Rosa Schütt

Jan 032015
 

imageEén week na de geboorte van Jonas werd ons gevraagd of hij al doorsliep. Iets wat biologisch gezien erg onnatuurlijk is, maar in onze cultuur als één van de meest belangrijke dingen wordt gezien als je een baby hebt gekregen. Nu 6 maanden en vele nachtelijke borstvoedingen later wil ik graag dat ons mannetje wat langer gaat slapen. Omdat ik moe ben en meer energie wil hebben voor andere dingen. En stap voor stap laten we hem hier aan wennen.

Maar de borst geven is veel meer dan voeding, het biedt troost, warmte, veilige hechting en de melksuikers zijn super voor de ontwikkeling van de hersentjes. Ik stel me altijd voor dat het voor die kleintjes net zo lekker is als warme chocolademelk met slagroom, onbeperkt. Sommige nachten heeft ons mannetje dat vaker nodig; als hij verkouden is, pijn heeft van zijn doorkomende tandjes of moet bijkomen van een drukke dag. Ik vind het geven van borstvoeding één van de meest bijzondere dingen die ik ooit gedaan heb in mijn leven. Ik ben niet zo ambitieus, maar hierin wel.

Ik snap als geen ander dat er veel vrouwen zijn die stoppen met het geven van borstvoeding, ik heb zelf ook meerdere keren op het punt gestaan. In het begin was het bloed, zweet en tranen. Fysiek en mentaal sta je non-stop in dienst van je kindje, je hebt weinig tot geen zelfbeschikking, hij roept jij draait en als je te lang wacht gaat hij brullen. Het kan pijn doen en de onzekerheid of je kindje wel genoeg binnen krijgt is groot. En ik geloof dat een te gestresste mama ook niet fijn aanvoelt voor zo’n kleintje. Dan is de fles een prima alternatief.

Maar uiteindelijk werd ik beloond. Beloond met zulke mooie intieme momenten met mijn kindje. En ik ben nog nooit zo trots geweest. Want hij groeit en bloeit, lacht en heeft zo veel plezier in zijn prille leventje. Grotendeels door mijn borst(melk). Dus oké, ik slaap weinig, ben nogal emotioneel, mijn sociale leven stelt weinig voor, ik heb het geheugen van een zeef en een nachtje uit logeren zit er voorlopig niet in voor Jonas. Maar ik heb voor het eerst het gevoel dat ik iets zinvols doe, iets wat zo natuurlijk is dat het in onze maatschappij bijna abnormaal wordt gevonden. Want maar 20% van de vrouwen geeft nog borstvoeding na een half jaar. Ik geloof dat als er meer voorlichting/steun zou zijn en minder druk op nieuwe moeders dit percentage een stuk hoger zou liggen. We zijn niet voor niks zoogdieren. En ik zoog mijn kindje graag nog een tijd door.

Apr 152012
 

McDonald’s heeft onlangs enorm geblunderd met een twittercampagne waar ze zichzelf presenteren als een merk dat gezonde en verse ingrediënten gebruikt. En dat is natuurlijk niet vreemd. Ik rij hooguit drie keer per jaar langs de McDrive voor een hamburger en daar geniet ik dan oprecht van, maar direct erna (als ik weer honger heb) weet ik ook waarom ik het bij die drie keer hou. McDonald’s is smullen, maar niet gezond. Dit weet de hele wereld. Dat de populaire fastfoodketen zichzelf op twitter als tegenovergesteld presenteert daar trapt de consument niet in. En dat ze als bedrijf ook nog eens betalen voor tweets in plaats van ze te verdienen is de tweede klassieke fout volgens Richard van Hooijdonk, directeur van MarketingMonday. Hooijdonk benadrukt dat social media ook wel earned media wordt genoemd, die verdien je en koop je niet af. De consument is slim en heeft een podium, dus als je niet zeker bent van positieve reacties op je campagnetopic, dan is het niet verstandig om dit met volle trots te presenteren op social media.

Twitteraars zijn een uiterst kritisch volkje dat geen blad voor de mond neemt. Daarbij komt dat ze zich makkelijk en snel kunnen organiseren, wat je ook bij de mislukte McDonald’s campagne zag gebeuren. Als je de online consument te vriend wilt houden, moet je ze zeker geen onzin gaan verkopen, maar goed luisteren naar wat ze te zeggen hebben en hier op inspelen.

Concurrent Burger King liet vorig jaar zien hoe je dat aanpakt in hun succesvolle social media campagne ‘Whopper Sacrifice’. Mensen kregen een gratis whopper als ze 10 vrienden opofferden op Facebook. Het ontvrienden was op dat moment een hype en daar heeft Burger King slim op ingespeeld. Ze hebben goed geluisterd naar de doelgroep en in plaats van zichzelf te verkopen (nog een Don’t!) gaven ze een product weg.

In eigen land was de social media campagne van Deloitte met Oud en Nieuw een goed voorbeeld van hoe het wel moet. Via twitter of facebook kon men een nieuwjaarswens posten met hashtag. Deloitte projecteerde deze vervolgens levensgroot op de Maastoren in Rotterdam. De actie die subtiel begon heeft in totaal meer dan 4 miljoen mensen bereikt, free publicity ten top.

Dus wil McDonald’s in de toekomst slagen op social media, dan zullen ze goed moeten luisteren naar de consumenten, het gesprek aangaan om ze beter te leren kennen, trouw blijven aan eigen imago, zichzelf subtiel neerzetten in plaats van te verkopen, zorgen voor relevante content en goed inspelen op de behoefte van de klant. Dan wordt Mcfail vast een Mcsucces!

Apr 112012
 

Vroeger was ik helemaal weg van de Backstreetboys. Uren lang luisterde ik naar hun popliedjes, zwijmelde ik bij hun foto’s, bezocht ik ieder concert. Ik was het klassieke voorbeeld van een verliefde bakvis-fan. Gelukkig ben ik er overheen gegroeid en luister ik tegenwoordig liever naar Adele. Maar ik weet wel waar fan zijn voor staat.

Fans zijn er in alle soorten en maten, maar één ding hebben ze gemeen: het zijn bewonderaars en liefhebbers, soms zelfs, zoals het woord al zegt, zeer fanatiek. Door facebook heeft het begrip fan een nieuwe impuls gekregen. Als je iets of iemand liked op de social media site, dan ben je fan van ze. Zo kunnen naast artiesten ook bedrijven een schare fans krijgen. En als je als bedrijf genoeg je best doet raken deze fans enthousiast en betrokken, met een grote kans dat ze jou weer promoten bij hun vrienden. Dat kost moeite, tijd én inlevingsvermogen. Maar gezien de positieve uitkomst is dat het dubbel en dwars waard. Zou je denken..

Want er is ook een andere manier en die heet ‘fans kopen’. Je googled het, krijgt meteen een link als facebookfanskopen.nl te zien en met één druk op de knop (en 39 euro) heb je 1000 fans er bij. Omgekochte fans, dat wel. Maar wat maakt het uit? Hoe meer en hoe groter, hoe beter, is toch het motto van onze consumptiemaatschappij?

Begin maart verscheen Seats and Sofas plotsklaps als hoogste nieuwe binnenkomer in de top 25 van grootste Nederlandse merken op facebook. Het bedrijf zit pas een paar maanden op facebook en heeft al meer dan 112.000 fans. Dit kan natuurlijk als je Ajax of Michael Jackson heet. Maar een meubelketen die ineens zo populair is? En waarvan veel fans uit Rusland en Azië komen? Dat riekt naar pure omkoperij! De interactie op de pagina is ook nog eens bedroevend laag. En dat verbaast me niks. Want hoe kan je een fan nou nog een echte fan noemen als deze omgekocht is? Sinds wanneer kan je oprechte betrokkenheid afkopen? En wat hou je over aan duizenden fans die niet betrokken zijn: wat kortstondige roem, maar daarna vooral een slechte reputatie. Plus een grote deuk in het vertrouwen van de consument. Het schijnt zelfs zo te zijn, dat de (om)gekochte fans vaak niet eens bestaan. Geweldig, zo’n club neppe mensen die door moeten gaan voor jouw enthousiaste achterban.

Zelf ben ik een groot voorstander van organische groei op facebook. Als je een beetje creatief bent, zijn er genoeg manieren om meer fans te krijgen. Bijvoorbeeld:

–       Bedenk originele en leuke winacties, dit trekt altijd nieuwe fans aan.

–       Plaats facebook ads; met voorwaarde dat je het goed target en een visueel aantrekkelijke en opvallende advertentie maakt.

–       Plaats een like button op je website; zorg dat deze goed zichtbaar is.

En als ze eenmaal fan zijn geworden, blijf moeite doen; verdiep je in je fans, zoek persoonlijk contact en wordt bevriend met ze! Wedden dat ze blijven hangen.

( Dit bericht is eerder geplaatst op: http://rosaxpress.tumblr.com/ )

Mei 052011
 

Er zijn mensen die van mening zijn dat de dodenherdenking ‘gekaapt’ wordt door de Joodse organisaties die zich er hard voor maken dat deze dag primair in het teken van de Holocaust staat. Alle andere slachtoffers van geweld worden kort aangehaald en verder gaat het uitsluitend over de 6 miljoen doden van de Holocaust. Die Joodse organisaties worden daarbij ook nog gesteund door Israel, dat met de ene hand geld geeft aan de herdenking van zijn doden en met de andere hand op hetzelfde moment nieuwe slachtoffers maakt onder de Palestijnen. Hoe treurig is deze verdachtmaking van de dodenherdenking.

Iedere dag worden de slachtoffers van oorlogsgeweld herdacht in de media. Nog nooit zijn wij zo bewust geweest van al het geweld in onze wereld, nog nooit hebben wij er zoveel aandacht aan besteed en nog nooit zijn we zo betrokken geweest als nu. Dat we op 4 mei stilstaan bij alle slachtoffers van oorlogsgeweld is voor mij logisch en vanzelf-sprekend. Ieder slachtoffer dat valt is er een teveel en dat is ook de essentie van de dodenherdenking.

Dat wij op deze dag met name de laatste extreme genocide in eigen land herdenken doet recht aan die essentie. Want juist de Holocaust laat zien en voelen dat wij dus ook in staat waren tot zulke gruwelijkheden, die zich vandaag de dag vooral in andere landen afspelen. Nederland heeft nog maar ruim 60  jaar geleden actief meegedaan aan het systematisch uitroeien van een volk, simpelweg vanwege hun afkomst, maar ook van andere minderheden zoals homoseksuelen, zigeuners en gehandicapten. Met andere woorden, de herdenking aan de Holocaust maakt dat het geen ver van ons bed show meer is, het komt dichtbij. We kunnen het koppelen aan onze eigen wereld, onze eigen realiteit. En wat maakt nou meer indruk dan dat? Een indruk die hard nodig is om herhaling, discriminatie en uitsluiting van welke bevolkingsgroep dan ook te voorkomen.

De geschetste relatie van de dodenherdenking met het gewelddadige karakter van Israel vandaag de dag kenmerkt zich door een subjectieve en vooral selectieve beschrijving van de werkelijkheid in het Midden-Oosten conflict die telkens weer opnieuw grote ergernis oproept. Deze subjectiviteit en selectiviteit treft men zowel aan bij bewegingen die pro-Israel zijn als pro-Palestijnen.

Waarom kan men niet gewoon naar álle feiten kijken in plaats van een gekleurd beeld van de werkelijkheid te schetsen om de eigen mening kracht bij te zetten? Neem Hebron, een stad met 120.000 Palestijnse inwoners op de Westelijke Jordaanoever, waar zo’n 450 Joodse kolonisten midden in het centrum zijn gaan wonen en beschermd worden door 1.200 militairen. Het is absoluut verkeerd dat die kolonisten de boel terroriseren én het is absoluut verkeerd dat in 1929 de er reeds duizenden jaren wonende Joodse gemeenschap tijdens het bloedbad van Hebron is vermoord of verdreven. Het is absoluut verkeerd dat de Palestijnen geen eigen staat hebben met echte rechten en kansen én het is absoluut verkeerd dat een groot deel van hen de Joodse staat nooit heeft erkend of wil erkennen. Het is absoluut verkeerd dat er een muur gebouwd is, deels op Palestijns grondgebied, zodat de Palestijnen aan een zijde zijn ingesloten én het is absoluut verkeerd dat er zoveel aanslagen worden gepleegd op Israëlisch grondgebied dat de Israëli een muur bouwen als enig redmiddel.

Hoe moeilijk is het voor mensen om te zien dat aan beide kanten absoluut verkeerde dingen gebeuren, dat we er niets mee opschieten om voor de ene kant te kiezen en tegen de andere, dat we op deze manier alleen maar zorgen voor verdeling en verwijdering met eindstation haat. Op vier mei herdenken we met zijn allen waar dat toe kan leiden.

Jun 032010
 

Ik zit nu ruim twee maanden in Tel Aviv, inmiddels samen met mijn vriend Tim. Dagelijks volg ik lessen Hebreeuws en proef ik van het leven in deze Israelische stad, want behalve vakantie vieren zijn we ook kritisch aan het kijken of we hier een tijd gaan wonen. En dan bevind ik me plotseling midden in de brandhaard van de wereld, door dat vreselijke incident met het scheepskonvooi, waarbij negen activisten op de Mavi Marmara door Israelische soldaten worden doodgeschoten. De eerste reacties uit het westen zijn heftig, men spiegelt het konvooi af als een onschuldig humanitair gebeuren en men veroordeelt de Israëlische commando’s als brute agressors, zonder aanvullende informatie die deze conclusie onderbouwt. Eens te meer blijkt hoe sensatiebelust en manipulatief de media zijn; journalisten schrijven wat ze willen schrijven en mensen horen wat ze willen horen. Gesteund door “Het zijn net mensen” van Joris Luyendijk ga ik op zoek naar meer informatie, die ook weldra voorhanden is, zoals filmpjes en foto’s over wapens en het molesteren van Israelische soldaten. Waardoor het duidelijk wordt dat de hulpoperatie in ieder geval ook opgezet was als een provocatie. Als ik deze informatie op facebook zet krijg ik vanuit Nederland allerlei vragen over eenzijdige en gekleurde berichtgeving en of de joden gezien hun eigen verleden niet beter zouden moeten weten.

Ik krijg niet de indruk dat Israel maar een kant van de zaak laat zien. Ik lees hier in alle media namelijk dezelfde soort berichten als in Nederland: kritische analyses, meerdere kanten van het gebeuren en inderdaad ook artikelen vanuit de Israelische kant bezien. Voor mij persoonlijk is het plaatje hier in ieder geval redelijk compleet. Er is  ook in Tel Aviv nog op de dag van de confrontatie geprotesteerd tegen Israël, net zozeer als er geprotesteerd is tegen de Turkse ambassade. Veel mensen die ik ken zijn links, andere meer rechts, niet anders dan de diversiteit in Nederland. Voor zover ik het kan beoordelen is hier freedom of speech, iedereen heeft een duidelijke mening en spreekt die ook uit. Wat me verder opvalt is dat de meeste mensen goed op de hoogte zijn van alles en weten waar ze het over hebben. Daarbij vergeleken ben ik een amateur ;-).

Natuurlijk is alle informatie gekleurd en subjectief. Maar ik vind het belangrijk dat alle kanten van dit gekleurde en subjectieve nieuws getoond worden, zodat je dan kan kijken of je er überhaupt een mening over kan vormen. En dat is nog niet zo makkelijk, want ik zie Israëlische politici en militairen enorme inschattingsfouten en blunders maken, met doden tot gevolg. Daarnaast zie ik een wereld, die aan de hand van gekleurde media extreem veroordelend en ongegeneerd kritisch is, voordat er goed onderzoek is gedaan en voordat men weet wat er zich heeft afgespeeld. Hier zittende, dicht bij het vuur, een klein westers landje omringd door islamitische dictaturen en tevens terroristische groeperingen, dat maakt een andere realiteit. Met name als je verhalen uit eerste en tweede hand hoort van mensen die in Gaza zijn geweest en daar hebben geholpen.

Of de joden beter zouden moeten weten gezien het verleden? Daar moet ik over nadenken. Ik weet niet of je het joodse volk en Israeli’s over een kam kan scheren. Dat gebeurt al veel te makkelijk, ook in dit hele conflict en dat leidt tot nare vergelijkingen, refererend aan de Shoah. Ik wil die link niet te vaak maken. Het is een ontzettend ingewikkeld verhaal, in een land vol beschadigde mensen, zowel Palestijnen als Israeli’s. Het raakt mij ook, en als je er midden in zit word je makkelijk meegesleept, maar dat betekent niet dat ik niet kritisch blijf en nog steeds van mening ben dat de focus moet liggen op bruggen bouwen in plaats van een kant kiezen. Een voorbeeld daarvan heb ik gezien toen ik hier net aankwam. Ik ben toen naar een ziekenhuis geweest in de buurt van Tel Aviv waar Save a Child’s Heart is gestationeerd. Een Israëlische hulporganisatie die naast kinderen uit Iran, Afrika, Roemenie, ook veel Palestijnse kinderen met hartproblemen opereert. Palestijnse artsen werken daar zij aan zij met Israelische artsen. Daar gaat het niet om het conflict, daar gaat het om samen krachten bundelen om de kinderen te redden. Ook dit soort dingen vindt in Israel plaats. Ik was erg onder de indruk van dit initiatief en werd daar gesterkt in mijn overtuiging dat er mensen zijn die een verschil kunnen maken en bruggen bouwen, ondanks al de narigheid.

Bij onze afweging om hier te gaan wonen en wellicht een handje te helpen bij het bruggen bouwen realiseren we ons dat ook dit de realiteit is hier, een realiteit van oorlog, niet voor te stellen als je in Nederland zit. Maar dat maakt ook dat mensen hier meer met de dag leven en van het moment proberen te genieten. Dat blijven wij ook doen in ieder geval en dus gaan we morgen een aantal dagen kamperen in de Negev……

Kosjer

 Posted by  Tel-Aviv
Apr 032010
 

‘Dat is echt niet kosjer’. Hoe vaak hoor ik het mezelf wel niet zeggen. Nu ik aangekomen ben in het Beloofde Land krijgt dit woord ineens een hele andere betekenis. Sinds een paar weken logeer ik bij twee meiden in huis op Gordon Street in Tel Aviv. Ik zit midden in het centrum op loopafstand van de zee, perfecte locatie als je je draai in deze stad moet vinden. En sinds twee weken leef ik dus ook met een kosjere keuken. Ok, interessant, als gast heb ik geen moeite met aanpassen of inburgeren, ik ben toch ook soort van op zoek naar mijn joodse ‘roots’, maar als ik dan kosjer ga eten, wil ik ook weten wat dit inhoudt, hoe het werkt en vooral waarom?

Wikipedia brengt enigszins uitkomst. In het jodendom bestaan spijswetten, die heten Kasjroet. Deze spijswetten bepalen wat joden wel of niet mogen eten. Kosjer eten voldoet aan deze spijswetten. En de basis voor de Kasjroet staat in de Thora. Een van de belangrijkste regels is dat vlees en melk in de keuken gescheiden moeten zijn. Dat betekent dat ik bij het eten van melkproducten in onze keuken alleen het ‘melk’servies mag gebruiken, wat ik tevens moet afwassen met het ‘melk’sponsje. En als ik een vleesje (geen varken) braad, mag dit alleen in een ‘vlees’pan, met ‘vlees’bestek, op een ‘vlees’bord. Ook dit moet afgewassen worden met een apart ‘vlees’sponsje. Kortom, goed opletten dus. Ik sta in het begin een beetje te klungelen in de keuken en bij iedere handeling die ik doe, denk ik na. Bewust eten kan je dit zeker noemen. En als ik het dan echt volgens het boekje wil doen, mag ik pas een aantal uur na het eten van een stuk vlees (varieert van één tot zes uur) weer melkproducten nuttigen. Dat is pas kosjer!

Maar dan blijft bij mij steeds de vraag, waarom moet dit? Vrienden die ik dit vraag, vertellen me dat dit voortkomt uit de Thora, waarin staat dat men het lammetje of geitje niet mag koken in de melk van zijn moeder. Ik geef toe, als je hier over na gaat denken, klinkt dat alles behalve kosjer.

Maar toch, is er geen logische reden voor, bijvoorbeeld dat melk en vlees samen ongezond zijn voor je spijsvertering? Een lekker chocolade toetje na een flinke biefstuk is natuurlijk ook een beetje te veel van het goede. Ik ga er vanuit dat Sonja Bakker dit niet goed zou keuren. Of misschien ligt in de kern van deze spijswetten wel een vegetarische gedachte, namelijk om er voor te zorgen dat joodse mensen niet vaak vlees eten of ze er in ieder geval bewust van te maken als ze het eten. Ook dat kan ik begrijpen. En deze beredenering is inderdaad online terug te vinden. Sommige vegetarische joden zeggen dat in de geschriften als de Thora de nadruk wordt gelegd op ‘de noodzaak om gezond te leven, te handelen uit medeleven voor andere wezens, te delen met andere mensen, de natuur te beschermen en vrede na te streven.’

Met deze achterliggende gedachten juich ik de kosjere keuken absoluut toe en kan ik met meer begrip kosjer blijven eten (in een kosjer huishouden)..mits het niet om sushi gaat.

Mrt 272010
 

Na bijna een week in Israël, Tel Aviv te hebben gezeten, probeer ik mijn indrukken samen te vatten in deze blog. Dat is nog niet zo makkelijk, want ik heb het gevoel dat bij het beschrijven van mijn belevenissen er op hetzelfde moment al weer nieuwe indrukken op me af komen. Tel Aviv wordt ook wel “a city that never sleeps” genoemd en dat is voelbaar. Want na zeven dagen in deze metropool ben ik doodop. En niet omdat ik iedere nacht tot in de vroege ochtenduurtjes heb doorgehaald, maar simpelweg omdat ik enorm moet wennen.

Tel Aviv werd in 1909 gesticht, als eerste moderne Hebreeuwse stad. De stad is jong en bestond vorig jaar precies 100 jaar. Met 391.300 inwoners is het een stuk compacter dan onze hoofdstad Amsterdam (761.395 inwoners) en ruim 2x zo groot als mijn geboortestadje Nijmegen (163.112 inwoners). Maar deze jonge compacte stad heeft voor mij de allure van een metropool. Op iedere straathoek vind je cafeetjes, restaurants en bars. En overal zitten mensen die praten, eten, drinken, socialisen. Er bestaat geen saaie, rustige wijk in Tel Aviv, alles leeft en bruist, 24/7, 7 days a week. En dan heb ik het nog niet over alle kleine winkeltjes, van goedkope kleding tot design, of de enorme shoppingmalls, waar je als het te warm is (of te koud, maar dat maak je niet veel mee hier) een hele middag kan rondstruinen in de airco of een filmpje pakken. En de clubs, die we in Nederland niet kennen, maar mij doen denken aan clubs die ik alleen in films heb gezien. In de openlucht, pal aan het strand, met gekleurde lichten die op de branding schijnen en waar je danst met de zeewind in je haar. Of een studio 54/discotheek, met complete wanden van lichtgevende tegels die constant van kleur veranderen, een enorme bar in het midden en een dansvloer waar mensen ongegeneerd uit hun dak gaan.

En dan de finishing touch, als kers op de taart, de plek waar ik iedere dag happy van word, het strand. Een strand en zee naast je deur hebben heeft iets onwerkelijks. Ik hoef alleen maar de straat uit te lopen en ik hoor de branding al. Ik word dan als een klein kind zo enthousiast (terwijl ik net als alle citizens er zo ‘normaal’ mogelijk over probeer te doen en er rustig naar toe sjok). Op mijn eerste dag hier, ben ik in de namiddag naar het strand ‘gesjokt’ en toen ik daar aankwam (na 1 minuut) kreeg ik meteen het mooiste welkomstcadeau, de zonsondergang. Ik ben even stil blijven staan, heb het moment in me opgenomen en toen net voordat de zon onder ging, weer doorgelopen naar een volgende afspraak.

Dat voelt voor mij als Tel Aviv. Druk, levendig, sociaal en op z’n tijd even stil staan (maar niet te lang) en genieten van een zonsondergang.