mannen hun leven gaan wagen in een ver en onvoorspelbaar oorlogsland.

  One Response to “Kritische vragen aan Jolande en Tofik”

  1. Bedankt voor deze nieuwe invalshoek.
    Misschien speelt de factor gezichtsverlies ook een rol. Het was Mariko Peters die in april 2010 de motie over de politie-trainingsmssie indiende met Alexander Pechtold.
    Als je A gezegd hebt en weigert B te zeggen, word je dat nog jarenlang nagedragen in Haagse Kringen.

 Leave a Reply

(vereist)

(vereist)