Joost van der Ruijt

Mrt 082017
 
Ferdinand Bordewijk schreef Bint in 1934

Ferdinand Bordewijk schreef Bint in 1934

Mag je Bint, de roman van Ferdinand Bordewijk (1934) een verhaal van liefde noemen? Want dat is het namelijk. Menig scholier die Bint voor de leeslijst heeft gelezen, krabt zich bij deze stelling achter de oren. Liefde…? Tucht! Wreedheid! Liefdeloosheid, bedoel je! Zo hard als de hoofdpersoon, docent meneer De Bree met zijn leerlingen omgaat: dat is geen liefde. Ouders van nu zouden en masse klagen bij de Inspectie van het Onderwijs als hun tieners les krijgen van een sadist als De Bree. Waarschijnlijk zal de Inspectie hun klachten gegrond verklaren.

De Bree geeft les – waarschijnlijk Nederlands – aan de vierde klassen op de middelbare school in verval. De naamloze school van directeur Bint, in een niet bij naam genoemde stad, sluit over twee jaar. Tweederde van de klaslokalen staat leeg. Al jaren doet de school met zeven klassen het zonder brugpiepers. De boeken in de schoolbibliotheek zijn kapot en verouderd. ‘De school sterft’, zegt een docent.

De Bree adoreert Bint en zijn filosofie. De directeur eist   ‘Stalen Tucht’. De jeugd is zijns inziens verwilderd. Bint gruwelt van losbandige jongeren die elkaar op zondag ontmoeten, zouden flaneren en zouden vrijen in het openbaar. Zijn leerlingen moeten gehoor- en volgzaam zijn. Zij moeten de steunpilaren en het cement van de maatschappij worden. Bint wil hiertoe zogenoemde ‘reuzen’ opleiden. Iedere leerling die hiervoor ongeschikt is, wordt van school verwijderd. Scholier Van Beek springt, nadat hij met Kerst met een zwak rapport van school is getrapt, in de gracht en sterft vlak daarna aan longontsteking.

De Bree deelt de filosofie van Bint en heeft groot ontzag voor de directeur. De Bree hekelt de jeugd die op gelijke voet met haar ouders staat. Het adoreren van het kind, leidt volgens hem tot verval en zwakke burgers. Alleen tucht stopt deze achteruitgang. Hierom verklaart De Bree klas 4D – typografie van auteur overgenomen – op zijn eerste werkdag hardop de oorlog. Stalen tucht heerst. Waarom? De leerlingen hebben de vorige docent weggepest. Ze zetten de stoel van De Bree op het randje van de verhoging. De Bree laat zich niet foppen en verzet zijn stoel, voordat hij gaat zitten. Hij noemt de actie vijandig! Kattenkwaad dekt de lading volgens de lezer beter. De Bree laat leerlingen wekenlang nakomen; sommigen zelfs tot zaterdag 22H00. Ook toentertijd uitzonderlijk.

De Bree noemt klas 4D ‘de hel’. Het is een klas met 25 verschoppelingen. 25 kinderen met een vlekje. Iedere docent die zo praat en denkt over zijn klas, zou ontslagen moeten worden. In gedachten ontmenselijkt De Bree zijn leerlingen. De tanden van Whimpysinger zijn beschimmeld. Ten Hompel heeft een tik, omdat hij naar insecten hapt. Nittikson heeft regelmatig schuim om de lippen, doordat hij epileptisch is.

De lezer herkent echter de emoties van de kinderen. Ze doen misschien een beetje raar en zijn niet moeders mooiste, maar het zijn mensen. Net als jij en ik! Na een aantal weken vragen de leerlingen De Bree beleefd: ‘Meneer is het nog steeds oorlog?’. Tranen rollen bijna over de wangen van de lezer. Bordewijk kan met een enkele zin tedere emoties oproepen. Het zijn geen monsters! Als de leerlingen voor straf de middagpauze moeten overslaan, bellen verontruste ouders naar de school om te vragen waar ze blijven. De ouders houden van ze!

De leerlingen zijn niet doortrapt en slecht. Ze huilen als ze straf krijgen. De lezer voelt met ze mee. Ze experimenteren, zijn levendig, ongepolijst en zoeken grenzen op. Met de juiste aandacht en begeleiding kunnen deze kinderen het ver schoppen.

De Bree begint gaandeweg het schooljaar te twijfelen aan zijn eigen filosofie. Genegenheid wint het van vijandigheid en tucht. Klas 4D corrigeert zichzelf als medeleerlingen uit de pas lopen. Tijdens een schoolreisje verdwijnen twee klasgenootjes. Als het duo ’s avonds weer opduikt, treden de anderen op. Met het nodige geweld, dat dan weer wel. Het blijven ongepolijste tieners. De klas, De Bree incluis, maakte zich zorgen over de twee. Uit het pak rammel, blijkt de liefde. Idioten, waar waren jullie nou?!

De Bree gaat van zijn leerlingen houden. Hij mist ze als ze er niet zijn. Zou hij eerst een jaar les geven, na de zomervakantie geeft hij de brui aan zijn dissertatie en wetenschappelijke loopbaan. Want hij weet: én lesgeven én een proefschrift schrijven, is onmogelijk. Hij kiest voor zijn leerlingen. Hij voelt liefde voor de klas!

Bordewijk roept op virtuoze wijze met weinig woorden gevoel op. Als De Bree in gedachte alle vreemde eigenschappen en uiterlijke kenmerken van de leerlingen opmerkt, zegt hij: ‘Er was goud mee te verdienen op de kermissen.’.

Bint leest als maatschappijkritiek. Toen het verhaal in 1934 werd gepubliceerd, regeerden Hitler en zijn nazi’s in Duitsland. Untermenschen, oftewel zij die niet tot het Arische ras behoorden, werden uitgesloten, opgesloten en vervolgd. Klas 4D zou Hitler niet hebben overleefd.

De Bree beseft dat de leerlingen vooral mensen zijn met dezelfde, herkenbare emoties als alle anderen. Juist dat weet Bordewijk zo virtuoos over het voetlicht te brengen. Bint ontroert en laat de lezer vol bewondering achter. Bordewijks’ Bint gaat over stalen tucht, maar is een roman van onderhuidse liefde!

 

 

 

Sep 092014
 

imagesEind jaren tachtig ging ik als jochie een middagje naar het strand met een Marokkaans gezin. Vader Mohammed, moeder Aisha en hun zonen Anuar en Ashraf. Anuar en ik voetbalden samen bij voetbalclub DSO. Mohammed was KNVB-scheidsrechter. Als hij ons team floot en ik een overtreding maakte, waarschuwde hij vaderlijk: ‘Joost, rustig! Anders ga je er even uit.’. Aisha had die middag haar elegante badpak aangetrokken. Deze familie voelde zich thuis in Utrecht.

Regelmatig denk ik aan hen en andere geïntegreerde Marokkanen en Turken. Voelen zij zich verbitterd sinds de opkomst van Pim Fortuyn? Worden ze doodmoe als aanhangers van Geert Wilders om minder Marokkanen roepen? Verlangen ze terug naar de jaren voor 2000, toen ze zonder alle negatieve politieke – en media aandacht leefden?

Niet alleen kortzichtige autochtonen maken het goedwillende Marokkanen en Turken lastig. Marokkanen zijn naar verhouding oververtegenwoordigd in de misdaadstatistieken. Daarnaast is een groep intolerant tegen homo’s, joden en vrouwen. Deze raddraaiers verpesten het voor de anderen. In wij-zij discussies verdwijnen de nuances en worden zij vaak op een grote hoop geveegd. We kennen de minachtende opmerkingen allemaal wel. In de Utrechtse wijk Kanaleneiland loeien dagelijks sirenes. ‘Laat die Marokkanen elkaar daar maar afmaken!’.

Tot overmaat van ramp straalt alle barbarij in het Midden-Oosten deze zomer ook op geïntegreerde Nederlandse moslims af. De barbarij dringt onze landsgrenzen binnen. Extremistische griezels in de Haagse Schilderswijk steunen IS openlijk, zwaaien met IS-vlaggen en kramen de meest weerzinwekkende antisemitische leuzen uit.

Daar sta je dan als welwillende moslim(a) bedremmeld met je Nikes, iPod en je groene hoofddoek. Je juichte de Arabische Lente toe. Je spuugde op Khadaffi. Eindelijk zou het Midden-Oosten vrij worden, zonder de Islam te verloochenen. Je hoopte dat het Westen en Midden-Oosten naar elkaar toe zouden groeien.

Die droom spat uiteen. Lijdzaam kijk je toe hoe de kleine groep haat zaaiende mannen én vrouwen in Den Haag de Arabische Lente kaapt. Je veroordeelt de genocide door IS. Deze creeps overschreeuwen jouw protest. Hun optreden schaadt de vredelievende Nederlandse Marokkanen en Turken. Jij en andere welwillende moslims moeten sterk zijn, want tegen zoveel schreeuwende tegenstand is niets te beginnen. De media zoomen gretig in op de extremistische griezels. De betoging afgelopen zondag op de Dam tegen het geweld van IS krijgt nauwelijks aandacht. Ik denk aan mijn mooie middag op het strand en heb met de vriendelijke, geïntegreerde Marokkanen en Turken te doen.

Nov 192013
 

Niemand weet wanneer de bewoners kunnen genieten van hun verticale woonbos.

De bouw van twee peperdure woontorens in Milaan, die verpakt zijn in bomen en planten, ligt op zijn gat. ‘Italianen zijn net als Grieken: ze bouwen en dan liggen projecten weer lang stil.’

Milaan.   Klotst het geld bij u nog altijd over de plinten? Weet u van gekkigheid niet wat u met uw miljoenen euro’s moet doen, die u, als een van de weinigen onder ons, goed hebt belegd? Loopt u over van liefde voor Italië en zijn lekkere keuken? En hebt u bovendien groene vingers? Overweeg dan eens de koop van een luxueus optrekje in het Noord-Italiaanse, trendy Milaan.

In het chique gedeelte van het centrum bouwen bouwvakkers twee peperdure woontorens met 400 appartementen. Voor één m2 betaalt u minimaal 7.500 euro. De bewoners kunnen op de balkons zitten omringd door loofbomen en planten. Bovenop een van de torens moet ook nog een mini bos ontstaan. Op de andere komt een klein windmolenpark om de woningen van groene energie te voorzien.

Zo ontstaat in hartje Milaan het eerste verticale (woon)bos ter wereld. Het complex heet daarom ook Bosco Verticale. Want hier groeien op de balkons 9.000 grote en kleine bomen en planten.  Zo lijkt het alsof u een eigen bos op het balkon hebt. Hier kunt u op 110 meter hoogte in een chique penthouse wonen midden in de levendige stad, omringd door weelderig en rustgevend groen. U kunt buiten genieten van de buzz van de city en zodra u thuiskomt van de stilte. Met het beste van twee werelden staat u iedere morgen met een goed humeur op.

Bosco Verticale maakt Milaan schoner en duurzamer. Het project is goed voor het milieu. Met al die bomen en planten zijn de torens twee extra longen voor de stad. De lucht die u er inademt is frisser. De bomen filteren roetdeeltjes van al het gemotoriseerde verkeer.

Het woonbos zorgt ook voor een lokaal microklimaat. Milaan is in de zomer een oven. Het is er wekenlang boven de dertig graden. Om de hitte te vermijden gaan veel Milanezen in juli en augustus met vakantie. De planten van Bosco Verticale houden zoveel vocht vast dat het in de omgeving van de torens koeler wordt. Het complex voelt aan en ziet er uit als een oase.

 

1001 mogelijkheden

De torens volgen nog een andere mondiale ontwikkeling. In de tweede helft van deze eeuw zullen er meer mensen in de stad wonen dan op het platteland. Wie wilt er nog in een klein gehucht wonen? Er is te weinig werk. Bovendien is het er saai!  Wat valt er te beleven? Als u een beetje pech hebt, hebt u alleen traag internet of kunt u zelfs helemaal niet online en heeft uw mobiel slecht bereik. Dan staat uw sociale leven stil! Dan heeft het allemaal weinig nut meer.

Als u er wat van wilt maken, moet u in de stad zijn. Daar gebeurt het. Steden groeien als kool. In plaatsen als Milaan met 1001 mogelijkheden hoeft u zich nooit te vervelen. U bezoekt een operavoorstelling in het schitterende Scala Theater. U bewondert er het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci. U shopt juwelen en Gucci in het chique Monte Napoleone, met veel Ferrari’s, Porsches en BMW’s voor de deur. Samen met uw vrienden prikt u een vorkje en drinkt u een wijntje in het trendy Corso Como, met al zijn restaurantjes en nachtclubs. Om u te bezinnen bezoekt u de mis van de mooie, gerenoveerde Duomo.

Als u wars van deze trekpleisters bent, kunt u naar de mooie boekenwinkel Read Eat Dream (RED) vlakbij Bosco Verticale gaan. In deze sfeervolle, drukbezochte zaak vindt u werken van wereldberoemde schrijvers. Hier kunt u iedere dag tot ‘s avonds laat onder een dak boeken kopen, lezen in relaxfauteuils, een espresso en een wijntje drinken, en uitgebreid tafelen.

 

Bouwput

Voordat u direct in Milaan polshoogte gaat nemen of zo’n kek pied-à-terre misschien wat voor u is, bedenk dan dat de torens nog in de steigers staan. Vooralsnog ontbreken hele etages en de 400 appartementen zijn nog niet klaar. De twee reusachtige hijskranen op de bouwplaats staan op deze zonnige vrijdagmiddag stil. Ze zwieren niet meer van links naar rechts en terug. Ook werken er vreemd genoeg bijna geen bouwvakkers, terwijl het weekend nog niet is begonnen. Een mecaniciën test de slagboom bij de entree van het terrein. Verder zwijgen de slijptollen, betonmolens en klinkhamers. Graafmachines staan werkloos op het complex dat met hekken, schuttingen en gaas is afgezet.

Volgens buurtgenoten ligt de bouw van Bosco Verticale al drie maanden stil. De 6.000 bouwvakkers zijn naar huis gestuurd. Deze forse ingreep heeft niets met de bouwvak te maken, weet een medewerker van pizzaria Little Italy op 400 meter van Bosco Verticale. Hij meent dat het geld op is. Het komt door de crisis!

Het zijn niet de eerste problemen met het project. Afgelopen winter lag het werk ook al eens twee maanden stil. Volgens de officiële lezing op de website van Bosco Verticale kwam dat door de strenge vorst. De verbouwing van het Utrechtse stationsgebied ging in dezelfde koude periode gewoon door. Verschillen de ideeën over bouwen tijdens vorstperiodes in Nederland en Italië zo van elkaar? Of zou het in Milaan in de eerste maanden van dit jaar veel kouder zijn geweest dan in Utrecht?

Eerlijk gezegd verraste de aanblik van de torens mij. Op Youtube staat een verbluffend mooie animatie van het complex. De appartementen zijn af en bewoond. De planten en bomen staan in volle bloei. Ook op andere websites staan mooie foto’s van de studios omringd door verbazingwekkend groen.

Maar vooralsnog is het een enorme bouwput waar niets gebeurt. Die paar bouwvakkers die er rondlopen, kunnen geen wonderen verrichten. De economische crisis raakt ook dit megaproject. Zelfs de opdrachtgevers weten niet wanneer het af is.

 

Italiaanse mentaliteit

De baas van de nieuwe ijssalon Mama Ice even verderop in de straat, baalt enorm. Hij kijkt al te lang tegen een groot geblindeerd hek aan pal bij hem voor de zaak. De straat ligt open, het verkeer rijdt er stapvoets, voetgangers en fietsers wurmen zich langs elkaar en de hekken over de veel te smalle stoep. Hij zit er al drie maanden, maar iedere dag vragen voorbijgangers nog of hij pas open is. De omzet valt tegen. Hij verdient te weinig. Hij heeft het gehad met Italië. Hij heeft al tientallen keren geklaagd dat ze de boel  eindelijk eens af moeten maken. Dat ze dat akelige hek voor zijn deur weghalen. Telkens beloven ze dat maar vervolgens gebeurt er niets.  De aannemer van Bosco Verticale is failliet, weet hij. De bouw ligt al heel de zomer stil. Veel appartementen zijn nog niet verkocht, zegt hij terwijl hij met een sigaret in de hand naar de torens wijst.

Bosco Verticale ziet er sneu uit. De smalle, jonge boompjes op de balkons hebben weinig takken en blaadjes. Overal zie je verdorde bladeren tussen het beginnende groen. Het was warm en droog deze zomer. De bomen en planten moeten nog lang groeien en voller worden, voordat je het gedroomde verticale, groene bos hebt. Het complex oogt minder gestilleerd dan op de mooie foto’s en animaties die op internet staan.

Sceptische geluiden vanuit de speeltuin over het megalomane bouwproject.

In de speeltuin naast de bouwput, weten ze weinig van het project. Een vader is sceptisch. ‘Misschien komt het wel nooit af.’ Hij wijst naar een ander groot complex vijftig meter verderop, waarvan de bouw ook al stil ligt. Het doet hem allemaal niet zoveel. Het zijn torens voor de jetset. Je betaalt 8.000 tot 10.000 euro per m2. ‘De lofts zijn alleen voor miljonairs,’ zucht hij.

De ijscoman is hoopvoller. Bij één toren ontbreken nog slechts de bovenste verdiepingen. Volgens hem hebben vooral rijke Russen en Arabieren al appartementen gekocht. ‘Het is voor 60 procent klaar. Het bestaat niet dat Bosco Verticale niet afkomt.’ Hij meent dat de bouw begin oktober (Ik was medio september in Milaan, JR) weer begint. Het is een kwestie van vergunningen, voordat ze verder gaan. ‘Italianen zijn net als Grieken en Spanjaarden: ze bouwen en dan liggen projecten weer lang stil. Dan gaan ze na een tijd gewoon weer verder’. ‘Niemand weet precies waarom het plat ligt, maar het komt af, alleen weten wij niet wanneer.’ Hij hekelt de Italiaanse mentaliteit. Hij droomt van een ijssalon in Australië, waar hij al anderhalf jaar heeft gewerkt en gewoond. Daar heb je minder problemen, vermoedt hij. ‘Daar kun je tenminste op autoriteiten van aan.’

Andere buurtgenoten zijn voorzichtig optimistisch. Een jong stel dat tegenover de flats woont, ziet het wel zitten. Zij hebben geen last van de trage bouw. ‘Als er mensen wonen en alles in volle bloei staat, zal het schitterend zijn.’ Ze vermoeden dat de torens af zijn als Milaan in 2015 de expo organiseert.

Voorlopig moeten buurtgenoten en mogelijke kopers dus geduld hebben. Zij moeten de trage bouw, het ongemak op straat en het weinig fraaie uitzicht op torens voor lief nemen. Oase Bosco Verticale is vooralsnog een fata morgana.

Architectenbureau Stefano Boeri Architetti dat Bosco Verticale heeft ontworpen, wilde niet aan deze reportage meewerken.

Mei 252013
 

Relaxt uitzien naar Champions League finale Borussia Dormund Bayern München

Dortmund 25 mei 2013 – Als de fototoestellen flitsen lijkt het eventjes alsof een exploderende ster het donkere heelal verlicht. In de sfeervolle, zwarte nis vol met een duizelingwekkende hoeveelheid kleine lichtjes, waan je je in de ruimte. In het midden ervan staat de verlichte heilige graal: de Champions League beker!

Borussia Dortmund won de cup met ‘de grote oren’ in 1997. De fans zijn er nog altijd vol van. Het is het absolute pronkstuk van het clubmuseum. De bezoekers willen de trofee maar wat graag fotograferen.

Het is de hoogste prijs die je op clubniveau kunt winnen. Het swingend voetballende Dortmund hoopt vurig dat het deze beker vandaag opnieuw wint. Zodat het team met creatieve voetballers als Robert Lewandowski, Marco Reus, Ilkay Gundogan en Mario Götze een heldenstatus verwerft en in de clubgeschiedenis ‘eeuwig’ voortleeft. Als Dortmund vanavond in de all-German final in Londen Bayern München verslaat, krijgen deze sterren en succestrainer Jürgen Klopp ongetwijfeld een prominente plek in het museum. Dan kunnen de bezoekers in de sprookjesachtige nis voortaan drie bekers fotograferen – de in 1997 gewonnen Wereldbeker straalt er namelijk ook-.

Het lijkt wel of alle supporters live bij de eindstrijd willen zijn. Maar liefst een half miljoen fans wilden een kaartje. Beeld je eens in dat 80 procent van alle inwoners van Rotterdam een wedstrijd van Feijenoord wilt bezoeken. Terwijl Dortmund slechts een kleine 25.000 kaarten mag verkopen. De harten in de stad in het Rurhgebied, en daarbuiten, kloppen massaal zwart en geel (de kleuren van de club).

Welkom in ons huis

Toch krijg je dat idee helemaal niet als je door Dortmund loopt. Ik proefde afgelopen woensdag, drie dagen voor de grote finale, de sfeer in de stad. Als je deze week uit een lange winterslaap zou ontwaken en zowel de winkels als de media zou mijden, zou je niet weten dat Dortmund zaterdag tegen Bayern speelt.

Bij het mooie voetbalstadion met een indrukwekkend verzorgde grasmat, hoor je de vogels kwetteren. Nergens zie je reclame die verwijst naar de eindstrijd. Op een metershoge poster bij de ingang van het museum lachen de sympathieke trainer Klopp en superspits Lewandowski de bezoekers toe.

Zo’n tachtig tot honderd nieuwsgierigen bezoeken deze rustige middag het museum, de fanshop en het stadion. Bouwvakkers lopen in en uit. Een cameraploeg filmt voor het stadion een tiener in het clubtenue – de nieuwe ster van morgen?

Op de parkeerplaats staat een indrukwekkende hoeveelheid bling-bling bolides en wapperen vlaggen van de club rustig in de koude bries. Een groepje jonge Indiërs fotografeert het stadion. In het museum lopen mannen in krijtstreeppakken, jongvolwassenen en een paar kleine kinderen rond. Je kunt op je dooie akkertje het stadion in lopen en de grasmat fotograferen. De suppoosten babbelen rustig met elkaar en met de kaartjesverkoopster.

Wat een relaxte sfeer. Geen moment heb je het idee dat dit een miljoenenbedrijf is. De gewone fan is welkom en mag zich er thuis voelen. Oké, de spelers van Dortmund zijn in Londen. Maar toch, het gaat hier wel om een van de grotere clubs van Europa. Misschien  wel de beste! Dat weten wij vanavond na afloop van de wedstrijd.

De ontspannen ambiance en het ontbreken van opsmuk spreekt enorm aan.  Borussia Dortmund rekent af met het beeld van egotrippende en volgevreten voetballers, die op een andere planeet leven. Natuurlijk zijn de spelers van Dortmund multimiljonairs. Ze gaan nooit met het openbaar vervoer en komen nooit in de supermarkt. Uit angst voor opdringerige fans. Maar dat gevoel krijg je niet als je de club bezoekt.

Voetbalgekke uitspattingen ontbreken

 

In het centrum van Dortmund heerst drie dagen voor de grootste wedstrijd van veel van de spelers uit hun voetballoopbaan, dezelfde ongedwongen sfeer. Hele straten, zelfs hele huizenblokken, pleinen, grote gebouwen zijn verstoken van ook maar alles wat met de eindstrijd te maken heeft.

Honderden auto’s (hetzelfde geldt voor het openbaar vervoer) doorkruisen deze woensdagmiddag het centrum, zonder ook maar een enkele verwijzing naar de club en de wedstrijd tegen Bayern. Zeer weinig automobilisten hebben vlaggetjes, sjaaltjes, kleine tenuetjes van Borussia in, op en aan de wagen hangen.

Je kunt de gedachten van de mensen niet lezen, maar je zou denken dat deze wedstrijd helemaal niet leeft. En aan mensen geen gebrek in deze grote stad. Het lijkt wel of de spits nooit overgaat. Auto’s, bussen, treinen, trams blijven voorbij razen. Menig winkelier in Nederland zou met de tong op de schoenen de winkel een uur eerder dicht doen omdat hij met zoveel klanten al genoeg omzet heeft verdiend. Mensen lijken (nog) niet met de wedstrijd bezig.

Naar voetbalgekke uitspattingen moet je met een lantaarntje zoeken. Een enkele fan hangt een vlag van de club uit het raam. Ik tel zo’n vijf mensen die trainingspakken, sjaaltjes en petjes van Borussia dragen. In de metro staat een jongen met geel-zwart geverfde haren. Maar deze mensen zijn dus op één hand te tellen! De Nederlandse voetbalhater die het land verlaat bij grote toernooien, om de allesoverheersende Oranjegekte te ontlopen, moet in Dortmund gaan wonen. Wat een rust vind je hier.

Winkeliers en media kloppen boel op

Slechts de media en de winkeliers kloppen de boel op. Winkels steunen Dortmund opzichtig met reclame. In een etalage van een grote kledingzaak staat een foto van het team, met daaronder de tekst ‘Drückt Borussia dem Daumen’ oftewel duimt voor Dortmund.

Een lokale krant stuurt drie verslaggevers naar Londen. De Volkskrant roeptoetert: ‘De wereld kijkt reikhalzend uit naar Duits onderonsje’. Dat lijkt te kloppen, als je bedenkt dat wereldwijd een kwart miljard mensen naar de wedstrijd kijken.

Toch bekruipt je het gevoel dat zowel winkeliers als media commerciële motieven hebben. Dortmund is big business. Alleen dit seizoen verkocht kledingsponsor Puma  al 300.000 t-shirts van de club. Denk je eens in, hoeveel de verkoop stijgt als de club vanavond de finale wint. Maar dat idee krijg je dus niet als je in de stad rondstruint. Natuurlijk heb ik geen helikopterview. De wedstrijd leeft ongetwijfeld. Een half miljoen fans wilden er in Londen live bij zijn.

De inwoners cq. fans leven ontspannen naar de eindstrijd toe. Ze lijken de spelers niet te verafgoden. Mario Götze, de briljante spelmaker, kreeg  van de supporters de wind van voren toen hij zijn overgang naar Bayern München volgend seizoen bekend maakte. De fans verwijten hem dat hij voor het nog grotere geld kiest. Zij vinden hem een ordinaire zakkenvuller!

De supporters lijken zich niet te verliezen in voetbalmania. Zij lijken te denken: de finale? Die is pas zaterdag (vandaag, redactie). Daar houden wij ons nu nog niet mee bezig. Ga niet zweven, jij gestresste Holländer.